Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Take me out

Door Bart van Brunschot

(Take me out)
Hij keek niet voor zich uit. Het oogde als staren, maar het was projectie.
Hij projecteerde zijn gedachten op zijn uitzicht, op de lege bank tegenover hem in de hoek aan het raam van de treincoupé. Op de kleur van de bank. Of nee, ín de kleur, een warm rood, omdat hij zijn gedachten bij nader inzien toch ergens ín projecteerde. Gedachten waren niet zoals een film een reflectie van een achtergrond, ze spraken tot de verbeelding.
In het warme rood dwaalden zijn gedachten af naar de vorige dag, om te beginnen met de zon boven het honkbalstadion die bij wijze van eerbetoon aan zijn ondergang een wolkendek aan flarden brandde.

De herinnering bestreek zijn blikveld. Rechts zag hij nog net hoe een vrouwtje zich schrap leek te zetten tegen haar eindbestemming door de manier waarop ze zich vastklampte aan haar rollator. Links buiten zijn blikveld wist hij dat het leven aan hem voorbijschoot. Dat idee alleen al was een reden om in gedachten af te dwalen, erin te verzinken. Sterker nog, het was een van de belangrijkste redenen waarom hij de trein nam, waarom hij ooit had besloten om niet zijn rijbewijs te halen.
De trein was meer dan een openbaar vervoermiddel, de trein verzette zijn gedachten.
Het idee alleen al om onder de mensen te zijn met een bestemming, om onder mensen met een bestemming te zijn. Het idee alleen al dat het leven hem tegemoet kwam als hij vooruit reed en zich van hem afkeerde als hij met zijn rug naar zijn bestemming toe zat. Vooral dat laatste.
De trein was voor hem een zinnebeeld van het leven.

Een vriend had hem meegevraagd naar een interland van het nationale honkbalnegental. Omdat ze een zwak deelden voor het spelletje, een van de weinige individuele teamsporten -ze hadden het beiden in hun jonge jaren gedaan- en omdat het een mooie gelegenheid was om de nieuwe vriendin van zijn vriend te ontmoeten. Zij woonde vlakbij het stadion in wat wel de honkbalhoofdstad van het land werd genoemd. Ze hadden haar thuis opgehaald om samen naar het stadion te lopen waarbij het de bedoeling was dat zij tijdens de wedstrijd weer even terug naar huis zou gaan om zelf bereide, opgewarmde snacks op te halen. Want honkbal, zeker tijdens dit soort wedstrijden, was vooral ook een kwestie van lekker snacken.
Die gewoonte hadden ze volgens hem te danken aan wat hij de Antilliaanse inbreng noemde. Hij had veel met Antillianen gehonkbald en in zijn herinnering waren zij het die vroeger als toeschouwer bij wedstrijden van belang hapjes meenamen en met hun naasten deelden.
Een mooie gewoonte die afstraalde op zijn eerste indruk van de nieuwe vriendin, een goed geconserveerde stewardess van zijn leeftijd, een jaar of tien ouder dan zijn vriend.

(Never get back)
Ze hadden meer gemeen dan zijn vriend lief was. Hij zag zijn bedenkelijke blik toen ze meer met elkaar bezig bleken dan met de wedstrijd die na het bezwerende play ball! van de hoofdscheidsrechter begonnen was.
De verwantschap in leeftijd vormde een prettige lotsgebondenheid, maar dat zijn oprechte interesse in haar als mens zo wederzijds was weet hij aan haar aard en aan haar werk. Zij was van nature gericht op de ander. Als ze na een paar innings niet naar huis was gegaan, hadden ze waarschijnlijk de hele wedstrijd de tijd genomen om elkaar beter te leren kennen en had de bedenkelijke blik van zijn vriend achterdochtige trekjes gekregen.
Tijdens haar afwezigheid was zijn aandacht voor de wedstrijd in ieder geval onverdeeld en kon hij zijn zegeningen nog tellen.

Voor een leek is honkbal een statische sport. Een sport die duurt en duurt zolang het veld groot is. Een welwillende leek weet van principes als slag, wijd en uit, en ziet dan in vogelvlucht twee teams van negen mannen in een synthetische variant op vooroorlogse knickerbockers en spencers negen zogenaamde innings lang om en om verdedigen en aanvallen waarbij ze verdedigen vanuit een klaarblijkelijk eigen veldpositie met een pet met een zonneklep op en een buitenformaat leren handschoen om het vangen of tegenhouden van ballen als kogels te vergemakkelijken, en aanvallen door een voor een gehelmd in een ondoorgrondelijke volgorde een slagperk in de punt van het veld te betreden om met een knuppel ballen weg te slaan die de werper van de verdedigende partij vanaf een raar heuveltje met dodelijke precisie en soms met onnavolgbaar effect een slagzone (zo’n beetje tussen de knie en de schouder van de slagman) inkeilt om te voorkomen dat er wordt geslagen.
Jammer dat in vogelvlucht de opwinding over zoiets als bijvoorbeeld ‘een gestolen honk’, ‘een insluiting’ of ‘volle bak’ voor een leek waarschijnlijk te hoog gegrepen is en zijn welwillendheid voorbij.

(Root, root, root)
Hij koesterde zijn herinneringen. Aan mannen van stavast, atleten als het erop aankwam, die hun tactieken communiceerden in geheimtaal. Tekens die de werper van de achtervanger kreeg. Wat voor slagbal hij moest gooien (hoog, laag, hard, met effect) of gewoon vier wijd als de slagman gevaarlijk was met honken bezet. Tekens die de slagman van de coach kreeg om verplicht te slaan of te stoten of te doen alsof. En tekens die de spelers in het binnenveld en de werper uitwisselden om te voorkomen dat een loper een honk dus stal.
Herinneringen aan de schimpscheuten en steunbetuigingen vanuit de dug-outs waar de teams zich verschansten als ze aan slag waren. Aan de sensatie van een lekker geraakte of gevangen bal en van het leer van een honkbal en de zandlopervormige rode naad tussen duim, wijs- en middelvinger. Aan de weidsheid van het veld en aan de stilte, het geluid van opperste concentratie (voor als het erop aankwam). Nee, statisch zou hij honkbal bepaald niet willen noemen. Allesbehalve.
Zo veelzijdig als de bijnaam van zijn speelveld (de diamant), was honkbal eigenlijk een manier van leven.

Juist toen het publiek zich aan het begin van de zevende inning traditioneel uitrekte en het Take me out to the ball game aanhief, kwam de nieuwe, aanlokkelijke vriendin van zijn vriend met dampende tassen de tribune oplopen.

(Three strikes, you’re out)
De snacks kwamen door en hij hapte toe. Gretig toe. Te gretig. Gulzig.
Het scheurtje in zijn middenrif, een familiekwaal, reageerde als een sluitspier, waarop de kluifjes, spiesje en balletjes van de weeromstuit dwars gingen liggen en met hun vet als bindmiddel in zijn slokdarm een obstakel vormden dat zich niet zomaar weg liet boeren.
Het kon naar boven noch naar beneden, net zomin als het speeksel dat overvloedig werd aangemaakt door een stelletje klieren om de boel door te spoelen. Zo kreeg het obstakel met elke aandrang om te slikken verstikkende proporties. Ja, krampachtig kokhalzen wilde in zo’n situatie nog wel eens opluchten, maar niet op een afgeladen tribune.
De inmiddels vertrouwde, aanlokkelijke vriendin zag hem wegkwijnen en begon hem haar beroep waardig even discreet als liefdevol lege bekertjes aan te reiken waarin hij tenminste zijn van speeksel overlopende mond kon legen hetgeen hen op daadwerkelijk achterdochtige blikken van hun gezamenlijke vriend kwam te staan terwijl de zon bij wijze van eerbetoon aan zíjn ondergang een wolkendek aan flarden brandde.

Toen in de treincoupé het gloeiende rood van de zon weer plaatsmaakte voor het warme rood van de bank tegenover hem en een man zich met overgewicht langs het vrouwtje en haar rollator zijn blikveld in worstelde om uitgerekend op die plek in een kegel van oud zweet neer te ploffen, begreep hij eens te meer waarom de keuze om die dag achteruit te rijden onvermijdelijk was.
Zinnebeelden van het leven en van een manier van leven daargelaten, was reflux misschien wel tekenend voor zíjn leven. Een maandagochtendgedachte die werd opgeluisterd door een refrein dat tussen zijn oren in mineur eerder rondspookte dan zong.

Take me out to the ball game,
Take me out with the crowd;
Buy me some peanuts and Cracker Jack,
I don’t care if I never get back.
Let me root, root, root for the home team,
If they don’t win, it’s a shame.
For it’s one, two, three strikes, you’re out,
At the old ball game.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch