Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Uit de boom

Door Nienke Oldenhuis

Hij kijkt niet op, ook al hoort hij dat ze achter hem komen staan. Zijn blik is vastgeklonken aan het dier dat op de bank ligt, precies in het vierkantje zon dat nog op de zitting valt. Kat. Wat een weinig majestueus woord, eigenlijk, voor een dier met zo’n présence. Eén lettergreep, drie letters. Klinkt als… Zijn oren zijn gespitst op het dier, maar onwillekeurig vangt hij toch soms zinnen op van de mensen achter hem.

“Natuurlijk heeft hij niets gezegd, dat zeg ik toch. Hij reageert al drie maanden nergens op, wat ik ook probeer.”

Het puntje van haar staart wiegt heen en weer.

“Dat is niet kil, Ellie. Hij is ziek. Ik heb hun nummer van de huisarts gekregen, morgen bel ik…”

Zo werkt het natuurlijk niet. Met een ruk staat hij op en loopt de kamer uit, zich tussen zijn ouders door wringend. Geen kat zal een woord zeggen in zo’n respectloze omgeving.

*

Het duurt enige dagen voor hij weer de kans krijgt om alleen te zijn met de kat. Zijn ouders noemen haar Puk, maar dat is echt niet haar naam, dus hij weigert haar zo te noemen. Drie maanden, zei zijn moeder. Zou het echt? Tijd betekent niet zo veel meer, sinds haar eerste woord. Ze was naar hem toegekomen toen hij tv lag te kijken en had in zijn oor gefluisterd. Eén woord maar. “Honger.” In die paar klanken lag zo’n welberadenheid, zo’n majesteit verborgen, dat hij aan niets anders meer heeft kunnen denken.

Ze ligt weer op de bank, ditmaal op de rugleuning. Hij gaat op zijn knieën voor haar zitten en buigt het hoofd. “Alstublieft?” zegt hij zacht.

Er valt een lange stilte. Uiteindelijk hoort hij het fluisterzachte geritsel dat aanduidt dat ze van houding is veranderd. Hij durft niet op te kijken.

“Vooruit dan maar.”

Hij hapt naar adem en verslikt zich bijna. Hoestend kijkt hij op. De kat heeft zich alweer omgedraaid en springt terug naar haar plekje op de leuning, zichtbaar laatdunkend. “Het spijt me,” zegt hij gehaast. “Ik weet nog niet hoe het moet.”

Ze kantelt haar kop, hoewel haar staartpuntje heen en weer flitst.

“Praten met katten, bedoel ik.”

“Dat is te merken.”

Ademloos kijkt hij haar aan. “Je kunt het écht.”

“Jíj kunt het eindelijk, bedoel je.” Ze knippert langzaam met haar ogen.

“Wat?”

Nog zo’n geringschattende blik. Ze draait zich om en gaat zitten, haar staart keurig om haar lichaam gekruld.

“Wat zegt u, bedoel ik.”

Haar houding verzacht iets. “Nu ja, je kunt het een beetje. Een kat op de correcte manier aanspreken, dus.”

“Dit is ongelooflijk,” fluistert hij tegen zichzelf. “Ik wist het.” Hij zet zijn handen op de zitting en leunt naar voren. “Ik wist het,” herhaalt hij. “Kun je me, weet je of… nee wacht.” Hij staat op en struikelt in zijn haast bijna. “Wacht,” herhaalt hij, terwijl hij achteruit de kamer uitloopt. “Wacht.”

Ze kijkt hem niet na.

Hij rent naar de keuken. “Mama!”

Zijn moeder zit aan de keukentafel. Voor haar ligt de krant. Ze kijkt met grote ogen naar hem. “Joppe? Je praat?”

“Mam! Dit moet je zien! Kom op, dit moet je zien!” Hij gebaart druk en wil alweer de kamer uitlopen, als ze opstaat en hem bij zijn arm pakt.

“Joppe!” zegt ze nogmaals, en ze trekt hem naar zich toe. Haar ogen glanzen als die van de kat. “Is het klaar?” vraagt ze, gretig.

“Jaja,” zegt hij ongeduldig. “Kom nu kijken dan!”

Ze laat zich meeslepen naar de woonkamer. Hij trekt haar naast zich op de grond voor de kat, die met gesloten ogen op de leuning ligt. “Luister.”

Zijn moeder kijkt afwachtend naar hem, maar hij kijkt naar de kat. “Wilt u iets tegen mijn moeder zeggen?”

Het blijft stil. Ongerustheid trekt langzaam over zijn moeders gezicht. “Joppe…?”

“Sst!” Hij strekt een hand uit naar het dier. “Alstublieft?”

Langzaam opent het dier een oog. Met uiterste minachting valt het weer dicht. Joppe gaat verslagen op zijn hielen zitten. “Ze kan het echt, mama, ik zweer het.”

“Oh, Joppe,” zegt zijn moeder.

“Ze kan het écht!” Hij slaat met zijn vuist op de bank. De kat staat op, springt van de leuning en loopt de kamer uit.

*

Hij kijkt niet op, ook al hoort hij dat ze achter hem komen staan. Zijn blik is vastgeklonken aan het dier dat op de bank ligt, precies in het vierkantje zon dat nog op de zitting valt.

“…ik wil het ook niet, maar hij zit nu al twee weken alleen maar naar Puk te staren. Hij heeft niet eens meer gegeten, Ellie. Helemaal niks!”

De kat heeft hem geen blik meer waardig gekeurd.

“Daar komen ze.” De bel gaat. “Oh, Joppe.”

Hij laat zich meenemen. De kat kijkt hem tevreden na en fluistert: “Katten houden niet van kinderen.”

4 reacties

Marit

dinsdag, 11:02

Tof verhaal, Nienke! Heel goed gevonden. 😀

Elke

dinsdag, 10:45

knap geschreven, Nienke, leuke plottwist ook!

Nienke Oldenhuis

Auteur dinsdag, 00:17

of

Nienke Oldenhuis

Auteur dinsdag, 00:17

Tof

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch