Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Tempus Fugit

Door Christa E. Jacobs

Door de tijd heen leven generaties na generaties. Bij wie is het ooit begonnen? En bij wie zal het eindigen? Had ik maar een tijdmachine. Of is die er al? Is niet elk mens een tijdmachine? Met wie ik kan reizen in de tijd?

Landschappen flitsen voorbij. Ik zit in de trein. Mijn opa is een grote slanke man van twee meter. Hij heeft dik haar dat zo wit is als de witste wolken. Donkere doordringende ogen die jou eerst streng lijken aan te kijken, maar als je langer kijkt vind je een twinkeling van gein. Mijn opa, Cornelis Lambertus, is de vader van mijn moeder, Adriana Cornelia. Helaas kan mijn opa niet meer thuis wonen, dus woont hij nu in een luxe verzorgingstehuis omgeven door een groot groen park en ik ben op weg naar hem.

‘Opa?’ roep ik, terwijl ik de woonkamer inloop. Het blijft stil. Het is in de serre waar ik hem aantref, kijkend naar de oude wilgenbomen die over het water rusten. ‘Opa..’ fluister ik deze keer. Hij kijkt langzaam op ‘Ahh je bent er! Kom hier, ik heb al thee gemaakt.’ Het maakt niet uit hoe groot ik word, bij hem voel ik me altijd weer klein. Hij buigt zich over mij heen en geeft mij drie dikke zoenen. Waarbij met elke zoen zijn snor tegen mijn wang kietelt. Ik ken niet anders. ‘Kom en vertel mij alles over je nieuwe opleiding.’ Ik glimlach en zeg ‘Eigenlijk opa, wil ik u graag een vraag stellen. Over vroeger..’ Mijn opa gaat zitten met zijn lange benen over elkaar, zijn handen ineengesloten en daar is het, die twinkeling in zijn ogen, alle signalen van het begin van een goed verhaal. ‘Vroeger.. Hmm.. Vroeger.. Mijn meisje, ik ging naar school in een tijd van chaos. En nu kent elke tijd zijn eigen chaos. Maar dit was het type chaos veroorzaakt door oorlog. Het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog was mijn eerste jaar in de brugklas. School was zo anders toen dan wat ik nu hoor van jou en zelf zie.’ Hoofdschuddend lacht hij, neemt een slok van zijn thee en vertelt verder.

Er volgt een stilte.
‘Opa, waarom ging u eigenlijk theologie studeren? Ik zie hem langzaam weer terug komen in het nu. ‘De jongere broer van mijn moeder was dominee. Hij was mijn lievelingsoom. Hij woonde naast zijn kerk in Venlo en kon je de mooiste verhalen vertellen. Hij was gepassioneerd over politiek, religie en vrijheid. Ik weet nog dat hij op een gegeven moment bij ons kwam logeren. Ik had geen idee waarom. Het was pas in de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog toen hij werd opgepakt dat ik er achter kwam dat hij al die tijd een verzetsstrijder was. Hij was bij ons komen “logeren”, omdat hij vele mensen liet onderduiken in zijn huis naast de kerk. De Sicherheitsdienst kwam er achter en wou hem daarvoor oppakken. Maar na een mislukte overal op mijn ooms huis op 4 maart 1944, dook mijn oom onder bij ons in Amsterdam. Desondanks weerhield het hem niet om stil te zitten. Hij ging stiekem werken voor de toen nog illegale krant Trouw en hij was betrokken bij een overval op het huis van bewaring aan de Weteringschans, die helaas mislukte. Toen hij een keer onderweg was naar een bijeenkomst werd hij opgepakt. Op 12 februari 1945 werd hij samen met zeven andere verzetsstrijders waaronder Walraven van Hall op de Jan Gijzenbrug in Haarlem doodgeschoten. Hendrik Roelof de Jong. Het is vanaf die dag dat ik zijn werk wou voortzetten. Vanaf die dag, dat ik wist wat ik wou worden. Dominee.’ Het is te zien hoe hij na jaren nog steeds de pijn voelt alsof het gisteren was. ‘Zeg Noor, wat vind je ervan als wij een keer met z’n tweetjes naar zijn graf gaan in de duinen bij Zandvoort?’ ‘Ja natuurlijk, opa.’

Het is herfst geworden. Ik loop naast mijn opa in het park. Eén opa-stap is twee Nora-stappen. Mijn opa heeft altijd een hoed op als hij naar buiten gaat samen met zo’n grote lange beige regenjas. We stoppen met lopen en gaan zitten op een bankje dat uitkijkt over het meer. Gouden bladeren dansen om ons heen.

Opeens valt er een schaduw over ons heen. Er staat een grote brede vrouw met mannelijk kort blond haar in een verzorgingstenue voor ons. Haar tenue zit zo strak dat als je naar haar kijkt je bang bent dat met één beweging haar hele tenue ontploft. ‘Het eten staat klaar in uw kamer, meneer van der Boom. En zorg dat u uw medicijnen inneemt. U moet niet denken dat ik dom ben. Ik weet dat u ze stiekem weggooit als u denkt dat ik niet oplet!’ Ik kijk verbaasd mijn opa aan. Hij lacht schuldig. Er gaat een pieper af bij de verzorgster, ze geeft ons nog een strenge blik en loopt vervolgens weg. ‘Opaa!!’ Hij begint nog breder te glimlachen. ‘Wat? Heb je niet gezien hoe suf die oudjes er bij zitten. Ja lekker makkelijk voor die verzorgsters, maar ik vertik het om mij te onderschikken aan hun regime. Zo makkelijk komen zij niet van mij af!’ Ik begin te lachen ‘..van hem heb ik dus mijn koppigheid..’

‘Of ik ergens spijt van heb? Op mijn leeftijd heb je zeker iets waar je spijt van hebt. Chris, ik ga eerlijk met je zijn. Toen ik met je oma trouwde, wist ik eerlijk gezegd niks van seks af. Laat staan iets van het vrouwelijk geslacht. Daar werd thuis niet overgepraat. Iedereen ging er min of meer vanuit dat je het wel wist. Ik wist niets over het orgasme van een vrouw. Ik wist niet eens dat het kon! Dus je kan je wel voorstellen dat de huwelijksnacht tussen oma en mij niet zo makkelijk ging. Aan jouw oma was ook niks verteld over haar geslachtsorgaan. Zij heeft mij ooit verteld dat de dag dat ze voor het eerst ongesteld werd dacht dat zij dood ging. Niemand had haar verteld dat zij op een gegeven moment een leeftijd bereikt waarbij dit natuurlijk verschijnsel gebeurt. Je oma wist zelf ook niet dat zij een orgasme kon krijgen. En eerlijk gezegd was ikzelf ook niet een avontuurlijke Columbus op seks gebied. Ik had niet het lef om op onderzoek uit te gaan. Je oma wel. Anoniem je problemen googelen en je vragen stellen kon niet. Wij moesten naar de bieb. Andere mensen vertellen over je problemen. Ik was predikant. Ik kon het niet. Pas later begreep ik de dingen beter. Hoe het voor haar geweest moest zijn. Te laat. Zij vond het bij een ander. Als mijn oudste kleinkind ben jij de eerste die zonder schaamte in vrijheid over alles praten kan met je moeder.’

Tijdens het eten razen oordelen door mijn hoofd. De vrijheid om vrij te praten die vanzelfsprekend voelt, voelt nu voor het eerst ongemakkelijk. Deze kant van mijn opa kende ik nog niet Terwijl ik deze openbaring met het eten verwerk, discussiëren opa en ik verder over alle verboden onderwerpen die je maar aan tafel kan bespreken. Zoals politiek.

Als we klaar zijn met eten zie ik dat mijn opa de bijbel pakt. ‘Opa.. voordat u gaat lezen, zou u aan mij kunnen zeggen waarom het geloof zo belangrijk voor u is? Hij kijkt even voor zich uit met de bijbel in zijn handen. ‘Ik kom uit een generatie van dominees, als klein kind ben ik ermee opgegroeid. Maar ik vormde ook mijn eigen relatie met God. Een intieme relatie. Een beste vriend. Toen ik net gescheiden was van je oma, had ik het erg zwaar. Überhaupt scheiden was al erg toen, maar als dominee gescheiden zijn? Wie neemt mij nog serieus? Hoe kan ik nu nog verder gaan? Op een dag kreeg ik een telefoontje of ik kon spreken bij een congres in Engeland. Ik zou de eerste week verblijven bij een vriend van mij in Rugby. Met tegenzin zei ik ja. Maar de eerste week bij mijn vriend zal ik nooit vergeten. Hij bracht mij naar een beroemde kerk The Coventry Cathedral; een kerk die is gebombardeerd door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog hebben ze besloten deze kerk niet te herbouwen maar juist als een ruïne te laten. In plaats daarvan hebben ze een nieuwe kerk er naast gebouwd. Toen ik dit zag, was ik zo geraakt. Het voelde voor mij echt alsof God dit aan mij openbaarde, mijn ogen opende. Opeens viel alles op zijn plek. Mijn gebroken hart die ik steeds probeerde te helen, liet ik staan als ruïne, als eerbetoon. En bouwde naast de ruïne een nieuw hart, een nieuw leven.’

Landschappen flitsen voorbij.
Ik zit in de tijdmachine terug naar huis.
Terug naar het nu.
Terug naar de werkelijkheid.

Mijn opa herkent mij niet. Hij herkent niets. Hij heeft Alzheimer. Ik ben als een vreemde bij mijn opa geweest. Zo is het echter hoe ik hem mis. Zo is het hoe ik levend afscheid nam.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch