Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Twee borden voor één euro

Door Marijke Wieske

Pas in de bus voel ik mij op mijn gemak. De bos rozen leg ik voorzichtig op mijn schoot.

Bij de volgende halte gaat een man van begin veertig aan de andere kant van het gangpad schuin tegenover mij zitten. Zijn donkerblonde haardracht lijkt op die van de New Kids uit Maaskantje. Kort bovenop, lang aan de zijkant, tot op zijn schouders. Hij heeft een groot hoofd en helblauwe ogen, waar ik een paar keer onbedoeld ongegeneerd naar kijk. Nog een halte verder stapt er een jongere man in. De heren groeten elkaar. Ze blijken elkaar te kennen van het buurthuis en zijn beiden, net als ik, op weg naar treinstation Rotterdam Alexander.

De jongere man zit tegenover New Kid. Hij heeft een lichte, hese stem en een accent dat doet denken aan die van de eerste Rotterdamse nachtburgemeester.

‘Waar kom je nu vandaan dan?’, vraagt New Kid met de helblauwe ogen.

‘Van de kerk. Ze hebben me deze tas gegeven.’ De jonge Rotterdammer wijst naar de dunne plastic zak op de grond tussen zijn voeten. ‘Ik krijg dinsdag pas weer geld hè. Dus nu kan ik weer even eten. Dus dinsdag krijg ik zestig euro en daar moet ik dan een week mee doen. Het meest vervelend zijn dingen die je moet kopen, maar niet kunt eten hè snap je, zoals deodorant. Maar dat heeft de kerk mij nu gegeven. En ook sjowersjel. Kijk. En de vorige keer had ik wasmiddel. Nou, daar doe je zo 24 keer mee. En dan drie flessen, dus dat zijn zo 68 wasjes die je kunt draaien.’

‘Nou, daar kun je zo een jaar mee vooruit.’

‘Nou een jaar…zeker een paar maanden. Kijk, ik doe toch wel één of twee wasjes per week. Dus dat is dan toch zeker twee maanden dat ik geen wasmiddel hoef te kopen.’

‘Hoe gaat het verder met je?’

‘Ja goed. Schuldenvrij. Nu had ik geen schulden. Vroeger wel, toen kon ik zo 200 euro rood staan, maar dat schiet niet op hè. Maar budgetbeheer heeft me daarmee geholpen. Dat ik niet meer rood kon staan, snap je.’

‘En waar ga je nu naar toe?’

‘Nu even naar huis. Deze spullen thuisbrengen. En dan de bus weer terug naar Palet. Hé, kom je ook? Je ken daar eten voor één euro. Gisteren had ik daar twee borden voor één euro. Eén vegetarisch en één met pasta en balletjes. Daar ken je niet tegenop koken joh. Ze zijn vier keer in de week open; op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag. Maar op maandag kan ik nooit. Ik kook bijna nooit joh. Ja, af en toe bak ik een eitje of wat wokgroente in de pan. Of ik haal een blik spinazie en eet dat dan zo op. Heb je toch wat groente binnen hè.’

‘Ken je Vredenhof dan ook?’

‘Tuurlijk ken ik Vredenhof. Daar ken je eten voor drie euro. Die is wel op woensdag open. En dan heb je nog die ene bij Binnenhof. Die is zes euro, maar die is dan wel op zaterdag en zondag open.

‘Eigenlijk moet je een lijstje hebben waar je goedkoop kan eten. Bij die oudjeshuizen bijvoorbeeld met die dagschotels.’

‘Ja, de dagschotel daar. Is echt helemaal prima. Maar dan moet je ook nog bijbetalen voor je drankjes hè. En als je dan ook nog een toetje wil. We zijn er hè. Waar woon je eigenlijk?’

‘Zevenkamp. Zevenkampse ring daar.’

‘Ok, nou mazzel hè.’

‘Doei.’

De bos rozen in mijn hand kost zeven euro. Bij de toko op het station koop ik koffie en chocola voor vier euro. Ik heb geen idee wat de kosten zijn van mijn treinrit naar Amersfoort. Pas in de trein voel ik mij op mijn gemak.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch