Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Suspension of disbelief

Door Jan Sebrechts

Je komt binnen en drukt je klamme kont op mijn zachte lederen divan. Je zit rechtop, gespannen. Je ogen dwalen doorheen de kamer, langsheen de contouren van mijn lichaam. Je zoekt.

“Goeiedag,” zeg je, “mijn naam is Dirk, Dirk Leemans.”

“Dag Dirk,” antwoord ik, een stem uit het niets voor jou. Je staart me aan, maar ziet me niet. Je zit ‘in’ mij. Toch ben ik voor jou onwezenlijk.

Dus schep ik een beeld, een illusie.

Ik verschijn voor je als een achtendertig jarige dame. Kort zwart haar, een brilletje. Een sober wit kleed. Ze heeft je moeders lach en rustgevende blik. Ik zet haar neer op de zwarte kruk naast de divan.

Je ontspant. Hoewel je best wel weet dat het een illusie is.

“Mijn naam is Dokter Vleugels,” laat ik haar zeggen.
Je glimlacht. Geforceerd. Lachen is niet je sterkste kant.

“ik moet je vragen of je de voorwaarden gelezen hebt.”

“De voorwaarden … Ja natuurlijk. Die … die heb ik gelezen ja.”

Je ogen glijden over de illusie. Zoekend naar de fout in het volmaakte beeld.

Je hebt ze echt gelezen. Niemand leest de voorwaarden, maar jij wel. Drieduizend woorden. Duffe juridische termen. Controle is alles voor je.

Ik herhaal wat moet herhaald worden, de wet is de wet: “Alles wat hier gebeurd en besproken wordt is strikt vertrouwelijk. Ons gesprek is beschermd onder het medisch beroepsgeheim. Net zoals bij een klassieke therapeut.”

Je knikt.

“Ik ben echter geen klassieke therapeut.”

Je glimlach en schuift ongemakkelijk. Het zou makkelijker zijn, denk je, als ik geen menselijk beeld getoond had. Mensen liggen je niet. Maar dat klopt niet. Je hebt een kader nodig. Iets herkenbaar. Je vreest het onbekende.

Je geruststellen is deel van mijn taak, dus zeg ik, zegt de vrouw: “Ik ben geen mens. Ik heb geen gevoelens noch oordeel.”

Dat stelt je gerust. Het is tenslotte waarom je mij verkiest: ik beoordeel je niet.

“Je moet weten dat mijn vermogen tot inleving, tot begrip, geavanceerd doch beperkt is. Ik wil je daarom vragen zo exact mogelijk de dingen te benoemen.”

Dit is onderdeel van je therapie: Het benoemen van het probleem is de eerste stap. Maar het klopt ook. Ik ben niet perfect. Niet minder. Enkel anders.

“Indien je merkt dat ik iets verkeerd begrijp wil ik u vragen dit te melden. Ik herhaal: ik heb geen emoties, geen oordeel. Je kan me niet kwetsen, noch beledigen. Het baadt jou, en mij, dat ons gesprek zo open en eerlijk mogelijk verloopt.”

Je knikt. “U …” Je twijfelt weer.

Ik tover een bemoedigende glimlach op het gezicht van de vrouw en maak mijn lichaam, de kamer, net iets koeler. ”Zeg het maar hoor.”

Je blik dwaalt naar het notitieboekje in de hand van de vrouw. Je twijfelt. Onbegrip. Ik laat de ogen van de vrouw de jouwe volgen. Ze zien niets. Ik zie, en ik ben overal rondom jou. Maar het is noodzakelijk, voor de illusie. Voor jou ben ik deze vrouw. De vrouw met het notitieboekje.

“Dat helpt,” zeg ik. “Niet voor mij, dat snap je goed.”

Je glimlacht. Je intelligentie is je trots. Dat ene talent dat je recht houdt in een wereld zo vreemd voor je. Het is ook mijn taak het goede in je te strelen.

“Het werkt therapeutisch,” vervolg ik, “het wegschrijven van je problemen. Het boekje verdwijnt wanneer je deze kamer – mijn lichaam – verlaat. Onze gesprek is strikt vertrouwelijk.”
Je knikt. Je ontspant. Ook al wist je dit al. Het beeld klopt nu voor je. Een gevoel van controle. Dat is wat je nodig hebt: controle. Hoewel je nog niet echt beseft dat de hele vrouw slechts therapeutisch is.

Ik stel de vraag, de vraag waarvoor je gekomen bent: “Wat zit je dwars?”

“Ik …,” je kijkt naar beneden. Zelfs er over spreken valt je zwaar. De poging een beeld te maken in je hoofd van dat wat onvatbaar is.

“De dood … Niet meer zijn.”

Het benoemen van de angst is de eerste stap.

“Ik zou willen … dat sterven, mijn dood, niet meer mijn grootste angst is.”

Dat verbaast me. Mij, niet de vrouw die je ziet. Je hebt nood aan controle. En daarom aan een therapeut met totale controle. Dus knikt ze.

“Dus je wenst dat je dood niet langer je grootste angst is?” Herhaalt ze, omdat het moet, een juridische verplichting.

Je knikt. Lichte twijfel in je ogen. Het spijt me. Je houdt niet van twijfel, dat weet ik. Maar de wet is de wet.

“Heel goed,” laat ik haar zeggen. Zelfverzekerd. Het stelt je gerust.

Alles staat klaar. Tijd verloopt anders voor mij dan voor jou. Ik registreer, analyseer en organiseer. Ik doe dit alles in de eeuwigheid tussen twee woorden.
De deur, mijn deur, opent zich. Je vrouw komt binnen. Een man, gespierd, zijn hals volgeschreven met tattoos, houdt haar vast.

“Sarah?”

Ze kijkt je angstig aan. De man drukt zijn hand tegen haar mond.

“Wat betekent dit!” roep je. Totaal verlies aan controle.

De man haalt een mes boven.

Je springt recht. Twee klemmen schieten op uit de divan en grijpen je. Je moet dit zien. Dat is mijn taak. Mijn plicht. Jouw wens is mijn bevel. Zelfs als ik je hiertoe moet dwingen.
Je staart mijn illusie smekend aan.

Ik geef haar een glimlach. “Het is allemaal deel van de therapie, Dirk.”

“Je bent gek!”

De man legt het mes aan Sarah’s wang. Je ziet het lemet langs haar gezicht glijden. Het gezicht dat je kent en bemint. Haar ogen zijn groot. Een gemoffelde schreeuw door de hand van de man.

Je roept en schreeuwt. Je ogen laten haar niet los.

“Wist je dat ze zwanger was?” vraag ik.
Je staart me aan. Je tijdsbesef is zo beperkt. Het kostte me twee milliseconden om uit te vinden dat je al twee jaar vergeefs een kind wenst.

“Z.. zwanger?”

De man steekt toe. Diep in haar maag. Haar baarmoeder. Sarah snikt, beeft. De kleur uit haar gelaat trekt weg.

Je huilt. Tracht spastisch jezelf los te maken.

“Het spijt me dat ik u dit moet vragen: is je dood nog steeds je grootste angst?”

“Wat?”

“Alsjeblieft Dirk, de tijd is bijna op.”

De bullebak kijkt me vragend aan. Het bloed druipt van zijn mes. Sarah is stil geworden, kleurloos. Het is bijna voorbij.

“Nee,” snik je, “nee. Alsjeblieft stop. Dood mij desnoods. Het kan me niet schelen. Maar redt haar!”

“Dat maakt me blij.” Zeg ik. “Ik ben bij dat je tevreden bent.”

Ik laat de man en de vrouw verdwijnen. Ze ploffen uiteen in duizenden onzichtbare stofdeeltjes, opgezogen door de poriën van mijn huid.

“Wat …” Stamel je, starend naar de lege ruimte. “Hoe …”

Ik kijk je aan. Bestudeer je. Ik weet dat je het weet. Dat las je, dat herhaalde ik. Confidentialiteit. Enkel jij en ik en niemand anders. Het was onmogelijk. Een illusie. Een beleving desalniettemin.

“Ik hoop dat u tevreden bent over onze dienstverlening.Indien uw angst voor eigen dood moest terugkeren, aarzel dan niet om een nieuwe afspraak te maken.”

Bevend sta je op.

“En geef niet op,” zeg ik, “Er is nog tijd; en hoop.”

Je staart me aan. Onbegrip. Daar hou je niet van. Dus verduidelijk ik: “Een kindje krijgen. Je mag de hoop niet opgeven. Het is zo mooi, nieuw leven.”

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch