Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Terreur

Door Gerda Geertens

Terreur

Ze hebben een flexibel schedeltje en een lijfje van elastiek las ik op internet. Ze wurmen zich door de kleinste gaten. Als het koppie past lukt de rest ook wel. Nou niet, tenminste niet bij mij. Maar dat komt later.

Een muis in huis. Al een paar weken duurde het. En het voelde niet meer of minder dan terreur als ik voor de zoveelste maal opschrok van een vermeende beweging ergens in mijn ooghoek. Maar ik woon vijf hoog. Uit puur ongeloof bleef ik te lang in een staat van ontkenning. Tot ik tenslotte midden in de kamer een beestje wat zag talmen voordat het wegschoot naar ik weet niet waar.

En ook toen nog probeerde ik te reageren als een lotgenoot op twitter. Die schreef binnen de marge van 140 tekens van zich af: ‘ik zag een muis in mijn kamer, ben er met de rug naar toe gaan zitten. Misschien helpt het.’

Twee jaar geleden overleed mijn kat die uren kon zitten mediteren boven een gat in mijn balkon. Zo heeft hij mij misschien wel jarenlang beschermd tegen de muizenterreur.

De deur naar het balkon deed dat in elk geval niet. Al langer dan een jaar probeerde ik de woningbouwvereniging te overtuigen dat er toch echt een nieuwe nodig was. Vanwege het kromgetrokken en hier en daar rottende hout was de deur niet meer te sluiten.

Een grote opluchting was het dat ik tegelijkertijd met het frequente bezoek van tenminste één muis te horen kreeg dat er een grote renovatie van het wooncomplex waar ik al meer dan dertig jaar woon te gebeuren stond.

Ongeveer twee weken geleden werden een paar gloednieuwe balkondeuren geplaatst. Heerlijk om mij weer potdicht af te kunnen sluiten voor alle kou en ongrijpbare gebeurtenissen in de wereld. De muis was vast wel op tijd terug gegaan naar zijn nest in het gat van het balkon. Toch?

Maar toen begon het pas echt.

Geschuifel in de nacht, geknaag. Zoveel lawaai in de vroege ochtend dat ik er wakker van werd. Knaagresten overal van alles wat kennelijk eetbaar was. De nieuwe kat van de buren stond mauwend aan de deur maar ging er even hard mauwend weer vandoor toen hij de stand van zaken binnen kennelijk als onhoudbaar had beoordeeld.

Terreur is angst die tussen de oren zit. Angst die alles wat je ziet en denkt vervormt. Elke rilling van je huid een muis.

Elke beweging in je ooghoek een muis die wegschiet naar z’n nest. Elk geluid een trippelende muis. Soms verbeeld ik me zelfs dat ik ze hoor ademen.

Terreur is angst die wordt gevoed door je eigen gedachten. Daarom is ze ook een knop die je om kunt draaien met behulp van heel andere gedachten.

Actie. Allereerst de goedbedoelde tips op internet waarmee je muizen zou kunnen verjagen.

Uien neergelegd op de plekken waar een muis zou kunnen komen. Eucalyptus olie sprenkelen. Zwarte peper. Een apparaatje dat ultrasoon geluid voortbrengt. Niet te controleren natuurlijk. De muis bleek tenslotte nergens van onder de indruk.

Grote schoonmaak. Elk ongemak levert wel iets goeds op. Ik vond mijn lang verloren motivatie voor een degelijke huishouding terug. Lang verwaarloosde hoeken in het huis eens goed schoongemaakt. Alles wat eetbaar is in voorraad dozen.

Tenslotte het kastje van oma. Het was haar enige bezit behalve een bundeltje kleding dat ze in het kastje bewaard toen ze trouwde na jarenlang te werken als dienstmeid sinds ze de lagere school had afgesloten. Het kastje is oud, niet meer goed af te sluiten, maar het is me lief. Het zet mijn eigen leven in perspectief.

Onderin is het kastje met horizontale planken in drieën gedeeld. Daarboven een lade zonder handvat. Je moet van onder binnen in het kastje de bodem van de lade aandrukken om het open te kunnen schuiven. In de bodem van de lade op zo’n 5 cm van de voorkant een gat waar je wijsvinger net niet door past.

Op de bovenste plank van het kastje zag ik de aangevreten plastic zak met eierkoeken en ook nog net hoe een muis omhoog sprong in de richting van het gat in de lade. Met bonzend hart zette ik de deurtjes die ik zo snel mogelijk had gesloten weer op een kier toen het me lukte de knop van de angst in de tegenovergestelde richting te draaien.

Een amechtig hangend staartje zag ik. Denkt hij nou echt dat hij zich goed verborgen heeft? Ik gaf eindelijk aan mezelf toe dat domweg verjagen van het dier een gepasseerd station was. Tijd voor de ultieme actie. De val. Diervriendelijk natuurlijk.

Een vriendin met muizenervaring gaf me een stalen kooitje waar een muis wel in kon kruipen naar een lekker hapje pindakaas, maar niet eruit. Ik schoof de val onderin het kastje. De avond viel, de morgen kwam. De val was onaangeroerd na een stille nacht waarin ik voor het eerst sinds een tijd zonder onderbreking had geslapen. Maar nog steeds zag ik dat amechtig hangend staartje door de kieren van de kastdeurtjes.

Er zat niets anders op. Kijken hoe de muis zich in de la had verstopt. Dit vroeg om een strategie. De val klaar zetten om de muis in te stoppen als ik hem te pakken zou krijgen. Een plastic zak klaar om de val met muis te vervoeren naar een veldje vanwaar hij nooit de weg terug naar het nest zou vinden .

Plastic handschoenen aan. Voorzichtig schoof ik de la een eindje open. Een donker bolletje opgerolde handschoen. Nee dat was niet het muizenlijfje dat ik verwachtte. Maar waar dan? Het staartje begon vervaarlijk te zwiepen. Het gat in de lade. Daar zag ik opeens niet meer dan een piepklein muizensnuitje in steken. Klem. Met een uitdrukking ergens tussen verwondering en gene. Of spiegelde ik alleen maar mijn eigen eerste reactie? Ik realiseerde me dat het beestje daar een middag en een nacht lang dank zij mij in een uiterst onhandige pose aan zijn kopje heeft gehangen. Toen ik eindelijk goed om de hoek van de kastdeurtjes durfde kijken zag ik voorbij het staartje een machteloos spartelend muizenlijfje hangen. Elastisch hè. Past door de kleinste gaatjes hè. Nou deze niet. Het enige wat ik kon doen was het laatje zover opentrekken dat ik van daaruit een reddingsoperatie kon beginnen.

Het kopje leek vertrokken in een grimas van geluidloos schreeuwen. Ik pakte het bolletje handschoen en drukte daarmee het kopje in de richting van het bungelende lijfje. Zo druk je iemand een kussen in het gezicht om hem te laten stikken.

Aan de andere kant van het gat greep ik met mijn plastic gehandschoende hand zo stevig mogelijk het spartelende lijfje vast. Zonder te kijken duwde ik het in de val. Met de val onzichtbaar in een vuilniszak naar een braakliggend veldje in de buurt gefietst. Hoe verwond, hoe getraumatiseerd zou het dier zijn? Toen ik de val in het gras zette bleek het ‘alive and kicking’ doodgemoedereerd te snoepen van de appeltaart waarmee ik hem de dag daarvoor in mijn oma’s kastje in de val probeerde te lokken. Ik moest behoorlijk schudden met het luikje open om het dier te bewegen het gemak van warmte en voedsel in een mensenhuis voorgoed vaarwel te zeggen.

Toen ik terug kwam leek het stil in huis. Maar ik had teveel gezocht naar muizenproblemen op internet. Vanaf elke webpagina die ik opende grijnsde een muizensnuit en schreeuwde ongevraagd het woord ‘muizenplaag’ me toe.

Was dat de aankondiging voor meer?

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch