Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Twee werelden!

Door Jeanet Ter avest

Hoofdstuk 1 – In de “Kopfklinik”

Nu drie dagen in Heidelberg-Duitsland. Het is net alsof ik voor een maand op kamers ben. Een studente, die in een nieuwe fase van haar leven komt. In een stad, waarin ze alles met een kriebel van opwinding aan het ontdekken is. Haar nieuwe opleiding, waarvoor ze elke dag in een van de collegezalen wordt verwacht. Een bewuste en weloverwogen eigen keuze. Een indrukwekkend gebouw… groot abstract, rechtlijnig en ecologisch gebouwd met een immens sedumdak. Binnen zijn hoge, lange gangen met wanden van glad beton, die onderbroken worden door hoge, houten kozijnen met meters glas, die het daglicht binnen laten. Er heerst rust en stilte. Zacht hoor je op de achtergrond gedempte gesprekken en serieuze blikken passeren ons. Ik loop hier samen met mijn man.

Ik ben geen negentien, maar negenendertig. Geen studente maar patiënt. Het is februari 2011.
Dit gebouw is geen onderwijsinstelling maar een “Kopfklinik”. Ik word daar de komende maand nog achttien keer verwacht en het voelt alsof ik me in een slechte sciencefictionfilm bevind. Het is geen keuze, laat staan een weloverwogen. Het moet. We lopen richting uitgang, Ernst kijkt me aan. “Je gezicht is nog geruit”, zegt hij. Het voelt nog iets tintelend en verdoofd en ik wrijf met beide handen over mijn gezicht. “Net een facelift”, zeg ik, “Wel van korte duur, ik ben vast erg aantrekkelijk zo”. Ik glimlach en trek een gekke bek. We staan ondertussen in de lift. Ernst lacht, maar laat ook een licht bezorgde blik zien. Ik bekijk mezelf in de spiegel. Het is al bijna weer normaal, de ruitjes zijn weer weggetrokken. We stappen uit de lift.

Elke dag een half uur liggen. Vastgeklemd met je hoofd op een stalen plaat. Met een perfect op maat gemaakt masker, dat precies past en erg strak zit. Het drukt mijn gezicht zo erg naar achteren, dat er zelfs geen ruimte is om je ogen te openen. Het sluit naadloos om mijn neus en mond. Ademen moet in een heel rustig tempo, dan gaat het net. Het masker is van stevig, en dun, gaasachtig thermoplastisch materiaal. Geheel stilliggen wordt de nieuwe uitdaging. In een afgesloten ruimte, in een stevige bunker, word ik tijdens de behandeling door camera’s geobserveerd. Protonenbestraling is het wapen waarmee de resterende kankercellen in mijn hoofd vernietigd moeten gaan worden. Lang leven de KOPFKLINIK! Wat een prachtige, krachtige naam.

De stad is heel veelzijdig. We genieten van de oude gebouwen en van de rustige buurt, waar ik de komende maand zal verblijven. Maar ook de drukte van het centrum met haar prachtige winkels, waar we ideeën opdoen voor onze eigen zaak, voelt als een heerlijke afwisseling.

Januari was druk en vol. Veel dagen op inkoop geweest. Normaal is dat pas in februari, maar het voelde goed om van de meeste merken toch ook nu zelf de inkoop te doen en met drie collecties van verschillende merken op een dag en een extra collega mee, lukte het aardig. Ik was al enigszins hersteld van de operatie van oktober. Eerder deed ik zo’n vijf collecties op een dag en ging ik alleen. Als ik dan ‘s avonds laat thuiskwam, was ik voldaan én zo’n beetje twee middenklasse-auto’s aan geld kwijt, waar ik omzet en winst voor terug verwachtte. Dit was vanaf mijn twintigste een belangrijk deel van mijn leven, samen met mijn man. Zelfstandig zijn, goeie en soms foute beslissingen, risico nemen en hard werken… het gaf me altijd een heerlijk en tevreden gevoel. Met een uithoudingsvermogen waar mijn omgeving, alleen al bij de gedachte, heel moe van werd. Ik vond het normaal en genoot ervan. Ook toen ik zwanger werd en moederschap en ondernemerschap moest combineren, ging de werkdruk me goed af.

Onze eerste zoon zou volgens de berekeningen half november 1999 geboren worden. Ik was inmiddels bijna 28 en had mijn zwangerschapsverlof vol vertrouwen drie weken voor dato ingepland. Begin november zou ik stoppen met werken, ervan overtuigd, dat het bij mij vast net als bij mijn zus en schoonzusje zou gaan en de baby overtijd zou zijn. In oktober is het in de modewinkels vaak nog lekker druk en zo kon ik nog mooi de nieuwe werknemer inwerken. Ook fysiek vond ik die maand een zesdaagse werkweek nog best te doen, alleen de avonden maakte ik het qua werk niet meer heel laat. Op woensdag 20 oktober gingen Ernst en ik ‘s middags wat eerder weg uit de winkel en hebben we samen even lekker gewandeld in het nabij gelegen bos. Ik herinner me dat het prachtig herfstweer was. Donderdag zou mijn eerste officiële vrije dag zijn, de vrijdag en zaterdag daarna had ik mezelf gewoon weer ingepland. De nieuwe medewerker was goed ingewerkt en de andere twee waren al zo vertrouwd met alles, dat ik de winkel met een gerust hart kon loslaten. Ik had waarschijnlijk we een paar keer een telefonisch mededeling voor ze gehad, maar benutte mijn eerste vrije dag goed!

Om halfzes ‘s ochtends verloor ik wat vruchtwater. Om tien uur ging ik na, overleg met de huisarts, toch maar richting ziekenhuis, want de baby was drie-en-een-halve week te vroeg. De vriendinnen, met wie ik die dag zou gaan winkelen, heb ik met een smoesje afgezegd. “Voel me niet zo lekker” leek me heel aannemelijk als je 36 weken en een paar dagen zwanger bent. Maar ze kennen mij langer dan vandaag en hadden vrij snel door dat er meer aan de hand was. Jeanet zegt eigenlijk nooit af. Om halfvier die donderdagmiddag, op 21 oktober, kwam onze eerste zoon gezond en wel ter wereld. Een snelle en makkelijke bevalling. Ik was helemaal verbaasd, ik had een bevalling gedaan. Wauw. Ik voel me heel gelukkig.

Op 21 oktober 2010, precies elf jaar later, lig ik weer in het ziekenhuis. In het UMCG te Groningen. Helemaal verticaal, met een drain in mijn ruggenmerg om het hersenvocht af te voeren. Ik ben nog steeds heel gelukkig.

Na een operatie van ongeveer zes uur werd ik wakker gemaakt door de narcotiseur. Een hele aardige man, die me vertelde dat de operatie goed gelukt was. Wauw en ik kon hem zien!! Toen ik die ochtend om acht uur de operatiezaal werd binnengereden, was hij het die iedereen opdrachten gaf. De hartslagband kwam goed strak om mijn arm en de drain werd in overleg met de arts, nu ik nog bij bewustzijn was, via mijn ruggenmerg ingebracht. Ontzettend pijnlijk. Ik hoefde bijna geen narcose meer, verloor mijn bewustzijn zo ook al wel, op mijn nuchtere maag (ik eet als ontbijt toch meestal al gauw de plaatselijke bakker leeg). Ik heb de artsen die me gingen opereren nog gevraagd of ze goed hadden geslapen, wat gelukkig het geval was. Ze vroegen mij hetzelfde en ook ik kon volmondig met ja antwoorden. Ik heb ze veel succes gewenst en ook die wens gaven ze me terug. Het feest kon beginnen.
Deze artsen hebben weken, misschien wel maanden mijn medische documenten bestudeerd en na de diagnose, die officieel door een beentumorencommissie was vastgesteld, tot deze operatie besloten.

Toen ik bijkwam, voelde de arm waar de hartslagband om heen zat, helemaal stijf aan. Hij was volgens mij wel zes uur lang overstrekt geweest… au. Ik lag aan de zijkant van de zaal bij het raam. De klok die tussen de twee ramen hing, gaf halfdrie aan. “Ik kan zien”, ging er weer door mij heen. De narcotiseur was nog steeds bij me, samen met de collega die de drain had ingebracht. En opnieuw hoorde ik: “De operatie is heel goed gelukt, verder mogen wij niets zeggen, dat doen de artsen straks”. Van geluk begon ik zacht te huilen. “Ik kan nog zien”, was het enige dat ik op dat moment kon uitbrengen.

Hoofdstuk 2 – Vlekken voor mijn ogen, volgens mij moet ik rust nemen

Eind april 2010 sta ik na weer een veel te korte nacht ‘s morgens op en heb vlekken voor mijn ogen. Shit, mijn lichaam geeft aan dat ik veel te ver ben gegaan. Dit was de zoveelste avond/nacht, dat ik tot twee uur had doorgewerkt. Ik was met honderd en één gedachten in mijn hoofd het bed ingerold en kon de slaap niet vatten. Mijn hart ging zich er ook mee bemoeien, hartkloppingen. Ook dat nog. Uiteindelijk ben ik rond halfvijf dan toch in slaap gevallen.

Om kwart over zeven gaat, zoals altijd, de wekker. Ik gooi mezelf letterlijk uit bed met de gedachte: “kom op, niet zeuren, over een paar dagen is het Koninginnedag en zijn we lekker vrij. Heerlijk met de jongens naar ons huisje aan het water”. Het ochtendgebeuren loopt zoals altijd goed. Drie zoons naar school en zelf de halve bakker weer naar binnen gewerkt. Ik voel me wel een beetje dizzy en licht in mijn hoofd, net of ga ik flauwvallen. Ook zie ik vlekken voor mijn ogen. Toch ga ik naar het werk. Er is veel te doen, zoals altijd, maar de echte drukte blijft nog een beetje uit. De klanten zijn nog wat afwachtend. Het moet eerst even echt voorjaar worden met minstens 25 graden, dan gaat iedereen vaak massaal de nieuwe garderobe aanvullen.

geen reacties
0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam