Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Uitzichtloos

Door Victor Niessen

Het uitzicht over de stad is prachtig. Grote gebouwen vol met eindeloze kantoren en ramen die elke keer via een strak schema gewassen worden, straten gevuld met auto’s, de mensen erin die gestrest naar het rode stoplicht kijken. ‘Waarom gebruiken mensen niet gewoon een fiets in de grote stad?’ vraag ik mezelf af, veel praktischer. Fietsen is iets wat ik altijd al leuk heb gevonden, helemaal nu ik in Rotterdam woon. Het racen door de mensen die langzamer gaan dan jou en door het rode licht rijden geven me adrenaline. Als ik word aangereden is dat het lot dat past bij het nemen van zulke risico’s, risico’s die me zowel levend maken als me de dood in kunnen jagen. Ik voel in mijn zakken of er iets interessants te ontdekken is. Het enige wat er in mijn zakken te vinden valt is een bijna leeg pakje sigaretten en mijn handschoenen. Even gaat er een vlaag van spanning door mijn lichaam als ik me afvraag waar mijn sleutels zijn. Dan besef ik me dat ze gewoon aan me broek hangen. Ik lach mezelf uit zonder geluid en steek moeizaam een sigaret op. De rook van de sigaret kriebelt in mijn keel, een gevoel dat ik nooit aangenaam heb gevonden aan roken. Elke keer weer vraag ik me af waarom ik rook. Meestal kom ik tot dezelfde conclusie, verveling. Ik kijk in mijn pakje en zie dat er nog maar een sigaret in zit. Na een korte discussie in mijn hoofd met mezelf beslis ik om hem weg te gooien. Stoppen ga ik deze keer echt doen. Het pakje valt naar beneden en komt met een beetje hulp van de wind voor iemands voeten terecht. Deze persoon kijkt op maar eigenlijk interesseert het hem niks. De stad ligt al vol met afval.

Opeens voel ik een trilling vanaf mijn hand heel mijn lichaam doorgaan. Het is mijn telefoon die afgaat. Ik kijk erop en zie dat het mijn vriendin is die belt. Een aantal seconden denk ik na, de trilling nog steeds door heel mijn lichaam vloeiende. De trilling stopt. Ze heeft opgehangen. Veel zin om haar te spreken had ik toch niet. Het enige waar het over zou gaan is gisteravond. Een schreeuwtirade met veel tranen tot gevolg zou zich herhalen maar dan via de telefoon in plaats van recht tegen over elkaar. Ze was boos op mij maar eigenlijk was ze nog bozer op haarzelf. Bijna drie jaar hebben we een relatie nu. Nog goed kan ik me de eerste keer herinneren dat we elkaar zagen en ik hopeloos verliefd op haar werd. Terwijl ik ver was verzonken in een van de mooiste schilderijen die ik ken kwam ze naast me staan. Een rood rokje gecombineerd met gekke plastic schoentjes die iedereen vroeger op vakantie had als kind en in de zomer een soort van ironisch in de mode waren geworden. Mijn lichaam verstijfde de eerste seconden, onwetende wat het moest doen. Ze keek me aan met haar prachtige bruine ogen die me uit het schilderij trokken ver hun eigen diepte in. De eerste woorden die ze tegen me zei heb ik nooit verstaan. Langzaam ontsnapte ik uit haar ogen die me een aantal seconden gevangen hadden genomen. Er werd een vraag aan me gesteld die ik moeilijk kon beantwoorden. Woorden kwamen uit mijn mond alsof iemand ze met een schaar in stukjes had geknipt en verkeerd om terug had geplakt. Op slag verliefd was ik. Samen liepen we door het museum, pratend over de werken die er hingen maar vooral over wie we waren en wat we deden met ons leven. We wisselden nummers uit en spraken vaak af in het koffietentje dat toevallig de favoriet van ons beide was maar waar we elkaar nog nooit eerder hadden gezien. De eerste twee jaar van onze relatie waren geweldig. Nog nooit ben ik zo verliefd geweest. De vlinders in onze buiken hadden kinderen gekregen en leken nooit te verdwijnen. Toen kwamen plots de donkere dagen. Net zo ver als dat ik in haar ogen verdronk was ik nu in mijn eigen emoties langzaam aan het verdrinken. De eerste maanden liet ik het niet merken maar na een tijdje was het overduidelijk dat er iets aan de hand was. Mijn liefde was langzaam aan het verdwijnen, niet voor haar maar voor het leven in het algemeen. Ze probeerde me erdoorheen te slepen maar alle moeite die ze deed was tevergeefs. Dagen gingen voorbij zonder dat ze iets van me hoorde. Hoorde ze wel iets van me dan was het nooit meer dan huilen. Na een tijdje merkte ik dat haar aandacht voor mij ook afnam. Ik kon dat wel begrijpen maar tegelijkertijd snapte ik er ook niks van, zoals ik op dat moment al wel vaker moeite had met dingen begrijpen. Alles wat met emoties te maken had was uit mijn lichaam verdwenen, behalve een zwarte bal bestaande uit donkere gevoelens. Opeens stond ze aan mijn deur. Al een week had ze niks van me gehoord. Toen ik opendeed stond ze daar, met tranen in haar ogen. De knuffel die ik van haar kreeg voelde langer aan als dat hij normaal altijd geweest was. Binnen barste ze in tranen uit. Ze kon het niet meer. Ik trok haar mee de diepte in vertelde ze me. De bal in mijn lichaam zoog samen met mijn emoties ook die van haar mee. Huilen kon ik zelf niet meer wat haar boos maakte. Boos op haar zelf was ze ook. Had ze me maar meer liefde gegeven, had ze maar meer haar best gedaan om mij te redden van deze verdrinkingsdood. Het liefst wou ik haar zeggen dat het niet haar schuld was maar net als toen ik haar voor het eerst ontmoette kwamen de woorden niet uit mijn mond. Het ging niet meer werken en huilend liep ze de deur uit, open gelaten, net als mijn hart waar alles uit was gevlucht. Slapen kon ik niet die nacht en toen het eenmaal ochtend was geworden besloot ik naar boven te gaan. Nu sta ik hier, kijkend over de stad, over de auto’s, fietsers en de straat onder mij. Achter me hoor ik mijn telefoon opnieuw afgaan. Opnemen kan ik niet meer. Vallend zie ik de schone ramen langs me heen schieten en de auto’s voor het rode stoplicht steeds dichterbij komen.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch