Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Vervulling

Door Jacob Los

Bestel je wel eens iets bij een webwinkel? Vast wel. Vrijwel iedereen doet dat tegenwoordig. ‘Voor 23.59 uur besteld, morgen in huis.’ Handig toch? En maak je dan ook wel eens mee dat je een wat te grote doos krijgt? Zo groot dat je denkt ‘huh… ik had toch alleen maar een staafmixer besteld?’ De rest van zo’n doos is dan helemaal opgevuld met van die plastic luchtkussentjes. Van die opgeblazen boterhamzakjes. Ha! Ik zie het aan je. Dat herken je.

Als je zo’n doos krijgt, dan kan het heel goed zijn dat ik die plastic luchtkussentjes erin heb gedaan. Dat is namelijk mijn werk. Niet heel erg hoogdravend misschien maar wat geeft dat? Ik verdien er mijn geld mee en ik vind het niet erg om het te doen. Sterker nog, ik heb er zelfs wel plezier in. Op de een of andere manier vind ik het mooi dat ik zorg voor eh… afvulling. Kun je dat zo zeggen? Ik regel met mijn plastic luchtkussentjes dat alles wordt opgevuld en stabiel blijft. Ik zorg voor bescherming. Dat is toch niet onbelangrijk?

Natuurlijk heb ik relaties gehad. Eén keer heb ik zelfs samengewoond. Toch was niks blijvend. Het is ook niet makkelijk. Als je jong bent, ben je nieuwsgierig. Dan wil je door. Dan wil je weten wat er achter de horizon is, of direct al om de hoek. En toen was ik ineens dertig en alleen. Ik vulde niet alleen dozen maar ook mijn dagen met plastic luchtkussentjes. “Het wordt tijd voor actie meisje!” zei Mariska. Mariska is mijn allerbeste vriendin. We kennen elkaar al van de lagere school. Zij heeft twee schattige kleintjes. Twee jongetjes.

Nou dan probeer je het eerst eens in de kroeg. Niet dat ik geen aandacht kreeg. Juist wel! Mannen zat. “Zit jij hier zo helemaal alleen, blonde schoonheid? Zal ik jouw eenzaamheid eens komen verdrijven?” Aaargh… En allemaal een trouwring om. De hufters. Daarna probeerde ik internetdating maar dat werkte niet voor mij. Ik ben niet zo’n schrijver. Die mannen schrijven allemaal quasi intelligente, verschrikkelijk grappig bedoelde mailtjes maar als je dan met ze afspreekt blijken ze een enorm verleden te hebben. Dan vertelt zo’n vent ineens dat hij twee puberkinderen heeft. Geeft niks hoor, ik ben dol op kinderen, maar wees godsamme toch gewoon meteen eerlijk.

Tinder vond ik niks. Dat draait alleen om… eh, je weet wel. Daar heb ik absoluut geen hekel aan trouwens maar, nou ja… alles op z’n tijd.

Na een gezellige avond met Mariska liep ik terug naar huis. Iets dat ze had gezegd spookte door mijn hoofd. “Je moet dicht bij jezelf blijven, meisje. Dicht bij wat jij belangrijk vindt. Dicht bij wie jij bent.” Tsja, wat ben ik meer dan plastic luchtkussentjes? Ineens kreeg ik een idee. Het was echt laat toen ik thuiskwam. Toch ben ik het direct gaan uitvoeren. Ik startte mijn computer op en zocht een leuke foto van mezelf uit. Niet super sexy of zo maar wel eentje waarop je me goed kunt zien. Ik stopte een stuk A-4 fotopapier in mijn printer en stelde het printprogramma zo in dat de foto er vier keer op kon. Even knippen en toen had ik vier plaatjes van mezelf in briefkaartformaat. Met een watervaste viltstift krabbelde ik iets op een ervan. Om te oefenen. ‘Jij bent een lekkertje!!!’ schreef ik. Die schoof ik onder de rand van mijn spiegel. De andere drie deed ik in mijn tas.

De eerste foto stopte ik in de doos van ene Mick uit Amsterdam. Hij had twee reisgidsen besteld. Eentje voor Cambodja en eentje voor Peru. Niet echt landen die je in één reis aandoet. Óf mijn Mick was een besluiteloze vent, óf hij was zo avontuurlijk dat hij beide landen zou gaan bezoeken. Die gok zou ik moeten nemen.

‘Beste Mick…’ krabbelde ik achterop de foto. ‘Dit ben ik.’ Ik grinnikte even, Mick en ik. ‘Heel geweldig met woorden ben ik niet maar ze zeggen dat mijn gezelschap aangenaam kan zijn. Als het je leuk lijkt om me te ontmoeten dan kun je me mailen op het volgende adres…’ Ik legde mijn foto bovenop de twee boeken en vulde doos extra zorgvuldig met mijn plastic luchtkussentjes.

Binnen vierentwintig uur reageerde hij. ‘Hééé chickie, fraai smoeltje heb je! Lijkt me leuk je te treffen.’ Hij wilde afspreken bij een trendy grandcafé in Amsterdam. Mijn mond viel open toen er een Porsche kwam voorrijden. Het was een knappe man; ik denk een jaar of tien ouder dan ik. Hij had een goed getrimd baardje en een hip jasje. Toen ik mijn verhaal had verteld keek hij ongelovig. “Dus jij bent iemand die plastic kussentjes in een doos propt? Zo’n mooie meid als jij?” Hij grijsde en keek om zich heen. Alsof hij verwachtte dat de bedieners van de verborgen camera’s ieder moment tevoorschijn zouden kunnen springen. “Ben je single?” vroeg ik terwijl ik het antwoord eigenlijk wel wist. Hij grijnsde. “Momenteel wel, lieverd. Vanavond in ieder geval.” Ik informeerde naar de reisgidsen. “Ah… ja, cadeautjes voor collega’s. Nee joh, niks voor mij dat soort landen. Ik kom al jaren niet verder dan Fuerteventura.” Ik liep naar de balie en betaalde de rekening. Ik heb nog naar hem gezwaaid maar dat zag hij niet. Hij tuurde naar het schermpje van zijn telefoon.

Bijna had ik het hele plan laten varen tot ik een paar dagen later een spiegelreflexcamera en een aantal hele dure lenzen voorzichtig in een doos liet zakken. Ik haalde de tweede foto uit mijn tas. ‘Met een man die de zaken graag scherp ziet, zou ik best eens willen kennismaken’ schreef ik achterop. Ook nu kreeg ik snel een reactie. Een vrij formele. ‘Beste mevrouw. Als u er nog steeds prijs op stelt om mij te ontmoeten, dan zouden we elkaar kunnen treffen bij…” Ik zoeken op internet. Bleek het een parkeerplaats ergens buiten te zijn. Aan de rand van de Oostvaardersplassen. Dat maakte me wat huiverig maar toen ik de jongeman daar trof verdween mijn angst direct. Hij oogde muizig en totaal ongevaarlijk. Afstandelijk schudde hij me de hand. Een beetje zoals je dat doet met je huisarts.

De camera, voorzien van de grootste lens, hing om zijn nek. “Vogels” piepte hij. “Ik ben echt buitengewoon geïnteresseerd in vogels.” Hij bevestigde de camera op een statief dat naast zijn auto stond, keek door de zoeker en werd al snel opgeslokt door wat hij zag. Een tijd gebeurde er niks en toen drukte hij ineens een aantal keer af. Razendsnel achter elkaar. Klik, klik.. klik. “Yes!” riep hij uit. Zijn oog bleef op de zoeker.

Voor mijn gevoel heb ik daar zeker een half uur gestaan zonder dat hij aandacht aan me besteedde. Toen draaide hij zich ineens om. Heel plotseling. “Jij ook?” vroeg hij. “Huh…?” zei ik. “Of jij ook geïnteresseerd bent in vogels.” Hij keek heel geïrriteerd. “Ehhh… ja best wel…” mompelde ik. Hij knikte en richtte zijn aandacht weer op zijn camera. Ik draaide me om en stapte in mijn auto. Toen ik de autodeur dichtsloeg keek hij niet op. Ook toen ik de motor startte, reageerde hij niet.

De volgende dag vulde ik weer dozen met plastic luchtkussentjes. De laatste foto lag voor me. Ik belde Mariska. Eigenlijk mag je niet bellen op het werk. Ik deed het toch. Ze probeerde me moed in te praten – de schat – maar het stemmetje dat later in mijn oor jengelde was bijna net zo sterk. ’Dream on! Dit soort dingen werken alleen in romantische films.’ Ik zuchtte diep en stopte toen toch de laatste foto in een doos. Meer voor Mariska dan voor mezelf. Ik kon geen originele tekst meer verzinnen. ‘Ik zoek een heel fijn iemand’ schreef ik achterop. En daaronder mijn mailadres natuurlijk. Ik legde de foto op een boek; een mooi dik boek. Bijna een week gebeurde er niks. ‘Zie je wel…’ zeurde het stemmetje.

En toen kreeg ik een mailtje:

‘Mijn hart maakte een sprong toen ik jouw foto zag.

Je hebt zulke mooie lieve ogen!

Totaal verlamd door onvermogen,

…wachtte ik nog vierenhalve dag.

Is dit een grap? Word ik bedrogen?

Wacht mij straks louter hard gelag?

Uiteindelijk ging ik overstag.

Als ik niets doe, denk ik dat ik mezelf verloochen.

Ik heb besloten te vertrouwen; dat is meestal het beste fundament.

Jij wordt, hoop ik, mijn goede fee.

Jouw ogen zeggen dat jij louter goedheid bent.

Nu hoop ik op een Zilte Zoen, heimelijk achter twee grote koppen thee.
Een strandtent met die naam, dat wordt ons monument.

Je vindt me zondag rond een uur of twaalf daar; in Egmond aan de Zee.’

Zal ik vertellen wat er in de doos zat? Een bloemlezing. ‘De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten’ samengesteld door Ilja Pfeijffer. De dag dat we elkaar voor het eerst troffen in de strandtent, gaf hij zijn boek aan mij. Dat was geen groot offer trouwens want vanaf die dag zijn we onafscheidelijk geweest.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch