Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Tot morgen

Door Patrick leemans

Lief Dagboek,

Het is een tijd geleden, maar daar is een goede reden voor. Ik heb nog nooit zolang geen zin gehad om je te schrijven…

Het grote nieuws ken je natuurlijk nog niet, want ik moet je dat elke keer vertellen, maar het is een feit: de wereld gaat eraan. Met alles en iedereen er in. Geen uitdrukking, krachtterm of metafoor, het is echt. Op het nieuws gaat het nergens anders meer over.

Er komt een vernietigende komeet op ons af, eentje die ongeveer 30 x zo groot is als de Aarde. Binnen nu en drie jaar klapt die bovenop ons en is het afgelopen. Over en uit, niemand zal overleven. Als je aan de kant van de impact zit, ben je op slag dood. Zit je toevallig op het andere deel van de wereldbol, dan zullen de schokgolf en vuurzee je verpulveren. We hebben geen schijn van kans. Althans, dat zeggen de experts. En die zullen het wel weten. Toch?

Ik kan het eigenlijk nog steeds niet geloven. Stopt het leven zoals wij het kennen? Kan geen plant, geen dier, zelfs geen bacterie ontsnappen? Houdt de mensheid op te bestaan? Zijn we na al die eeuwen niets opgeschoten ten opzichte van de uitgeroeide dinosaurussen? Blijkbaar niet. We zijn uitstervende, er zit een houdbaarheidsdatum op ons geplakt. En het ergste: we weten nu al wanneer die afloopt en er niets aan te doen is.

Ik ben bang. Iedereen is bang. De dood was altijd iets wat je lekker voor je uit kon schuiven. Zorgen voor morgen. Nu is het een moeilijk proefwerk of bezoek aan de tandarts: je kunt het proberen te ontwijken of negeren; vroeg of laat moet je er toch aan geloven. Vroeg dus. De datum is bekend. Er is geen ontkomen aan.

Omdat ik gedwongen word erover te denken, grijpt de paniek me soms naar de keel. Ik krijg letterlijk geen lucht meer. Muziek luisteren helpt, net als praten met mijn vriendinnen en schrijven met jou.

Mijn vader praat er niet over. Hij kijkt zwijgend het nieuws, bij het eten is het akelig stil. Het tikken van de klok zorgt voor de meeste sfeer aan tafel. Gisteren huilde hij, toen hij dacht dat ik het niet zag. We keken Palco’s talkshow en ‘hoe leggen we dit uit aan onze kinderen?’ was de vraag die gasten en bellers moesten beantwoorden.

Tsja. Goede vraag.

Hoe nu verder?

Weet jij het? Weet ik het?

Weet iemand het?

Één ding weet ik wel: mijn vader huilt, omdat hij beseft dat hij ons hiertegen niet kan beschermen. De nachtmerrie van iedere ouder. Want dat doen ze het liefste, nietwaar? Je kapot knuffelen. Je in een cel met manshoge ramen, zachte muren en pluche tralies stoppen. Ze proberen altijd al het kwaad van de wereld van je weg te houden. Maar wat als het kwaad buitenaards is? En er met zo’n snelheid en kracht aankomt, dat je met de grootste wil er niets aan kunt veranderen? Dan kun je niet je schouders ophalen en overgaan tot de orde van de dag, want de dagen houden op en de orde dreigt uiteen vallen. Het is…aftellen. Ja, zo moet ik het noemen. Aftellen tot de Grote Knal.

Ironisch hè? Het leven begon met een ‘big bang’ en eindigt ermee. De cirkel is rond, net als de Aarde, nog meer symboliek. Je zou er de humor van kunnen inzien, maar mama doet dat niet. Zij lacht niet meer. Ze is, net als de buren, constant eten aan het inslaan. Tenminste, als ze niet op internet naar ‘oplossingen’ zoekt.

Sommigen beweren dat die er zijn. Religieuze groeperingen hebben het bijvoorbeeld over ‘zuiveringen’, een alternatieve zondvloed. We kunnen ons redden door het goede pad te kiezen en op het laatste moment bij hen aan te sluiten. Dat houdt in: massaal zelfmoord plegen, voordat de steen valt. Zo blijft ons leed bespaard en reserveren we een alvast plaatsje in het hiernamaals.

Okay.

Er zijn ook positievellingen. Zij hebben het over ‘De Grote Ontsnapping’. De Aarde wordt helemaal niet geraakt. De metingen kloppen niet, de genoemde datum is verkeerd, ‘we verzinnen er wel wat op’. Een laserstraal, bom of raket. Het leger vernietigt de komeet voordat-ie kan inslaan. We zouden ons druk maken om niets, er wordt onterecht paniek gezaaid.

Of deze, en die las ik een paar keer: het is een truc van overheidsinstanties. Zij willen er met valse berichtgeving voor zorgen dat mensen er vroegtijdig ‘uitstappen’ – wat een gek woord voor zoiets ingrijpends, het is toch geen bus? – zodat de wereldbevolking afneemt. En je bent een ‘oelewapper’ – wat is dat dan? – als je je nu van het leven berooft, want straks gaat het ‘feest der overlevenden, in de overgebleven schatten der Aarde’ lekker door. Zonder jou. ‘Laat je niet beetnemen!’.

Ik weet niet wat ik moet geloven. Ik weet wel dat het menens is. Presidenten met tranen in de ogen, koningen met troostende boodschappen voor hun volk, geestelijken die er met honderden tegelijk ‘uitstappen’.

Op school praten we over niks anders meer. In de lokalen, gangen en op de pleintjes gaat het over ‘Deadline Day’. Media gebruiken volgens mij met opzet de term ‘Dag des Oordeels’ niet. Dat klinkt te definitief. Leraren en leraressen staan met hun bekken vol tanden en meldden zich ziek. De meesten kunnen de antwoorden niet aan. Onze vragen worden feller, de verwijten ook.

Gisteren ontplofte er een vuurwerkbom in de hal, bij de jassen. Overal glas, het rookalarm ging af, een lerares huilde. ‘Bedankt dat jullie ons op deze kansloze wereld hebben gezet!’, stond er op de muur geschreven. Niemand zei het, maar volgens mij weten we allemaal wie dat gedaan heeft. Ik heb hem al een paar dagen niet gezien.

Gelukkig raakte er niemand gewond, maar de chaos verspreidt zich. Nu al rijden mensen zich te pletter op snelwegen, met een afscheidsbrief op de passagiersstoel. Daken van flatgebouwen zijn afgesloten, omdat hulpdiensten het aantal springers niet aankunnen. Er zijn massale vechtpartijen in cafés en op feestjes, mislukte en geslaagde bankovervallen. ‘We’ weten er duidelijk niet mee om te gaan.

Het is niet makkelijk. Wat moeten we doen? Het leven vervloeken of juist koesteren? Treuren of juichen? Krijsen uit angst of plezier? Genieten van de laatste maanden, of die gebruiken om openstaande rekeningen te vereffenen? Ook ik ben er nog niet uit…

Opties te over, maar ze voelen allemaal even slecht. Mijn hart zegt telkens wat anders dan mijn verstand. Egoïsme? Ja hallo, mag het, ik ben verdorie nog maar een puber!

Ik heb het gevoel dat de duivel achter me aanzit en hij steeds dichterbij komt, hoeveel gas ik ook geef. Het is niet eerlijk. Keuzes waar je normaal gesproken een heel leven over kan doen, moet ik nu ineens overhaast maken. Aan de andere kant, wat maakt het uit? Het is niet zo dat ik nog veel tijd heb om spijt van een beslissing te krijgen. Ook zal ik niet lang met een fout hoeven te leven…

Moet ik mijn spaarrekening plunderen en het geld verbrassen op een of ander tropisch eiland? Moet ik er op los gaan neuken (ahum), te beginnen met die jongen waar ik al weken niet op af durf te stappen?

Ik weet zijn naam niet eens…

Of moet ik juist een partner zoeken voor de lange termijn, die helaas kort zal zijn, en snel zelf kinderen krijgen? Om de genegenheid van een eigen gesticht gezin voelen, voor zolang het duurt?

Ik kan ook besluiten mijn laatste liefde met dít gezin, waar ik tenslotte nog deel van uitmaak, te delen. Met mijn ouders en broertje op wereldreis, om ze te bedanken voor de jaren die me wel gegund waren.

Er is nog zoveel te bekijken… Ik ken niet eens alle landen! Waar ligt Tuvalu? Of de stad Yakima? Google Maps, maar verder heb ik geen idee.

Duur zullen de reizen niet meer zijn, vermoed ik. ‘Komt dat zien! Komt dat zien, nu het nog kan! Alles voor de helft van de prijs! Op=op! Uitverkoop wegens permanente sluiting!’.

Ik probeer met de dag te leven, zo ver reikt de planning voorlopig. Verder denken bezorgt me hoofdpijn. Ik ga straks naar Yolanda. Misschien slaap ik bij haar wél.

Tot morgen.

PS: Hoe lang kan ik dat nog zeggen?

Tot morgen?

1 reactie

Hendrina

woensdag, 09:09

Ik hoop dat het fictie blijft, angst spat eraf

0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam