Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Vergeet me niet

Door Mattanja Gerritsen

Een vrouw kijkt voor zich uit. Starend naar het onveranderlijke. De zee met haar woeste golven. Haar onberekenbare krachten en haar onverwachtse toeslaan. Mensen veranderen. Huid verslapt en verrimpelt, botten worden breekbaar en broos. De zee niet. Omdat ze niet verandert, geeft ze een veilig gevoel. Dat ene wat er nog steeds is. Dat wat hetzelfde blijft, daar kan ze schuilen. Geconcentreerd neemt de vrouw het natuurschoon in zich op. Krampachtig, vastbesloten om te onthouden. Om op te slaan. Om niet te vergeten. Ze sluit haar ogen en ademt diep in. De zilte lucht proevend op haar tong.

En dan wordt ze uit haar mijmering wakker geschud. Verschrikt kijkt de vrouw op. Een jong meisje kijkt haar bezorgd aan en gaat naast haar zitten. De vrouw tuurt en tuurt. Probeert haar gelaatstrekken te herkennen, het antwoord te vinden in haar ogen. “Hoi Mam” zegt ze. “Mam?” denkt de vrouw. Vragend kijkt ze het meisje aan. Ze heeft een lief gezicht. Haar ogen hebben iets herkenbaars wat niet te plaatsen is. De vrouw strijkt over Miriams wang. Jonge wangen, een gave huid zoals die van een baby. Haar gezicht is rood van de kou. De vrouw voelt hoe de jonge huid in haar handpalmen verstrakt. Miriam lacht. “Waarom zit je hier zo alleen in de kou?” vraagt ze. De vrouw kijkt weer voor zich uit en na een tijdje stamelt ze: “De zee koestert mij zoals ik de zee koester. Zij maakt mij niet onzeker. Ze is verwacht onverwachts. Zo is zij trouw. Zo geeft zij mij kracht.” Miriam pakt haar moeders hand stevig vast. Vastbesloten haar iets te laten voelen. “Ik ben er ook nog mama. Wij zijn er allemaal nog!” zegt ze met een gepijnigde blik in haar ogen.

Dan leeft er iets op in de ogen van de vrouw. Haar ogen die net zo levenloos en dof waren, beginnen even te glanzen. “Oh Miriam” zegt de vrouw opgelucht. Ze trekt haar dochter dicht tegen zich aan. Vastbesloten haar liefde die er nu even is, door te laten stromen naar het prachtige jonge schepsel dat zich nu verschuilt in haar moeders veilige boezem. “Ik weet dat jullie er nog zijn Miriam. Nu wel. Maar jullie gaan ook weer weg. Te snel.” Fluistert de vrouw met een dikke stem.

Het verdriet blijft steken in haar keel. Niet in staat om te huilen. Niet in staat om toe te geven aan de zwakte. De vrouw zoekt haar dochters ogen, op zoek naar bevestiging. Twee paar grote blauwe ogen kijken haar aan. Ogen die de nacht zouden kunnen verlichten. Ogen waarin alles te lezen is en tegelijkertijd…toch niets. Het is alsof de vrouw in de spiegel kijkt. Ze herkent. De vrouw heeft de herkenning lief en omarmt deze. Nu stromen de tranen wel. Tranen van opluchting. Opluchting omdat ze twee vrouwen herkent in één mooi, gaaf gezicht.

Zo blijven ze even zitten. Pratend zonder woorden. Een moment van waardevolle stilte. Soms zijn gevoelens of gedachten niet uit te leggen met woorden of zinnen. Soms is niets zeggen, juist alleszeggende. Dat moment is nu. Het begint zachtjes te regenen, maar het hindert niet. Warm houden ze elkaar, ondanks de kou. Samen kijkend naar het wonder van de zee. De vrouw wil vertellen wat ze voelt, nu ze voelt. Ze wil praten in zinnen, nu ze meer heeft dan enkel losse woorden. Ze wil haar dochter vertellen dat ze van haar houdt, nu ze weet wat houden van is.

“Miriam, ik…” zegt de vrouw. Overweldigd door de stroom aan woorden die zijn uitweg naar buiten zoekt, valt de vrouw stil. Woorden van liefde stokken in haar keel. De vrouw opent haar mond, haalt diep adem en laat haar adem dan weer los. “Ik weet het mam. Ik weet het” fluistert Miriam zacht. “Slaapwandelen terwijl het dag is. Zo voelt het. Je kijkt naar de voorbijrazende wereld zonder haar te zien. Mensen vangen je blik, liefhebbende mensen waarschijnlijk, maar losse eindjes worden niet meer verbonden en gezichten kwijnen weg. Je ademt, je loopt en lijkt te leven. Maar vanbinnen sterf je langzaam af. Een pijnlijke dood waarbij je hele leven ziet wegglijden zonder iets te kunnen doen.” Verwoordt zij.

Dan ineens voelt Miriam haar moeders spieren verstarren. Haar lichaam, dat net nog zo ontspannen en vertrouwd aanvoelde is nu gespannen en koud. Het lijkt alsof haar leven het lichaam verlaten heeft terwijl haar lijf nog actief is en haar hart nog bloed door de aderen pompt. Dan laat haar moeder Miriam los en schuift een stukje opzij. De glans uit haar ogen is weer verdwenen. Ze kijkt met een mengeling van verwarring en gêne naar het meisje naast haar.

De vrouw vraagt zich af waarom er een vreemde naast haar is gaan zitten. En waarom huilt ze? “Mooi is het hier hè?” Probeert de vrouw het meisje op te beuren. “Zo vredig. De vloed aan tranen begint alleen nog maar sneller te stromen en het meisje wendt haar hoofd af. Dan staat ze op. Ze kijkt de vrouw nog één keer aan. “Zou ik haar kennen?” vraagt de vrouw zich nog af. Dan richt ze zich weer op de zee. Het meisje loopt met gebogen schouders richting de duinen. Ze wordt kleiner en kleiner, totdat zij niet meer dan een stipje is.

Na een tijdje voelt de vrouw dat haar wangen nat zijn. Ze huilt. De wind huilt met haar mee. Waarom ze huilt, weet ze niet. Wanhopig probeert ze haar gedachten te ordenen en de steeds groter wordende knoop in haar hoofd uit te wikkelen. Maar het lukt haar niet. Haar hoofd is veranderd in één groot zwart moeras, waar niks zinnigs meer te vinden is. De vrouw trekt langzaam haar schoenen en sokken uit. De koele wind waait langs haar tenen. Met opgerolde pijpen loopt ze naar de branding. Het ijskoude water snijdt in haar voeten. Maar ze voelt iets. Ze weet iets. Ze ervaart iets. Maar het gevoel verdwijnt en haar voeten worden rood. Het water trekt zich terug. Momenten glippen door haar vingers als het zoute zeewater. Herinneringen worden zeldzaam als zonnestralen in januari. De vrouw vergeet. Het meisje vergeeft. Maar het vergeten neemt van beide. En laat beide schepsels levenloos achter bij de branding. Het lichaam leeft verder maar de ziel is gestorven.

Er was eens een vrouw, een vrouw zonder naam. Want het was een vrouw die vergat.

Er zat eens een vrouw bij de zee.

3 reacties

Erik Sjoers

dinsdag, 10:04

Super goed verhaal! Prachtig (ge/be)schreven en verwoord, complimenten!

Marlot

zondag, 13:53

Opkomend talentje ben je! Wat een mooi verhaal. Ga zo door!

Sander Siepel

zondag, 12:43

Hey Mattanja, erg mooi geschreven! Mijn stem heb je binnen.

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch