Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Vendelzwaaien

Door Jan Rood

Vendelzwaaien

Het verslag wat nu volgt is tevens een bekentenis en om redenen die u weldra duidelijk zullen worden doe ik dat anoniem. Het begon eigenlijk allemaal heel onschuldig, namelijk met een sprookje.

Toen ik nog klein was las mijn oudere zus soms uit Sprookjes van Grimm aan mij voor. Misschien herinnert u zich dat sprookje van Hans en Grietje wel en die passage dat Hans is opgesloten door een heks die hem wil vetmesten om hem later op te kunnen eten. De heks heeft echter slechte ogen en voelt elke dag aan zijn vingertje om te checken of hij al vet genoeg is. Hans steekt dan steeds een kippenbotje naar buiten terwijl de heks verbaasd is dat hij zo mager blijft.
Als ik dan vroeger dat sprookje voorgelezen kreeg, zag ik voor me dat Hansje niet dat kippenbotje tussen de tralies door stak, maar zijn pikkie. Om de heks te laten schrikken, of zoiets.

Daar, beste lezers, ligt volgens mij de kiem voor mijn enigszins afwijkende gedrag van potloodventen en wat dat aangaat, dat begrijpt u, blijf ik liever anoniem.

Maar later, toen ik een jaar of 16 was, trok ik dan in het zwembad of op het strand mijn zwembroek weleens plotseling naar beneden waar wat meisjes bij stonden. De schrik en ontsteltenis die ik dan veroorzaakte wond mij op: zóveel aandacht door zoiets simpels! De impact!

Toen ik ouder was kon dat natuurlijk niet meer en moest het meer in het geniep: inderdaad, met een lange jas over straat en als ik dan een loslopende vrouw spotte: hoeps… Soms zeiden ze niets, soms gilden ze en renden ze weg, of ze deden net of ze niets gezien hadden. Dat was op zich al spannend: hoe zouden ze reageren! Bij mannen heb ik het ook weleens geprobeerd, maar toen kreeg ik op een keer zó op m’n lazer dat ik het daarna maar gelaten heb: ’t moet wel leuk blijven.

Ik heb het ondertussen wel op elke denkbare plek geprobeerd en ook ben ik weleens aangehouden. De politie noemt zo’n iemand bruynzeelvertegenwoordiger of vendelzwaaier. Maar ach, ze zien het als een afwijking en je bent zó weer vrij.
Tegenwoordig beperk ik me tot toeristen in de stad en doe het dan op een heel geschikte plek: ik ga op een brug – ’t liefst over de Singel – staan waar rondvaartboten onderdoor komen en als er dan zo’n boot met toeristen aankomt: hupsakeetje: jas open en/of broek omlaag! Moet je dan die gezichten eens zien! Ontsteltenis, schrik, lachen, gillen, wijzen! Mán, dat is spannend! En ’t mooie is dat ze me niet te grazen kunnen nemen! Japanse toeristen zijn het leukst, die maken nog foto’s ook en dan de gezichten van die vrouwtjes. En giechelen natuurlijk!

Mijn ultieme wens is een selfie van mijn geslachtsdeel met zo’n Japans vrouwtje. Ik ga daarvoor weleens naar een aanlegsteiger van Rederij Lovers, maar ik heb het daar nog aan niemand durven vragen.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch