Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Tenminste houdbaar tot

Door Dorien Bellaar

Een open deur. Hoe en waarom weet niemand. Mensen gaan voorbij, waaien af en aan door de ontluisterende straat. Niets gehoord. Niets gezien. Niemand heeft oog voor een open deur naar het duistere script van een goede dramaserie. Alleen een couscous-hond steekt zijn neus in andermans zaken, tot net over de drempel. De harde haren van de besmeurde deurmat jagen hem verder langs de geveltuin waar hij de stekeligheden gauw van zich af plast. Rood-wit lint ontbreekt. Geen zwarte schermen. Noch witte pakken. Dit drama krijgt pas zeven, acht dagen later vorm in een twaalfregelig bericht op pagina negen van de stadscourant. Niks geen poëzie. Dit rijmt niet met de rode konen van mevrouw Weena, haar levenslust, haar liefde voor haar medemens. Nooit een oordeel, altijd een glimlach. Mevrouw Weena is onsterfelijk. Te lief om dood te gaan.

‘Weena. Met wie spreek ik?’ Het snoer van de grijze huistelefoon dwingt mevrouw Weena in een ongemakkelijke bocht. Ze merkt het nauwelijks. Zijn stem kriebelt donkerbruin in haar oor.

‘Dag lieverd, ben je daar?’

‘Frans, hoe is het met je, lieve Frans? Ik mis je zo. Het is zo stil in huis. Waar ben je nu?’

‘Het is mooi hier lieverd. Strijklicht over de rozentuin, de vogels zingen zich de longen uit het lijf en iedereen is aardig voor elkaar. Tante Nel speelt viool en er zijn druiven en Franse kaasjes. Wil jij ook een glaasje port? Heerlijk. Ik wil je natuurlijk niet jaloers maken, maar het is werkelijk heerlijk hier. Ja, ik mis jou ook. Wanneer kom je naar me toe Anna, lieve Anna? Lieve Anna Maria Weena?’

Mevrouw Weena nipt dapper van haar port, de ogen vochtig. De keuken moet nodig gepoetst. Hoe gaat het nu met Alie, is ze al weer thuis? De jongste van Yves en Fatima gaat morgen voor het eerst naar school. Spannend. Niet vergeten om wc-papier te kopen nu het in de bonus zit. ‘Ben je daar nog, Anna? Anna?’ Mevrouw Weena rommelt in de buffetkast. Gelukkig staat er nog een nieuwe fles. Het glas is altijd halfvol. Ook als haar zoon weer vier maanden in een ver buitenland is voor zijn werk, dappert mevrouw Weena door. Mathijs heeft een prachtig leven. Hij is razend slim. Een man van de wereld. Hij heeft haar geen kleinkinderen gegeven, maar daar kan hij niets aan doen. Hij brengt wel altijd een souvenir mee. Haar trots waaiert aan de muur in Indisch blauw met okergeel en bruin. Zijn oude speelgoed heeft ze altijd bewaard. Tegen beter weten in. Ze praten er niet over. Dan is het er ook niet. Wat valt er ook over te zeggen? Ze legt haar hoofd achterover. Als ze straks wakker wordt, is de scherpte er een beetje vanaf.

Drie dagen nu. Drie dagen al krijgt hij geen contact met zijn moeder. Meestal belt zij hem. Vaker dan hem lief is. Maar hij neemt altijd op. Nu belt hij haar. Tevergeefs.

Ze ruikt de rozentuin al. Anna waadt met het water tot haar middel naar de overkant. De port gulpt over de rand van haar glas.

Hoe werkt dat? Hij weet niet eens of ze vriendinnen heeft. Nieuwe vriendinnen. De vriendinnen van vroeger leven niet meer. Eentje nog, maar die woont in Spanje. Hij heeft haar nummer niet. Of kennissen. Buren. Ja, die heeft ze natuurlijk. Maar hij kent ze niet. De politie is je beste vriend. Ze stellen vragen. Hij kan ze niet beantwoorden. Hij weet het niet. Ze gaan polshoogte nemen. Nee, hij is zelf nog niet naar haar huis geweest. Hij kan het niet.

Geen spoor. Een open deur. Geen sporen van braak. Geen reden om uit te gaan van een misdrijf. Buurtonderzoek heeft geen concrete aanwijzingen opgeleverd. ‘Uw moeder is geliefd in haar straat. Veel buren kennen haar.’

Een meeuw schaterlacht totdat het water aan haar lippen staat. De geruisloze nacht omarmt haar. ‘Frans? Frans, ben je daar? Bewaar een stukje brie voor me, lieverd.’

De straat is er stil van. Plassen van de regen langs en op de stoep. Slurpende putjes. Eindeloos grijs. Mathijs steekt de sleutel in het slot. De deur klemt. Hij zet zijn schouder ertegenaan. De deur gaat niet verder open dan op een kier. Zes dagen post. Hij raapt de enveloppen, kranten op. Zijn jas houdt hij aan. Het is kil in het levenloze huis. De halfvolle melk is over datum, de cassis prikloos. Een fles Kopke is het enige wat hij kan vinden. Hij bladert door de reclamefolders. Dat maakt hem altijd rustig. Nu ook. Alleen zijn ooglid trilt. Ze zeggen weleens dat je dan moe bent, of gestrest. Hij sluit zijn ogen, legt zijn hoofd achterover. Is hij een slechte zoon geweest? Heeft hij zijn moeder te weinig opgezocht. Dat begreep ze goed. Zijn werk is belangrijk. Ze vroeg er altijd naar. Anderen vertelde ze er met trots over. Had hij vaker langs moeten gaan? Had hij dan op tijd in de gaten gehad dat er iets aan de hand was. Wás er iets aan de hand?


Lichaam vermiste vrouw (83) gevonden. Het lichaam van de vermiste vrouw in Amsterdam-West is in het IJ nabij het Paleis van Justitie gevonden door een voorbijganger. Er is volgens de politie geen sprake van een misdrijf. Tijdens de hervatte zoekactie maandag, vond de politie omstreeks 18.30 uur een lichaam in het water. Na onderzoek is vastgesteld dat het gaat om de vrouw uit de Staatsliedenbuurt die sinds drie vrijdag vermist werd. De politie heeft aan de hand van camerabeelden van het Paleis van Justitie geconcludeerd dat de vrouw waarschijnlijk in verwarde toestand te water is geraakt en zo is verdronken. Het onderzoek is afgesloten.

Hij legt de krant naast zich op de bank. Verdoofd. Leeg.

‘Anna! Anna Maria Weena, daar ben je dan!’ Hij is blij haar te zien. Met open armen stamelt hij op haar af. Zijn linkerbeen sleept nog steeds een beetje.

geen reacties
0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam