Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Verloren

Door Jeanette Olthof

Tulpenvelden glijden aan het met regendruppels gedecoreerd busraam voorbij, om plaats te maken voor een volgend plaatje. Het doet Maarten denken aan de diaprojector die hij als negenjarig kind kreeg van zijn moeder. Elke avond projecteerde hij een diaserie van de ruimte op zijn slaapkamermuur. Het vervulde hem met ontzag dat hoe klein hij ook was, hij onderdeel was van dat magisch groot universum. Ruimtereiziger zou hij worden en, als dat niet ging lukken, in elk geval wereldreiziger.
Een half jaar later werd hem de diaprojector afgepakt door zijn vader.
‘Godslastering’, noemde zijn vader het. ‘ Een mens moet niet de hem van Godswege toegemeten grens overschrijden’.
De volgende dag bleek naast de diaprojector ook zijn moeder verdwenen te zijn. Vanaf die dag was het alleen Maarten en zijn vader, en God.

Op zijn twaalfde regelde zijn vader voor hem een baan op de bloemenveiling in Aalsmeer. Verder leren was onzin, vond zijn vader.
Hij weet niet wat erger is, het geloof van zijn vader in God of in alcohol. Laveloos ligt hij dagelijks op de bank, flessen op de grond en de bijbel opengeslagen op tafel. Een van de twee was de oorzaak van het vertrek van zijn moeder, of misschien beiden. Maar geen excuus om hem achter te laten bij de duivel.
Wat Maarten verkeerd doet in de ogen van God of beter gezegd, van zijn vader, wordt bestraft met riemslagen.

Het jarenlang tillen van emmers bloemen op de veiling heeft zijn sporen bij Maarten achtergelaten.
Maar dat was niets vergeleken met de pijn die hij voelt door heel zijn lijf. De kanker heeft bezit van hem genomen.
Zijn gezicht weerspiegelt in het raam. Blauwe ogen kijken hem verloren aan vanuit een ingevallen en bleek gezicht. Zijn haar is uitgedund naar een paar plukken grijs. Dit is wat het leven van hem heeft gemaakt.
De woorden van de arts spoken door zijn hoofd. ‘Hooguit nog een maand.’
Hij grijpt naar het kruisje aan zijn halsketting. Meer automatisme dan overtuiging. Zijn geloof is hij allang kwijt.
Alleen in Layla gelooft hij. Nog eenmaal wil hij haar zien.

Een glimlach trekt om zijn mond als hij aan hun eerste ontmoeting denkt.
Veel collega’s zag hij vertrekken de afgelopen jaren, hun plaatsen ingenomen door mensen wiens taal hij niet kon verstaan, uit landen waar hij nooit was geweest.
Ze viel hem gelijk op toen ze de werkvloer betrad. Zoals gewoonlijk ging hij in zijn eentje in de pauze een sigaret roken. Tot zijn verbazing kwam ze bij hem staan en wees naar zijn sigaret. Maarten zag de tatoeage van een vlinder op haar hand, de uitgroei van haar geblondeerd haar en rimpels in haar gezicht. De mooiste vrouw die hij ooit had gezien. Met zijn trillende vingers, zwart van de nicotine, gaf hij haar zijn sigaret. Ze nam een trekje en gaf de sigaret terug. Vanaf die dag stonden ze elke pauze zwijgend bij elkaar.
Na een paar weken verbrak Layla het stilzwijgen. ‘Not married? Girlfriend?’ vroeg ze. Hij schudde zijn hoofd. Ze gaf Maarten een kus op zijn mond en liep weg. Verbijsterd keek hij haar na.

Aan het eind van die werkdag was ze naast hem gaan zitten in de bus naar huis. ‘I come with you, I want you’, fluisterde Layla in zijn oor, terwijl ze haar hand op zijn kruis legde. Hij voelde zijn opwinding en schaamde zich. Zij wilde hem? Hij kon haar onmogelijk vertellen dat hij bij zijn vader woonde.
Bij het rijtjeshuis aangekomen stak hij voorzichtig de sleutel in het slot en maakte de deur open. Hij nam Layla bij de hand en deed zijn wijsvinger voor de mond. Stilletjes nam hij haar mee de trap op naar zijn slaapkamer, om de duivel niet wakker te maken. Layla giebelde.
Daar kuste hij haar hartstochtelijk. Hij ritste zijn broek open en duwde haar op het bed. Hij voelde de flitsende pijn van de riemslag voordat hij de gil van Layla hoorde.
‘Klerejoch, om godverdomme met een hoer thuis te komen.’ Woest sloeg zijn vader om zich heen, niets of niemand sparend. Rode striemslagen verschenen op het lichaam van Layla. Ze krijste toen ze zich een weg baande naar beneden. Hij riep haar naam, maar hoorde alleen het dichtslaan van de voordeur.

Hij stond weer alleen in de pauzes. Van een afstand zag hij haar de bloemen sorteren, de vlinder op haar hand leek te fladderen. Soms voelde hij haar blik op hem gericht. Een paar weken later was ze weg. Een collega gaf hem een briefje met een adres in Polen erop. ‘Layla?’ vroeg Maarten. Hij knikte bevestigend.
Dat was een half jaar geleden. Hij moet haar terugzien. Het heelal of de wereld gaat hij niet meer ontdekken, maar het wordt tijd dat hij zichzelf ontdekt. Zijn ticket naar Polen ligt klaar, onder zijn kussen.
De bus stopt bij de eindhalte. Mensen staan op, ongeduldig om van hun vrijheid buiten gebruik te maken. De rij passagiers glijdt naar voren, gekleed in hun donkere jassen en gezichten naar beneden. Een rouwstoet des levens.
Maarten stapt uit en voelt de warme zonnestralen, de regen is verdwenen.

Hij zal zijn vader deze keer het hoofd bieden. Met elke stap dichterbij huis voelt hij zich zelfverzekerder.
Zijn vader staat in de tuin met een sigaret. Maarten ziet gelijk het vliegticket in zijn hand, samen met de artsenverklaring. Spottend kijkt hij Maarten aan. ‘Je kunt niet bij mij weg rotjong, alleen de dood zal ons scheiden, net als bij je moeder’ . Hij knikt naar het heuveltje achter Maarten en lacht zijn rotte tanden bloot. Verbijsterd kijkt Maarten naar het heuveltje, terwijl snippers van het ticket rondom hem dwarrelen dringt het besef bij hem door. Maarten schreeuwt als een beest en pakt de spade die tegen de schuur staat. Hoog torent hij boven zijn vader uit, de spade geheven. Hij wankelt als een rotsblok bovenop een klif, balancerend tussen goed en kwaad.
Het laatste zonlicht weerkaatst in het blad van de spade als deze neerkomt.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch