Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Toverdichter

Door Bertie Radt

Toverdichter

Eens is er een dichter, natuurlijk niet zomaar een dichter maar een toverdichter. Zodra je je ogen op zijn gedichten richt, ben je verkocht. Je lippen krullen omhoog, je begint te fluiten – iets waarvan je niet wist dat je dat kon – en je voelt een tinteling alsof er een veer over je voorhoofd aait.
Koning Malheur kijkt naar het scherm, trekt daarbij een wenkbrauw op. Linksboven het blauwe vogeltje. Nergens een foto van de koning, alleen afbeeldingen van een typende Jofel Monter, een Jofel Monter met een vulpen, of een Jofel Monter met een rij witte tanden. Koning Malheur staat op en klapt zijn laptopscherm dicht, zijn koffiekop wankelt.
‘Vanaf vandaag geen Jofel Monter meer op Twitter, Facebook of iets wat daarop lijkt,’ zegt de koning. De dienaar buigt zijn hoofd. De vorst wrijft in zijn handen, zijn edele voeten komen een stukje van de grond.
Jofel Monter haalt zijn vingers door zijn haar als hij het dwangbevel doorleest.
‘Hij zei niets over publiceren in de krant,’ zegt de dienaar met zachte stem. De dichter neemt de pen achter zijn oor vandaan en schrijft een vers van twee regels op de koningsenvelop, stopt deze in de borstzak van de man die hem met een pruillip aanstaart. De lip trekt ietwat omhoog, schouders draaien rond en met een huppelsprongetje verlaat de man het dichtershuis.
In het paleis huppelt de dienaar, net zoals de hele hofhouding – behalve als zij het vertrek van de hoogheid betreden. Daar vliegen krantensnippers en stukken van een laptop door de lucht.
‘Vanaf morgen bepaal ík wat er in de krant staat.’ Koning Malheur slaat met zijn vuist op tafel. ‘Vanaf morgen leest het volk míjn gedichten, vanaf morgen begint elke werkdag met een koningsgedicht!’
Noch groot noch klein leest de koningsverzen, totdat de vorst elke ochtend willekeurig mensen bij zich roept. Degene die het gedicht van de dag niet foutloos opdreunt zal zijn woorden nooit meer ten gehore brengen, zijn tong wordt terplekke afgesneden.
Jofel Monter kauwt op zijn pen, kijkt naar de mensen op straat, naar het schreeuwende vrouwtje die de hond van de buurman een schop verkoopt.
Jofel Monter schuift met zijn middelvinger onder zijn neus van links naar rechts, een zacht krassend geluidje is daarbij hoorbaar. Dan fluistert hij zijn kat letters, woorden, zinnen in het opstaande oor. Het spinnende dier springt van tafel, duwt het kattenluikje open. De toverdichter schuift van zijn stoel, zijn lijf kronkelt wat. Hij opent de deur, bekijkt zijn kat die miauwend zijn lijf tegen de grote eik strijkt. Hij bekijkt de vogels die fluitend van tak naar tak huppen.
De vogels vliegen naar de lindeboom op het schoolplein. De juf onderbreekt haar les, opent het raam en luistert naar de vogels – haar lippen krullen omhoog.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch