Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Twintig jaar

Door Ben Dragon

Twintig jaar. Zolang is het nu dag op dag geleden dat ze elkaar het jawoord hebben gegeven. Hij moet er ’s ochtends aan denken als hij ziet hoe zijn vrouw haar stoel neemt aan de ontbijttafel en hem aankijkt met vragende ogen.

‘Wat scheelt er?’ vraagt ze.

Hij kijkt haar aan, zijn vrouw met het kastanjebruine haar en de triestige ogen, maar hij antwoordt niet. Vandaag is geen speciale dag. Zoals de meeste andere dagen van het jaar is er niets om blij of verdrietig over te zijn. Het is een van die windstille dagen die zonder woorden, zonder hoogtes of laagtes voorbij kabbelt. Toch voelt hij zich anders. Er knaagt iets aan hem, iets dat al veel te lang opgesloten zit en er nu wanhopig probeert uit te raken.

‘Weet je welke dag het is vandaag?’ vraagt ze opnieuw.

Weer antwoordt hij niet.

Vrienden hebben ze al lang niet meer. De laatste vrienden die ze hadden gehad, waren vijf jaar geleden naar het buitenland verhuisd om daar hun geluk te zoeken als amateurfotografen. De fotografen waren allebei tien jaar ouder dan hen en vrij aangenaam in de omgang. Als echte vrienden zou hij ze nooit hebben bestempeld, het waren eerder twee mensen die hij tolereerde en die hij plichtsbewust bij hen uitnodigde. Zo wou hij voor de buitenwereld toch de indruk wekken dat hij een actieve deelnemer was aan het sociale leven. Hij herinnert zich nog al te goed de avonden dat ze het fotografenkoppel bij hen hadden uitgenodigd en ze foto na foto het relaas deden van hun buitenlandse reizen, in landen waarvan hij zich nu nog amper de naam kan herinneren.

Nu staart hij zijn vrouw aan en hij vraagt zich af hoe het zover is kunnen komen. Twintig jaar geleden waren ze het koppel dat zo op de cover van een magazine had kunnen staan. Ze waren onafscheidelijk, tot op het ergerlijke af. Daar kwam al na een paar jaar vrij snel verandering in. De seksuele hoogspanning die het begin van hun relatie had getypeerd kreeg algauw met een stroomtekort te kampen. Als je hem zou vragen hoe dat kwam, zou hij je het antwoord schuldig moeten blijven. Mensen veranderen nu eenmaal, en als je geluk hebt verandert je partner met je mee. Hij vraagt zich af waar ze aan zit te denken, maar krijgt de vraag niet over zijn lippen. Een betekenisvol gesprek hebben ze namelijk al maanden niet meer gehad en de passionele storm die woedde toen ze elkaar net leerden kennen, is nu nog maar een flauw briesje.

De val van hun relatie begon vijf jaar geleden, toen de biologische klok van zijn vrouw begon te tikken. Dat ging eerst traag en dan steeds sneller en dringender als een zenuwachtige zandloper die zijn korrels wil lossen. Moeder Natuur wacht op niemand en slaat niemand over. Een kind was voor haar niet alleen iets natuurlijks, iets dat moest gebeuren omdat haar lichaam het zei, het was ook een manier voor haar om de eenzaamheid te verdrijven. Overal rondom haar zag ze vrouwen, moeders die geluk en betekenis hadden gevonden in hun kinderen.

Bepalen kinderen een moeders geluk of moet het andersom zijn? zou ze zich elke keer afvragen wanneer ze over straat wandelde en moeders zag rondzeulen met een kinderwagen of met een klein mensje aan de hand. In haar gedachten zou een kind haar bestaan weer nieuw leven inblazen en het opnieuw de zin geven die ze er altijd in had gezocht. Als een soort verlengstuk van haar eigen dromen, wensen en angsten wou ze iets van zichzelf op de wereld zetten. Hij had nooit kinderen gewild en had altijd gezworen dat hij kinderloos door het leven zou gaan. Zijn afkeer voor die kleine, lawaaierige mensen in miniatuurvorm werd alleen geëvenaard door zijn afkeer voor mensen in het algemeen. Dat was toch de reden die hij altijd gaf als ze aan hem vroeg of het nu niet eens tijd werd hun gezin uit te breiden. In werkelijkheid was hij als de dood voor verantwoordelijkheid en gewoonweg te egoïstisch om oprecht om een andere persoon te geven, hoewel hij dat nooit heeft durven toe te geven.

Na verschillende verhitte discussies die urenlang konden duren, was hij dan uiteindelijk toch gezwicht.

‘Doen we dit dan, samen?’ vraagt ze.

Ondanks de kilte en de afstand die zich langzaam in hun relatie had genesteld als een wonde die begint te etteren, voelde hij diep vanbinnen toch nog iets voor zijn vrouw dat hij voorzichtig als genegenheid – of nog voorzichtiger zelfs als liefde – zou omschrijven. Misschien zou een kind kunnen helpen om de afstand te overbruggen die tussen hen was ontstaan en hen dichter bij elkaar brengen. Hij had zijn besluit genomen.

‘Ja, ik denk het wel,’ antwoordt hij.

Ze zouden samen een kind op de wereld zetten, een product van hun beiden dat kon worden toegevoegd aan de andere zeven miljard producten die al op de aarde rondliepen. Een kind zou het onlosmakelijke bewijs leveren dat de liefde tussen hen nog niet dood en begraven was.

Toen zijn vrouw hem vertelde dat ze net haar eisprong had gekregen en ze dus vruchtbaar was, werd hij getroffen door twijfel en angst. Ze waren allebei net de dertig voorbij en hun kans om een kind te krijgen slonk met de dag. Na verschillende pogingen, slapeloze nachten en nog meer discussies werd duidelijk dat er iets niet klopte.

‘Ligt het aan ons?’ vraagt ze. ‘Is het onze fout? Hadden we meer kunnen doen?’

Ze bedoelt het als vragen, maar hij weet dat dit vragen zijn die zonder antwoord moeten en zullen blijven. De doktersbezoeken en onderzoeken die daarna volgden, hadden duidelijk gemaakt dat de jaren die hij had gespendeerd en verloren aan drinken, roken en zijn lichaam verwaarlozen zich nu op de meest verschrikkelijke manier gingen wreken.

‘Had je gedacht dat het zo zou lopen?’ vraagt hij.

Schuld is soms gemakkelijker alleen te dragen dan samen.

‘Ik had nooit gedacht dat het zo zou lopen, het spijt me,’ beantwoordt hij zijn eigen vraag.

Ze weet dat ze iets zou moeten antwoorden, iets zou moeten zeggen om hem gerust te stellen en te troosten. Het was niet de schuld van de man die nu voor haar staat, niet de schuld van het noodlot. Schuld speelde hier niet. Ze hadden alles geprobeerd om een kind te verwekken, zonder resultaat. Met gebogen hoofd moesten ze toegeven dat ze nooit kinderen zouden kunnen krijgen en dat twee altijd twee zou blijven.

Er heerst stilte in de kamer. Sommige vormen van verdriet moeten nu eenmaal zonder woorden worden gevoeld. Ze zitten recht tegenover elkaar aan tafel. Zoals de meeste andere dagen van het jaar, is dit geen speciale dag. Het is een van die windstille dagen die gewoon voorbij kabbelt.

‘Weet je welke dag het is vandaag?’ vraagt ze.

Er komt geen antwoord.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch