Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Meer weten?

Sluiten

Verloren tijd

Door Alinda Zoetbrood

Tess haastte zich naar het vliegveld. Onverbeterlijk was ze, altijd en overal te laat. Net haar moeder. Ze zag de eerste sneeuwvlokken van het jaar op de voorruit vallen. Met dit weer had ze al helemaal eerder van huis moeten vertrekken. Ze trapte het gaspedaal nog wat harder in, maar plotseling remde de auto voor haar. Ze hoorde in de verte sirenes galmen. Tess vloekte terwijl ze langzaam mee reed met de file die zojuist was ontstaan. Een klein uur later parkeerde ze de auto op Schiphol. Zou ze haar vlucht nog halen?

Een aantal jaar geleden had Tess met haar moeder de afspraak gemaakt om elk jaar rond de kerstdagen samen een hoofdstad te bezoeken. Om het leven te vieren. Dit jaar viel er weinig te vieren door het plotselinge overlijden van haar grootmoeder. Maar de vluchten waren geboekt en haar moeder wilde de afspraak toch door laten gaan.

Het was druk op de luchthaven. Tess baande zich een weg door de mensenmassa. Toen ze op de borden in de aankomsthal keek, zag ze dat haar vlucht vertraagd was. En niet alleen die van haar. Vanwege de hevige sneeuwval en de gladheid bleken veel vliegtuigen vandaag niet te kunnen vertrekken.

Tess liep eerst doelloos wat rond, bekeek een aantal etalages en plofte uiteindelijk neer op een stoel tussen de overige gestrande passagiers. Ze pakte haar tas en zocht naar het dagboek dat ze gisteren had gevonden. Tess sloeg de bladzijden om en herkende het handschrift van haar grootmoeder onmiddellijk. Ze bladerde door de vergeelde bladzijden en keek naar de jaartallen die sierlijk bovenaan de pagina’s stonden geschreven. Ze herinnerde zich meteen weer de emoties die te lezen waren in de ogen van haar grootmoeder, toen ze Tess had verteld over de val van de Berlijnse muur. Als kind had Tess altijd vol vragen gezeten, maar haar grootmoeder was erg terughoudend geweest om te vertellen over haar leven.

Nu keek ze naar de woorden die de pagina’s vulden. Woorden die haar een inkijk zouden kunnen geven in het leven van haar grootmoeder in het naoorlogse Berlijn. Het dagboek lag halverwege opengeslagen op haar schoot en Tess begon enkele passages te lezen.

Berlijn, 20 september 1959

Gisteren heb ik iemand ontmoet die ik maar niet uit mijn hoofd kan krijgen. Zijn naam is Max. Hij fietste richting Alexanderplatz toen zijn leren tas van zijn fiets viel. Een aantal boeken rolden over de straat. Ik liep een paar meter bij hem vandaan op de stoep en probeerde gauw de losse vellen papier te pakken die door de wind werden opgetild. Hij pakte ondertussen de boeken die midden op straat lagen.

Met de boeken in zijn linkerhand liep hij me tegemoet. Met zijn andere hand nam hij zijn zwarte hoed af en keek me aan. Helderblauwe glinsterende ogen. De blik in zijn ogen betoverde me gelijk. Hij oogt ingetogen en bescheiden. Maar zijn warme ogen tonen een levenslust die ik nog niet eerder in iemands ogen heb gezien.

Hij trakteerde me op een kop koffie om me te bedanken dat ik zijn aantekeningen had gered. We praatten wat en bestelden nog een koffie. Niemand die zo mooi vertelt. Hij werkt als geschiedenisleraar op een school in het westen van de stad. Zijn aanwezigheid maakt me rustig, alsof ik na lang zoeken eindelijk thuiskom. Ik wil hem heel graag beter leren kennen en hoop zo dat dit gevoel wederzijds is!

Deze Max vormde het onderwerp van vrijwel alle pagina’s die volgden.

Berlijn, 31 december 1959

Max en ik zien elkaar nu bijna dagelijks. We spreken vaak af na zijn werk. Vanaf het moment dat we afscheid hebben genomen, leef ik alweer toe naar het moment waarop we elkaar weer zullen zien. Onze ontmoetingen zijn kortstondig en intens. Ontmoetingen die steeds korter worden door de grenscontroles in de stad.

Tess glimlachte bij het lezen over deze jeugdliefde van haar grootmoeder. Nieuwsgierig bladerde ze verder in het dagboek tot haar oog viel op het jaartal dat bovenaan die bladzijde stond geschreven.

Berlijn, 21 september 1961

Vanochtend opende ik mijn bureaukast en heb ik Max’ zijn eerste brief aan mij nogmaals gelezen. De brief waarvan ik de woorden inmiddels wel kan dromen. Sinds het contact met Max verbroken is, heb ik zijn brieven wel tientallen keren gelezen. De grens wordt nu zeer streng bewaakt. De eerste weken hoopte ik nog vurig dat Max een poging zou wagen om hierheen te komen, maar inmiddels heeft de angst het overwonnen van deze hoop. Er gaan geruchten dat er nu zelfs mijnen en wapeninstallaties in de verboden zone zijn geplaatst.

De laatste keer dat Max en ik samen waren, speel ik iedere dag als een film in mijn hoofd af. Ik droomde ervan om ooit terug te gaan naar Nederland. Max wilde met me mee. En nu leven we gescheiden van elkaar. Elke ochtend als ik ontwaak voelt het alsof ik nog droom en die verdomde muur alleen bestaat in mijn onzinnige gedachtespinsels. Tot de bizarre werkelijkheid weer volledig tot me doordringt.

‘Hier volgt een laatste oproep voor de passagiers van vlucht GH3512 naar Parijs. U wordt verzocht zich naar gate 7 te begeven.’ Tess schrok op uit haar gedachten. Ze wilde verder lezen in het dagboek, maar haar vlucht werd nu omgeroepen. Ze liep snel naar de gate en zag dat de laatste passagiers zich naar de paspoortcontrole begaven om te boarden. Eenmaal in het vliegtuig gingen haar gedachten weer uit naar het dagboek van haar grootmoeder.

Wat had ze graag nog eens met haar grootmoeder gesproken over deze periode uit haar leven. Hoewel ze een erg goede band hadden gehad en altijd veel met elkaar bespraken, had haar grootmoeder nooit gesproken over haar jaren in Berlijn. Tess wist alleen dat ze daar enkele jaren hadden gewoond vanwege het werk van haar overgrootvader. Misschien was het te pijnlijk voor haar grootmoeder geweest om hierover te vertellen.

Tess vond het een onwerkelijke gedachte dat de Berlijnse muur in de generatie voor haar nog bestond. Tegelijkertijd besefte ze zich dat vandaag de dag mensen nog steeds gescheiden leven door grenzen en muren. Noord-Koreanen, met familieleden over de grens. Vluchtelingen met ontwrichte gezinnen door oorlogen. Ook tegengehouden door grenzen, in hun zoektocht naar een nieuwe toekomst. Alsof men van de geschiedenis niets had geleerd.

Het vliegtuig steeg op. Terwijl Tess het dagboek weer pakte viel er een fotootje op de grond. Het was een kleine vergeelde pasfoto van een man. Ze bekeek de foto wat beter en trok ineens bleek weg. Die blik in de ogen en de vorm van zijn gezicht! Op de achterkant van de foto stond in haar oma’s sierlijke handschrift met potlood geschreven: Max Schröder, Berlijn 1957. Langzaam drong tot haar door wat de gelijkenis van deze man met haar moeder betekende. Zeven augustus 1961. Dat stond in het dagboek geschreven boven de passage die achteraf bezien de laatste ontmoeting tussen haar oma en deze Max bleek te zijn. Haar moeder was geboren op 11 april 1962.. Flarden van jeugdherinneringen aan haar grootvader schoten ineens glashelder voorbij. Was hij dan niet haar biologische grootvader? Ze keek nog eens goed naar de foto. Er was geen twijfel over mogelijk. Deze man was werkelijk haar moeders spiegelbeeld.

Tess keek recht in de stralende ogen van haar moeder toen ze door de douane kwam. Wat was ze blij om haar moeder weer te zien. Sinds haar ouders naar Parijs verhuist waren, zagen ze elkaar veel te weinig. Tegelijkertijd kreeg ze een brok in haar keel bij de gedachte aan het dagboek, de foto en de waarheid die ze aan het licht moest brengen. Of deed ze er beter aan te zwijgen over wat ze net had ontdekt? Haar moeder had een paar maanden geleden haar eigen moeder verloren. Moest ze dan nu ook nog te horen krijgen dat haar vader helemaal niet haar vader was? En haar grootvader, zou hij de schok ooit kunnen verwerken dat hij niet Emma’s biologische vader was? Tess, zijn enige kleinkind, eigenlijk niet zijn kleindochter. Of zou hij dit ook al die tijd hebben geweten en was het een bewuste keuze geweest van hen beiden? Dat kon ze zich nauwelijks voorstellen. Hoe kon je leven met zo’n geheim?

Tess en haar moeder installeerden zich in een Franse bistro. Haar moeder wenkte de ober. ‘Deux vins rouge s’il vous plait monsieur’. Het haardvuur knapperde en op de achtergrond galmde Jacques Brel. Wat hield ze toch van Parijs. Ze kon zich goed voorstellen dat haar ouders hierheen verhuisd waren toen de kans zich voordeed. De rode wijn werd gebracht. Haar moeder hief het glas. Tess lachte, maar achter die glimlach ging een zee van vragen en twijfels schuil.

geen reacties
0 Fictie

TEVREDEN

Laura Leihitu

0 Non-fictie

Pelgrims

Isa Altink

0 Fictie

Retro

Daphne Hubeek

1 Fictie

aurora

Vincent Gligoor