Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Tartaros

Door Mitchell Gordon

” Laat ons gaan!”

“Mama, papa, red ons!”

“U doet ons pijn, stop, alstublieft…”

Ik hoor het weer, de pijn, kwelling en verdriet van mijn zusjes. In de hoeken van de Donkere Kamer weergalmt de straf van hun ongehoorzaamheid. Tussen het akelige geschreeuw van mijn zusjes schuilt de demonische stem van onze ontvoerder. Met haar lange bloedrode haren en magere geraamte lijkt ze meer op de duivel dan op een mens. Terwijl ze zich voedt met onze ellende spreekt ze tot ons met minachting in haar keel.

“Als jullie zouden luisteren hoefde ik jullie geen pijn te doen. Kijk maar naar jullie grote zus. Kijk hoe stil ze is. Alleen wie gehoorzaam is wordt beloond. Daarom krijgen jullie straf en zij niet!”

Met afgunst kijken mijn zusjes mij aan. Doe iets, grote zus. Waarom help je ons niet? Dat is zeker wat er nu door hun hoofd gaat. Als grote zus is het mijn taak om mijn zusjes te beschermen maar om eerlijk te zijn blijf ik liever zo ver mogelijk van ze vandaan. Het spijt me, het spijt me zo erg maar ik wil onze ontvoerder niet nog bozer maken. Haar woede-uitbarstingen wil je niet meemaken. De laatste keer dat dat gebeurde heeft ze een van mijn ogen eruit gehaald en het gevoerd aan mijn zusjes. Het deed zoveel pijn…ik ben nu stil. Ik ben nu veilig.

Wie weet hoeveel dagen we al vastzitten in deze hel. Na een tijdje ben ik gestopt met tellen. Het heeft toch geen zin meer. Volgens onze ontvoerder moeten we in deze afgezonderde ruimte onze vonnis opwachten. Ze noemt dit het Oordeel van God. Vol met genotziek bestudeert ze de angst en hopeloosheid in onze ogen. Met haar beestachtige adem weekt ze de gebroken lichamen van mijn zusjes in haar demonische perversie. Mijn zusjes kijken mij aan alsof ik hen in de steek heb gelaten maar wat kan ik doen? Ik ben machteloos in de aanwezigheid van onze ontvoerder. Met een glimlach op haar gezicht kijkt ze om zich heen alsof dit alles niets meer dan één grote grap is geweest. Uit haar verknipte geest vloeien woorden die zelfs de duivel doet laten huilen…

“Alleen brave kinderen krijgen een plaatsje naast God. Helaas zitten in dit huis alleen maar stoute kinderen. Daarom zal ik jullie straffen in de naam van God.”

God, als u daar bent, maak er snel een einde aan…ik smeek het u! Ik wil mijn zusjes niet langer meer zien lijden. In de aanwezigheid van onze ontvoerder sluit ik mijn ogen terwijl ik bid voor mijn leven…

De hand van onze ontvoerder kruipt plotseling over mijn huid als een slang in de vorm van de duivel. Methodisch langzaam, ritmisch hypnotiserend en gedrenkt in de geur van dood en verderf…

“Het is jouw beurt schat. God zal je hier niet komen helpen. Alleen ik weet waar je bent. Ik zal het laatste zijn wat je ziet als ik klaar met je ben. Dank u God. Dank u voor deze vier schattige kinderen die u op mijn pad heeft gezet. Ik kan niet wachten om weer verder met ze te spelen!”

“Waarom doe je dit?”

“Omdat jullie net zoals ik moeten voelen hoe het is om als kleine meisje dagenlang in een kooi vast te zitten zonder eten en drinken, afgezonderd van de buitenwereld…alleen en verward. Mijn vader zei altijd tegen mij dat ik in mijn isolement God moet vinden want alleen dan wilt hij van me houden. Tot op de dag van vandaag heb ik God niet gevonden maar jullie zal ik eigenhandig dichter tot God brengen zodat jullie kunnen doen wat mij nooit is gelukt. Samen zullen we God vinden…vader zal zo trots op me zijn!”

Ik kan hier niet meer tegen. God, vergeef mij maar ik moet hier weg! Mijn geest haast zich naar de uitgang van deze hel maar mijn lichaam is nog in limbo. Het akelige geschreeuw van onze ontvoerder heeft mij al ingehaald…aan haar toorn ontsnapt niemand. Met haar blinde oog, de gruwel vloed van dodelijke haat, volgt ze mijn voetstappen tot in de meest donkere hoeken van dit gevang. Met puur genot in gedachte reikt ze naar mij met haar vlezige, abominabele handen. Haar lach onthult afgrijselijke tanden, bekleed in het vlees en bloed van mijn dierbaren. In de afwezigheid van God scheurt ze mijn lichaam uit elkaar. De muren worden gedoopt in bloed. Gebroken lig ik op de grond, smekend, biddend en wachtend tot de dood mij tegemoetkomt. Het bloedt dat uit mijn lichaam kruipt begint al koud te worden en mijn organen zijn al ontsnapt, nu ik nog…

Een fel licht schijnt plotseling in mijn ogen. De wegkruipende duisternis onthult een kamer met pikzwarte muren. In het midden staat een stoel en een strop met doornen eromheen. Langzaam maar zeker registreert mijn lichaam een stem dat niet van deze wereld is. In een koude robotachtige toon spreekt de stem zonder lichaam tot mij…

“Welkom gevangene twintig streepje acht”

“Wat gebeurd er? Waar ben ik?”

“U bevindt zich in de gevangenis Tartaros. De Donkere Kamer om precies te zijn.”

“Waarom ben ik hier?”

“Herinnert u zich niets meer van de misdaad die u heeft gepleegd?”

“Nee…

“In de echte wereld bent u veroordeeld voor de moord op de familie de Witt. De Administratie heeft op basis van uw misdaad besloten om u persoonlijk straffen.”

“Haal me hier weg!”

“Dat gaat niet. Zodra een simulatie in werking is getreden kan alleen iemand van de Administratie het stoppen. Helaas voor u ben ik niet een van hen…”

In de aanwezigheid van mijn vonnis schieten de beelden van mijn meest recente experimentje mij weer te binnen. Roze wangetjes, zachte huid, engelachtige stemmen. Oh, het genot. Ik heb in jaren niet meer met zulke mooie kinderen mogen spelen. Mijn met lust gevulde terugblik wordt echter grof onderbroken door de stem zonder lichaam.

“In deze virtuele realiteit heeft u de herinneringen van de oudste zus beleeft, vlak voordat u haar vermoorde. U heeft gezien wat zij heeft gezien en u heeft gevoeld wat zij heeft gevoeld. Nu u weet hoe uw slachtoffers zich hebben gevoeld toen u ze op brute wijze had vermoord bied ik u twee opties aan.”

Uit de muur van de Donkere Kamer groeit een deur in de vorm van een kruis. De doornen van de strop beginnen op te lichten. De stem zonder lichaam begint weer te spreken…

“Keuze één. Loop door de Deur der Penitentie en zit de rest van uw straf uit in de echte wereld. Keuze twee. Pleeg zelfmoord en eindig dit vonnis. Wat kiest u?”

Terwijl mijn lichaam zichzelf herstelt alsof de klok is teruggedraaid begin ik zonder na te denken op de stoel te staan. Met al mijn kracht knoop ik de strop om mijn nek vast om te kijken of ik niet gewoon aan het dromen ben. De groeiende pijn in mijn nek bevestigd echter dat deze nachtmerrie meer dan echt is. God, vergeef mij maar ik moet hier weg! Met al mijn kracht trap ik de stoel onder mij vandaan. Terwijl ik spartelend mijn dood tegemoet ga hoor ik de stem zonder lichaam in mijn achterhoofd.

“God, vergeef mij maar ik moet hier weg. Weet u wel niet hoe vaak ik dat heb moeten aanhoren. Het is ook altijd weer hetzelfde met zondaars zoals u. Pas vragen om God zijn vergiffenis nadat u gepakt bent voor uw vreselijke misdaden. Wat een lef. Zulk soort godslastering vraagt om een straf van de hoogste orde. Uw vonnis leidt als volgt. In deze virtuele nachtmerrie zult u voor altijd een gevangene zijn van uw eigen geest. Alleen de teleurstelling van God zal u gezelschap houden…”

“Wacht!”

“Vaarwel…”

De echo van de stem zonder lichaam wordt weggedrongen door een luid schuifmechanisme. Uit de vloer van de Donkere Kamer komt een gebroken spiegel. In de weerspiegeling zie ik de misbruikte lichamen van mijn slachtoffers. Met hun besneden armen trekken ze me naar binnen. De Donkere Kamer is niet meer…alleen duisternis is nog aanwezig. Met angst in mijn hart sluit ik mijn ogen. De vermoorde kinderen trekken zonder genade mijn huid eraf. Hun kleine handen zitten nu diep in mijn vlees. Bloed druipt op de grond. Zicht wordt wazig. Het einde is nabij. Terwijl ik de dood weer recht in de ogen aankijk spuug ik in zijn gezicht. Ik heb geen spijt van wat ik heb gedaan Zoals vader altijd zei, zo lang je in de naam van God handelt is alles wat je doet gerechtvaardigd. Vaarwel vader, ik zie u in hel…

“Laat ons gaan!”

“Mama, papa, red ons!”

“U doet ons pijn, stop, alstublieft…”

Ik hoor het weer, de pijn, kwelling en verdriet van mijn zusjes…

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch