Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

The morning after

Door Marielle Boersen

Haar haar is een woestenij. De afgelopen nacht heeft zich vertaald in pieken en plukken. Bovenop haar hoofd is een vogelnestje van lichtbruine krullen ontstaan. Product van één nacht, best snel. Hij krijgt zin er een ei in te leggen. Als grap, om haar aan het lachen te maken. Ze is zo serieus.
Ze hadden de liefde bedreven als wilgenkatjes, in elkaar verstrengeld en gekleefd. Met een noodzaak die hem dan weer beangstigde dan weer aanmoedigde. Haar mond omvatte de zijne alsof ze hem wilde bezitten, vermorzelen, claimen. Magneten die aantrokken en botsten, afstootten. Ketsen is een mooi woord.
Haar lichaam kronkelde zich als in een worstelwedstrijd. Haar benen omklemden de zijne tot het pijn deed. Ze kwam klaar met een kreun die eerder een zucht van teleurstelling leek. Alsof de taak voldaan was, niet zij.

De sinaasappelpers wekt haar. Hij ziet dat ze één oog opent en daar spiedend mee rondkijkt om op hem te blijven hangen. Vanuit de open keuken, zo noemt hij het gasstelletje in de kamer graag, kijkt hij terug. Het is of ze schrikt, zich betrapt voelt. Ze herstelt zich, doet haar andere oog open, rekt haar armen boven haar hoofd en gromt een ‘mogge’.
Ze heeft okselhaar, dat zie je niet vaak meer. Het geeft haar iets natuurlijks, iets primitiefs. Toch houdt hij meer van verzorgd. De barbaar in hem is reeds lang gestorven. Waarschijnlijk bij een voorouder 15 generaties terug, of langer. De huidige moderne maatschappij heeft hem vervormd tot een wezen dat slechts in perfectie geïnteresseerd is. De maakbare wereld. Als het kan, waarom niet.

‘Goedemorgen, mevrouw. Lekker geslapen?’
‘Ja hoor, jij?’ Het ‘jij’ komt te snel. Hij mag niet verder vragen. Hij moet niet denken dat haar fysieke openheid van afgelopen nacht hem enig recht geeft op inzage in haar bestaan.
‘Hoe wil je je eitje?’ Op haar bord, gewoon op haar bord. Zijn eerdere suggestie voor plaatsing laat hij varen. Eierdopjes heeft hij niet.
‘Maakt niet uit. Ik eet ’s ochtends nooit zoveel.’
Is dat een nee?
‘Dan krijg je een harde.’ Het klinkt raar, zeker na vannacht.
‘Geroosterde boterham?’
‘Wat jij wilt.’
Wat jij wilt, wat krijgen we nou, alsof madam ineens geen mening meer heeft na hem vannacht in een wurggreep te hebben gehouden. Als ze het had gekund, had ze hem alle hoeken van de kamer laten zien. Ze had zich beperkt tot zijn bank die diende als bed, en tot de grond toen ze er afvielen.

Hij betast even zijn achterhoofd. Ook daar een ei. Het lijkt wel een thema. Van de tafel, toen ze vielen. Een kleintje maar.
Hm. Vanochtend valt alles in seksuele termen te vertalen. Ze doet iets met hem. Hij kijkt haar peinzend aan. Ze kijkt vragend terug.
Hij schudt zijn hoofd.
‘Marmelade, kaas?’
‘Is goed. Nogmaals, doe niet teveel moeite. Een kop thee is meer dan genoeg.’
Ze heeft iets onbereikbaars, ongrijpbaar. Niet hard to get, meer iets vluchtigs. Alsof ze niet bestaat in deze wereld, er ergens boven hangt. Een andere tijdsdimensie wellicht. Een heks uit de 17e eeuw.

‘Heb je muziek?’
‘Een platenspeler.’ Weer helemaal trendy. ‘Wat wil je horen?’
‘Heb je iets jazzy-igs.’
Geen kenner, dat is duidelijk.
‘Miles Davis, Herbie Hancock, Thelonious Monk, zeg het maar.’
‘Doe die laatste maar.’
Ze weet niet eens zijn naam uit te spreken.

Hij voelt zich naakt als hij naar de platenspeler loopt. Niet omdat hij dat is, het is meer. Het is alsof ze door hem heen kijkt, zijn meest gênante herinneringen ziet, zijn foutste gedachten, zijn ingewanden.
Hij zet Brilliant Corners op.
Bij de eerste noten kijkt ze hem verschrikt aan. Ze slikt, maar zegt niets.

Er valt niets te zeggen. Het voelt onbestemd, alsof de lucht verkoelt.
Hij loopt naar het gasstel, haalt het pannetje met eitjes eraf, doet het onder de koude kraan en laat nu de eitjes schrikken.
‘Vind je het goed als ik even ga douchen?’
‘Ga je gang.’ Graag, heel graag, ga weg.
Ze houdt haar kleren met één hand voor haar bilnaad, de andere hand voor haar flamoes. Een beter woord is er niet. Een woestenij, ook daar.
Hij was gisteravond te dronken om zich er iets van aan te trekken. Zich laten aftrekken kwam eerder in hem op. Slechte woordgrap.
Dat zorgt natuurlijk ook voor dat naakte gevoel, bedenkt hij. Zijn gladgeschoren lijf kwetsbaar in het daglicht terwijl zij zich kan verschuilen achter haar bossage.
Hij krijgt zin de kraan aan te zetten. Omdat hij weet dat de geiser het dan niet trekt het douchewater te verwarmen. Hij wil haar wakker schudden, de trut, de zelfgenoegzame bitch. Ligt daar op zijn slaapbank, voelt zich te goed om zich te scheren, te goed voor zijn eitjes. Wil waarschijnlijk zo snel mogelijk weg. Hij moet op zijn spullen letten, dat ze niets meeneemt.
Hij vult de waterkoker voor thee en wacht op protesterend gegil. Niets.

Hij schuift zijn boeken aan de kant en zet twee bordjes op tafel. De geroosterde boterhammen, sinaasappelsap, marmelade, kaas. Laat haar zelf maar kiezen. Twee mokken, waarvan één met barst. Hij is de kwaadste niet, hij zal die wel nemen.

Ze komt teruglopen met zijn handdoek om haar hoofd. Ze heeft zich aangekleed.
‘Je shampoo is op.’
Dat zal jij dan wel gedaan hebben, trut.
‘Had je nog wel genoeg?’
‘Ja, dat ging wel.’
‘Oké. Ga lekker zitten.’ Dan kan hij zich aankleden. Hij wil niet douchen, haar niet alleen laten, maar hij kan niet zo in zijn nakie tegenover haar plaatsnemen.

Ze schuift op de plek van de gebarsten mok. Hij wisselt ze om. Ze kijkt hem verbaasd aan. ‘Joh.’
‘Ik kom er zo aan.’ Murmelt hij. Onzintekst. Als hij niet gaat douchen, hoeft hij de kamer niet uit om zich om te kleden.
Nogmaals, ze doet iets met hem. Hij heeft zich nog nooit zo onbeholpen gevoeld, als een kind. Alsof hij nooit vrouwen hier over de vloer heeft. Alsof het haar appartement is en hij slechts een vreemde, op bezoek.

‘Ik begin vast. Ik heb honger als een beest.’
Wat is er gebeurd in die douche?
Ze zet haar tanden in het brood dat krakend en knisperend protesteert.
Hij kan wel wat afleiding gebruiken, dat zij afgeleid is, bedoelt hij. Bij de bank slash het bed liggen zijn kleren. Hij bukt zich met zijn billen zijwaarts gericht. Hij gunt haar geen fantastisch uitzicht. Vervolgens loopt hij naar de kast voor een schone boxer. Had hij natuurlijk eerst moeten doen. Hij schiet snel in de donkerblauwe boxer en gluurt opzij. Ze lijkt gefocust op het ontbijt. Na de eerste boterham met marmelade, is nu de kaas aan de beurt. Ze laat toch nog wel wat voor hem over?
Hij trekt zijn spijkerbroek aan en toch maar een schoon t-shirt.

‘Moet jij je niet douchen?’
‘Nee, dat doe ik straks wel.’
‘Oh, vreemd.’
‘Nou, jij hebt je onderbroek van gisteren aan.’
‘Ik heb geen alternatief, jij wel.’
‘Mijn alternatief is dat ik straks ga douchen, niet nu.’
‘Maak je niet druk. Ik zeg alleen dat ik het vreemd vind. Het is jouw leven.’

‘Ga je nog wat leuks doen vandaag?’ Vraagt hij omdat de stilte zo bevestigend is.
‘Ik wil eigenlijk wel shoppen. Als ik hier kom wonen, wil ik toch wel iets aan de inrichting doen.’
Pardon?
Paniek schiet in zijn keel. Ze kijkt hem doordringend aan. Hij ziet ineens dat ze een beetje loenst. Ze heeft een grote neus. Een puistje op haar kin.
‘Geintje, ik ben zo weg. Ik weet nog niet wat ik ga doen vandaag.’

Als ze na een eindeloze tien minuten de deur achter zich dicht trekt, kijkt hij even uit het raam. Of hij een bezemsteel door de lucht ziet vliegen. Hij grinnikt als hij aan de overkant een zwarte kat ziet zitten. Dan is ze daar vast in veranderd, zo’n harig monster.
Er lopen slechts een paar mensen op straat. Het waait hard. Hij besluit vandaag binnen te blijven. Op de achtergrond draait nog steeds Thelonious Monk, het nummer ‘I surrender, dear’, zijn favoriet.
Neuriënd gaat hij weer aan tafel zitten. Hij neemt een slok van zijn inmiddels lauw geworden thee uit de mok met barst. Het smaakt anders. Hij voelt zich moe worden. De nacht was lang en heftig.
Hij hoort niet meer dat de deur opengaat.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch