Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Verwachting

Door Merel Remkes

De bovenlip steekt fier vooruit, het andere lipje valt wat slapjes naar binnen, nog niet helemaal zeker van z’n zaak. De wangetjes zitten vol felrode krassen. Ze mochten zijn nagels nog niet knippen, had de kraamverzorger gezegd. Wel voorzichtig afbijten. Ze had visioenen gekregen van bloedende vingerstompjes.

Het gezichtje fronst, bloedende vingerstompjes zijn niet best mama, maar net zo snel als de wenkbrauwen samentrekken, schieten ze omhoog in een verbaasde grimas. Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met oefenen op de gezichtsuitdrukkingen die het leven nodig heeft.

Ergens wist ze wel dat het gek was dat ze niets voelde toen de woorden waren uitgesproken. Geen emoties, zelfs haar lichaam was afwezig. Pas toen hij haar hand losliet, voelde ze het bloed langzaam erin terugstromen. Ze hoorde de vragen die hij stelde, zijn stem hees. Betekent dat… Wat als we nou… Ze wist precies hoe zijn gezicht nu stond, zijn ogen groot, de ader boven zijn slaap zichtbaar. Ze wilde het niet zien. Zij keek naar het bureau en vroeg zich af waarom je als medisch specialist voor spaanplaat kiest in plaats van notenhout. Misschien uit piëteit voor hen die zonder toekomst naar huis gingen.

De mensen om hen heen hielden zich vast aan clichés. Het heeft zo moeten zijn. Je kunt ook zonder kinderen een betekenisvol leven hebben. Handenbindertjes zijn het, met hun poepluiers, peuterpuberteit en prinsessengedrag. Jullie hebben elkaar toch. Dan word je gewoon lievelingstante, wel de lusten, niet de lasten, heerlijk, ik zou het wel weten. Een hond, is dat niet wat voor jullie, zo’n grote, het is net een kind, echt. De ruimte moest gevuld worden met zinnen die zich vermomden als troost.

Toen de clichés op waren, kwamen de mensen niet meer. En als ze onverhoopt toch kwamen, deed zij niet open. Zij lag in bed en hield huilsessies. Een keer had ze het viereneenhalf uur volgehouden, aan een stuk door. Ze had af en toe op de klok gekeken en voelde toch enige trots toen ze de vier uur was gepasseerd. Zie je, zij kon zeker wel iets. Haar baarmoeder was verdord maar huilen kon ze als de beste.

Ze droeg haar zinloze lichaam van en naar haar werk, waar ze op automatische piloot haar to do-lijst afging. Onderweg keek ze naar de gezichten van vrouwen met kinderwagens, misschien kon ze ontdekken wat de truc was, waarom die kutwijven wel en zij niet. Thuis aan de eettafel snauwde ze hem af, terwijl hij haar lievelingseten kookte. Hoezo maak je mijn lievelingseten, hoezo maak je niet mijn lievelingseten.

Had ze soms te vaak te veel gedronken en zo haar lichaam verruïneerd?

Wel positief blijven, zeiden ze. De behoefte om op straat te gaan liggen en de stoeptegels tegen haar wang aan te voelen, was soms best iets minder. Totdat ze zulke dingen zeiden. Als er een dag voorbij dreigde te gaan zonder dat ze had gehuild, pakte ze ‘m bij z’n kladden en perste er op de valreep nog wat tranen uit, al was het maar voor het idee.

Ze zei dat ze wat ging drinken met een vriendin. Ze zat gehurkt tegen de goedereningang van een hotel en pafte achter elkaar vijf peuken weg. Ze rookte niet eens. Fijn om te zien dat het weer wat beter met je gaat, zei hij toen ze weer thuis was.

Er waren nachten waarin ze wakker lag en haar lichaam weer verdwenen was. Help me, dacht ze, help. Maar de wereld sliep. Waarom voelden ze haar niet wegraken?

Misschien moest ze in God gaan geloven.

De yoghurt was op. Als ik nou een baby had. De trein reed voor haar neus weg. Dan zou alles anders zijn. Haar baas was een eikel. Een baby’tje van mij alleen. De therapeut zei dat je toch wel kon spreken van emotionele verwaarlozing tijdens haar jeugd. Oké, ook een beetje van hem. Wat riep dat in haar op, de woorden ‘emotionele verwaarlozing’? Met van die kleine dikke handjes. Nee, over de schuldvraag hadden ze het nu even niet. Met vetkuiltjes bij de knokkeltjes. Het was nu belangrijk dat ze voelde dat ze die liefde wél verdiende, dat ze zichzelf zou omarmen, op schoot zou nemen als het ware. Zo’n klein pakketje tegen me aan in een draagdoek.

Overtijd. Twee streepjes. Vier weken, acht, twaalf. Het hartje klopte razendsnel. Hij had er zin in.

De eerste weken zweefde ze, raakte amper de grond. Maar langzaam zakte alles weer op z’n plaats. Liet de extase zich zien voor wat hij werkelijk was: opluchting. Opluchting dat ze wakker kon worden zonder zich meteen te moeten indekken. Dat de levensmachine was geolied en weer liep. Dat ze haar hand op haar groeiende buik kon leggen en tegen zichzelf kon zeggen: Zie je, het komt goed, alles komt goed. Ook als de yoghurt op was of de trein voor haar neus wegreed. Ze had altijd gedacht dat voldoening een vorm van geluk was, maar ze had het mis. Het was alleen maar het gebrek aan verlangen.

Hij is wakker en kijkt haar aan met zijn troebele blauwe oogjes. Zou hij haar zien? Soms schrikt ze ervan hoe klein hij is. Ze droomt dat ze hem in een luciferdoosje stopt en op de verwarming legt. Om er drie dagen later tot haar schrik achter te komen dat ze hem helemaal vergeten is. Hoe kan ze hem, de geluksbrenger, zo snel vergeten? Waar is het geluk als ze naar het juiste scheldwoord zoekt voor de auto die haar afsnijdt, als ze zich niet gehoord voelt ondanks dat er iemand tegenover haar zit te luisteren?

Ze steekt haar neus in zijn nekje en snuift langzaam zijn geur op. Vult zich met zijn aanwezigheid. Hij is er.

3 reacties

leonie

dinsdag, 21:40

Deze passage is super: Zij keek naar het bureau en vroeg zich af waarom je als medisch specialist voor spaanplaat kiest in plaats van notenhout. Misschien uit piëteit voor hen die zonder toekomst naar huis gingen.

En in het verhaal zitten nog veel meer van die mooie zinnen!

sarah

maandag, 18:40

Wat een bijzonder mooi verhaal. Een kijkje in een binnen wereld die prachtig wordt omschreven.

Charlotte

zondag, 10:11

Supermooi verhaal! Het raakt je op een dieper niveau doordat je helemaal wordt meegenomen in de gevoels- en gedachtenwereld van de hoofdpersoon.

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch