Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Meer weten?

Sluiten

Vervormingen

Door Dimitri Troncquo

Een man tuurt door het raam van een huis zonder muren. Hij zucht genoegzaam. Wat woon ik hier toch mooi, denkt hij. Die glooiende weilanden. Die rust. En dit huis, dat ik met mijn eigen handen heb gebouwd. Zwaar werk, dat wel, maar het resultaat mag gezien worden.De man schrikt op uit zijn overpeinzingen door het geklingel van de bel. De klassieke bronzen scheepsbel verleent een zekere authenticiteit aan het rustieke karakter van de woonst. Althans dat vindt hij zelf.

Lui sloft de man naar de deur. Hij kijkt naar buiten door het spionnetje en ziet een meisje zonder benen, gevangen in zeepbel. Of zo lijkt het toch. Het is vast een optische illusie, bewerkstelligd door de bolle lens in het kijkgaatje. Hij liet het ding pas installeren en dit is de eerste keer dat hij het daadwerkelijk gebruikt. Een mens kan niet voorzichtig genoeg zijn, zeker niet wanneer hij zo afgelegen woont.

Omdat hij het meisje nooit eerder heeft gezien, beslist de man veiligheidshalve de deur niet open te maken. Wie weet wat voor vervormingen heeft die verdomde lens nog teweeggebracht. Misschien staat er helemaal geen meisje zonder benen, maar een grote neger met één oog, en zo’n rafelig litteken over zijn kaak, en van die scherpe, afgevijlde tanden en, en, en een groot mes. Of erger nog, een roestige, bebloede machete.

Wie er ook aan de andere kant van de deur staat, het is beter dat die niet naar binnen komt. Om geen geluid te maken verwijdert de man zijn sloffen en loopt hij behoedzaam, op de toppen van zijn tenen terug naar de woonkamer. Halverwege de hal blijft hij staan. Wat als dat kind nu echt geen benen heeft? Het schaap. Gevangen in een zeepbel, waarin langzaam maar zeker alle zuurstof opraakt. Ze zou kunnen stikken. En dat allemaal terwijl hij erbij staat, op zijn sokken, met zijn versleten pantoffels in de hand. Net wanneer hij op zijn schreden wil terugkeren, voelt hij hoe er iemand aan zijn mouw trekt. Met een ruk draait hij zich om, de pantoffels laat hij vallen. Achter hem staat het meisje met grote glanzende ogen en furieus trillende onderlip. In haar hand heeft ze een grote rieten picknickmand.

‘Je bent ontsnapt,’ zegt de man. Hij straalt. ‘En je kan weer lopen!’

Het meisje zegt niets. Ze begrijpt duidelijk niet waar hij het over heeft. Arm kind, denkt de man. Helemaal het noorden kwijt.

‘Ik ben van de scouts,’ begint het kind met overslaande stem.

‘Wacht eens,’ onderbreekt de man, ‘hoe ben je hier binnen geraakt?’ Bruusk duwt hij het meisje opzij en speurt de gang af. Geen negers. Geen machetes. Gelukkig maar.

Hij richt zijn aandacht terug op het kind, dat huilend in een hoekje staat. ‘Wel?’ vraagt hij.

‘Ik ben gewoon rond de deur gelopen,’ antwoordt ze, snikkend en sputterend.

‘Rond de deur?’

Het meisje houdt de mand stevig tegen zich aangeklemd, alsof ze zich erachter wil verstoppen. ‘Wel ja,’ stamelt ze. ‘Er zijn geen muren.’

De man lacht. ‘Goed gevonden, vind je niet? Een huis zonder muren.’ Hij klopt liefdevol op de dichtstbijzijnde lucht en staart een ogenblik dromerig naar het plafond. Het meisje haalt de schouders op.

‘Ik vind het maar niets,’ zegt ze. ‘Het is hier koud. En bovendien kan iedereen zomaar bij je binnenlopen.’

Ja, dat moest de man wel toegeven. Het meisje was hiervan het levende bewijs. ‘Och, dat vind ik helemaal niet zo erg,’ zegt hij, hoewel hij het eigenlijk niet meent.

Duidelijk meer op haar gemak zet het meisje de picknickmand neer. ‘Ik ben van de scouts en ik verkoop koekjes.’

‘Zo,’ zegt de man. ‘Koekjes?’ Hij vertrouwt het zaakje toch niet helemaal. Tenslotte is dit kind op klaarlichte dag zijn huis binnengedrongen alsof het niets is. Een koelbloedig staaltje waar zelfs de meeste beroepscriminelen zouden voor terugschrikken. ‘En waarom, als ik vragen mag?’

Het meisje glimlacht. ‘We verkopen koekjes, zodat we deze zomer op kamp kunnen gaan.’ Ze glundert.

Een kamp? In Siberië misschien. Bij de rest van haar soort. ‘Ik zie niet in wat koekjes en een kamp met elkaar te maken hebben,’ zegt hij nors. ‘Bovendien ben ik niet geïnteresseerd.’

‘Het zijn echt lekkere koekjes hoor. Met sjokolaa.’ Het meisje veert even op wanneer ze het woord uitspreekt. De staartjes aan weerszijden van haar hoofd dansen guitig in het rond. De man twijfelt. Chocolade. Hij kan het al proeven.

‘Wat is het hier koud,’ zegt het meisje. Ze trekt haar jas dicht en slaat de armen om zichzelf.

Ja, denkt de man. Lekkere chocoladekoekjes met een kop warme melk, dat zou de koude wel verdrijven. Misschien heeft het kind wel gelijk. Zo’n huis zonder muren, het is me wat. ‘Oké,’ zegt hij en tast naar zijn portefeuille. ‘Laat eens zien wat je hebt.’

Het meisje slaat een kreetje van plezier. Ze gaat op haar knieën zitten bij de mand en maakt ze open. Een forse, eenogige man van Afrikaanse origine met een rafelig litteken over zijn kaak klimt over de rand. Met zijn roestige, bebloede machete wijst hij naar de portefeuille. ‘Geef die maar aan mij.’

Het meisje kirt en lacht haar scherpe, afgevijlde tanden bloot.

geen reacties
0 Fictie

Absoluut

Tammo Ponte

0 Non-fictie

Miami

Stephan van Erp

2 Non-fictie

Migraine

Alexander Roessen