Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Verbeelding geeft je vleugels

Door Evie Vallet

Verbeelding geeft je vleugels

Als eicel ben ik tien jaar lang ingevroren geweest. Cool. Het was een voorbode van wat mij in het echte leven te wachten stond.
Mijn geboorte mocht pas plaatsvinden wanneer alles perfect geregeld was volgens mijn ouders. De tijd daarna ervaarden zij beiden enkel nog als een tergende aaneensluiting van desillusies. Nooit verliep het leven helemaal zoals ze gepland hadden en al helemaal niet zoals ze het wensten.  Altijd was er wel iets mis, zoals bijvoorbeeld een lekke band net op het moment dat het sneeuwde, dan weer hadden ze geen eetrijpe avocado’s meer in de winkel waar er normaal altijd in voorraad waren, bleken de vaste kosten hoger te zijn dan ze berekend hadden, het hield werkelijk nooit op. Het leven met mij in hun nabijheid kwam ook niet exact overeen met de essentiële informatie die ze gelezen en bestudeerd  hadden in het educatief, leerrijk en pedagogisch naslagwerk dat uit verschillende delen bestond om mijn opvoeding zo goed mogelijk voor te bereiden en te laten verlopen.   
Door haar falen in het bereiken van volmaaktheid had mijn moeder als copingstrategie een onbeheersbare drang ontwikkeld om voortdurend alles te sorteren. Spijkers op laag water, sfeerlichthouders, kalfslederen riemen, plaasteren heiligenbeelden, vloeipapieren ego’s, Sterling zilveren marmeladelepels, badbruisballen, peperkoeken hartjes, eco halogeenlampen en verder alles waar er zich meer dan één stuk van bevond in ons huis, de garage of het tuinhuis, moest er aan geloven. Het hield nooit op. Dit onophoudelijk toekennen van een chronologische betekenis aan materiële zaken verhinderde elke zweem van verbinding en ontnam mij een groot deel van de liefde die ik nodig had om mij te kunnen ontwikkelen als een diepmenselijke jongen en later als beminnelijke man.
Mijn vader werd door het voortdurende ordenen bij ons thuis en door het ontbreken van tijd en aandacht om hechtingsstofjes met mijn moeder uit te wisselen, nog afstandelijker dan hij al was, wantrouwde elk vriendelijk gebaar en zocht achter elk woord een andere betekenis.  Zijn spijt over het verleden en zijn angst voor de toekomst verhinderde hem om de kostbaarheid van het heden te waarderen. Het klimaat in het kerngezin waarin ik opgroeide zorgde ervoor dat ik al van in de wieg mijn vuistjes balde om te protesteren tegen de ondraaglijkheid van de geladen sfeer die er vaak was of dreigde te ontstaan van zodra iets niet verliep zoals ze het voorzien hadden of niet paste. In mijn kort bestaan was geen enkel gevoel van onbehagen mij vreemd. Niets was wat het aanvankelijk leek waardoor mijn hart terug bevroor. 
Ze noemden mij al van in mijn babytijd Nutty zodra ze opmerkten dat mijn krullende nesthaartjes een rosse schijn hadden. Bijkomend bleek ik in mijn babypark, met verstelbare bodem, vaak hevig, wild en passioneel tekeer te gaan tussen mijn pluchen beren. De mens is immers geneigd om datgene te zoeken wat hij ontbeert. Actie ondernemen was noodzakelijk om te overleven en om de druk van de ketel te halen dat veroorzaakt werd door zoveel onnodig onzichtbaar onrecht dat mij was overkomen. Thuis werd mijn echte naam nooit gebruikt door mijn eigen moeder, terug met de specifieke intentie om te categoriseren. Het schijnt zelfs met macht te maken te hebben wanneer mensen hun toevlucht zoeken om iemand anders op zijn plaats te zetten of te houden door een denigrerende bijnaam te gebruiken. In hoeverre dat deze naam mijn attitude en mijn gedrag alsook de perceptie en het denken van mijn ouders heeft bepaald,  is iets wat ik mij vaak heb afgevraagd. Erger nog, het is misschien wel de oorzaak geweest van mijn uiteindelijke lot.
Voor mijn achtste verjaardag kreeg ik een zwart geschilderde boosdoos.  Dit was een tip van de turnleraar geweest van mijn  school waar ik het tijdens de lessen en op de speelplaats ook flink kon uithangen. Alles waar ik boos om werd moest ik op een briefje schrijven en dit dan in de doos stoppen zodat mijn kwaadheid gekanaliseerd kon worden. “Affectregulatie” was het woord dat ze op hun prikbord hadden vastgeprikt boven het tafeltje in de keuken waar ik mijn huistaken maakte. Het hielp niet veel, mijn scrabeus geschrijf maskeerde de helende woorden die ik eigenlijk nodig had. Met een grote zwier heb ik de doos uit het raam gekieperd op kerstavond omdat ik het niet onder woorden kon brengen wat ik voelde toen ik uren moest wachten op de aanvang van het feest omdat de cadeautjes niet volgens de juiste grootte en kleur onder de kerstboom pasten.    
Toch hield ik van mijn ouders dacht ik. Mijn bijnaam was thuis mijn gewone naam geworden. Nutty paste eigenlijk bij mij want ik groeide op als een stoere vechtersbaas zonder vrees. Tijdens mijn puberjaren droeg ik mijn hazelnootachtig gekleurd haar in een strakke knot als symbool van kracht en onafhankelijkheid. De grapjas die de opmerking maakte dat er een dode eekhoorn op mijn hoofd lag te slapen is niet in onze gemeente durven  blijven wonen. 
ln het begin van mijn puberjaren schreef ik mij in aan de boksschool Touché.  Het werd een tweede thuis voor mij. Daar was alles echt en veilig. Elke klap was fysisch voelbaar. Heerlijk vond ik dat. Al snel lukte het mij om een succesvolle bokscarrière bij elkaar te timmeren. Ik heb in totaal dertig amateurwedstrijden en negenenzestig professionele gevochten. In de categorie supervlieggewicht stond ik vrij snel bekend omwille van mijn feilloos ringinzicht. Mijn specialiteit was de “distance”. Deze techniek bestond eruit om altijd dezelfde afstand te houden want dan bokst de tegenstander in de wind en raakt hij uitgeput. Minutieus kon ik dit een lange tijd volhouden. Af en toe neuriede ik tijdens het rondedansen een schattig kinderliedje om de andere partij ook nog bijkomend in verwarring te brengen en een beetje te pesten. De strategie werd na verloop van tijd verder verfijnd door het aanwenden van een haarscherp observatievermogen om de bewegingen die de andere bokser telkens herhaalde, op te merken. We spreken hier bijna over gewoontes, net zoals patronen van mensen, waar ik kon op inspelen, ze gebruiken en misbruiken om ze onomstotelijk te bewijzen. 
En toch ging het een keer totaal mis in de ring tijdens een bokskamp waar ik nochtans zeker van was dat ik ging winnen omdat mijn tegenstander van begin af aan in alles meeveerde met hetgene ik aangaf. Razendsnel en met een kracht van een tientonner deelde hij plots een linkerhoek uit gevolgd door een directe rechtse ondanks dat ik meende dat zijn uitputting de bodem had bereikt. In vulkaantermen was ik het slachtoffer geworden van een mega-eruptie. Nooit eerder in mijn leven was ik zo geraakt geweest, ik ging knock-out net voor het einde van de twaalfde ronde.
Je kan nooit alles en altijd perfect inschatten.
Ze hadden gelijk. 

Na een lange revalidatie kwam ik gelukkig terecht in een tehuis dat dicht bij zee lag.  Hier heb ik tot het einde van mijn leven recht op warme schelpzorg.  Elke dag mag ik na het middageten een uur op de hoogste stoel zitten om naar buiten te kijken waar ik de weerspiegeling van het spel van de wolken zie in het ronde raam van de eetzaal in het paviljoen recht tegenover dat van mij. Raaminzicht is de naam van de instelling waar ik nu woon, alle dagen verlopen hetzelfde en de wolken zijn er altijd. 

Mijn ouders zullen mij komen bezoeken als alles terug op orde is.
Het was ook voor hen een grote klap. 
 

5 reacties

Nonkel Erik

woensdag, 11:50

Heel toevallig gelezen omdat het in een verkeerde bus terecht kwam. Heel mooi en sterk geschreven …

Sarah

maandag, 16:39

Wauw goed geschreven! Ik kijk uit naar meer.

Daniëlle

maandag, 11:12

Knap, Evie! Proficiat, ik kijk uit naar méér 🙂

Katrien De Vogelaere

vrijdag, 15:05

Krachtig ! De kilte slaat om je heen bij het lezen en graaft dus meteen diep.

Dirk thienpont

woensdag, 19:34

Sterk werk!!
Proficiat! Het heeft me gegrepen.

1 Poetry slam

Samen Slapen

Ben Oranje

0 Poetry slam

Ik ben net niet

Reinier Punt

0 Fictie

De dijk

Wendy Wierdsma

0 Non-fictie

Kwijt

ANJA KWARTEN

0 Fictie

Stromen

Sonja Coenen

0 Non-fictie

Als ik ga

Heidi Hulst

2 Poetry slam

kindje

Jacqueline Brouwers