Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Vlucht

Door Simone Koomans

Ze zuchtte diep en keek uit het kleine raam. Aan de buitenkant zaten wat druppels die al snel veranderden in ijssterretjes. Onder haar werden de huizen langzaamaan huisjes, de auto’s op de snelweg bewegende glinsterende stipjes en de koeien in de rechthoekige weilanden niets meer dan speldenprikken. Het beeld vervaagde en ging over in een dik, grijs wolkendek. Beneden haar bevond zich een wereld waar zij, zo leek het, geen deel meer van uitmaakte. Mensen die naar hun werk gingen, boodschappen deden, hun kinderen van school haalden. Zij zat in haar eigen cocon op grote hoogte en voelde zich een buitenstaander. Ze voelde de druk op haar borst toenemen. De paniek die ze eerder had gevoeld probeerde zich weer een weg in haar lijf te banen. Ze ademde diep in en uit, maar haar hart ging steeds sneller slaan totdat het als een bezetene tekeer ging. Het duizelde haar. ‘Rustig blijven, rustig blijven’, mompelde ze. Met haar klamme hand streek ze een blonde lok uit haar gezicht. Wat had haar bezield? Het zou nooit, nooit meer worden zoals het was. Ze moest het van zich af zetten. En nadenken. Het grijze wolkendek maakte plaats voor grote, dikke plukken watten in de vormen van demonen en dappere ridders. Ze stelde zich voor dat ze rende over de wattige heuvels en op de rug van een draak reed. Dat ze zich nestelde in de zachtheid van de watten en zich door de wind liet meedrijven naar verre oorden. Haar hartslag ging omlaag en ze voelde zich rustiger worden.

De plek naast haar was bezet door een vrouw van middelbare leeftijd. Haar opgestoken en felle blauwe oogschaduw. Ze leek alleen te reizen, net als zij. Ze hadden, naast de gebruikelijke begroeting, nog geen woord met elkaar gewisseld. Beter ook van niet. Ze zou zich de komende vijf uur bezighouden met haar eigen gedachten en bij aankomst uit haar leven verdwijnen. Een uitwisbare indruk achterlatend, alsof ze nooit bestaan had. Zo had ze ten slotte haar hele leven al geleefd. Langzaam kwam de trolley met drankjes en snacks dichterbij. De stewardessen glimlachten vriendelijk en deden routinematig hun werk. De twee vrouwen in de rij voor haar waren in een jolige stemming en bestelden rode wijn. Ze leken onbezorgd te zijn.

Zestien jaar was ze getrouwd. In het begin kon ze Viktor nog wel verdragen. Zij was het middelpunt van zijn bestaan, zo leek het, en hij had er alles aan gedaan om haar hart te winnen. Ze had nog nooit eerder de volle aandacht van welke man dan ook gehad en kon aanvankelijk niet geloven dat hij echt voor haar viel. Viktor was een kop kleiner dan zij, ietwat gedrongen en het weinige haar dat hij had was altijd een beetje vettig. Had hij als kind een beugel gehad, dan waren zijn tanden nu waarschijnlijk iets meer in harmonie met elkaar geweest. Viktor kwam vaak in de bakkerij waar zij werkte en begon altijd een gesprekje met haar. Zij vond hem wel aardig en was gevleid door zijn aandacht, maar ze gruwelde bij het idee dat hij haar aan zou raken. Niet dat zijzelf eisen kon stellen, vond ze. Haar hele leven had ze te horen gekregen dat ze te dik, te onzeker en te dom was en zeker niet het type waar welke man dan ook op zou kunnen vallen. Hij had dit gevoel enigszins weg kunnen nemen en nadat hij haar meerdere malen mee uit had gevraagd had zij uiteindelijk toegegeven. Haar fysieke afkeer voor hem maakte plaats voor acceptatie en al snel waren ze -op zijn aandringen- in het huwelijksbootje gestapt. Ze hoefde niet meer bang te zijn dat ze alleen overbleef en uiteindelijk zou ze wel van hem kunnen gaan houden, toch?

‘Wilt u misschien iets drinken?’ De stewardess keek vriendelijk in haar richting. ‘Rode wijn alstublieft’. Viktor zou haar een misprijzende blik hebben gegeven en haar keuze afkeuren. Zoals hij bijna alles afkeurde wat zij deed. Maar Viktor was er niet en bovendien zou ze zich door de alcohol misschien iets meer kunnen ontspannen. ‘Doet u mij maar hetzelfde’. Haar buurvrouw knikte in de richting van haar glas. Ze glimlachte. ‘Ik ben Louise. Reis je ook alleen? Ik ga mijn dochter bezoeken’. Louise ratelde door. Of ze al eens in Egypte was geweest? Nee? Dat gaf niet, Louise kon haar er alles over vertellen. Ze begon zich rustiger te voelen, de alcohol deed haar werk. Heel even voelde ze zich vrij. Geen verleden en geen toekomst, alleen het hier en nu. Kon ze dit moment maar eeuwig vasthouden. Louise was met flinke gebaren aan het uitweiden. ‘Het weer is nu ook heerlijk, mijn dochter’… Ze zag Louise een armgebaar maken waarbij ze haar glas wijn meenam. Haar kant op. Over haar gele blouse. Rode vlek. Zwarte waas. Ze voelde een golf van misselijkheid over zich heen komen. ‘O mijn god, wat heb ik gedaan!’ gilde Louise. ‘Zout, we hebben zout nodig. Stewardess…!’

Ze was in allerijl vertrokken. Ze had zich omgekleed, maar tijd om kleren te pakken had ze niet gehad. Ze had nog wel de geest gehad om haar paspoort mee te nemen, maar behalve dat was haar handtas met vrouwelijke noodzakelijkheden en –godzijdank- haar portemonnee met bankpassen het enige wat ze bij zich had. Op Schiphol had ze zich opgesloten op het toilet, totdat het trillen iets minder was geworden. Ze had haar lippen rood gestift en haar haar wat gefatsoeneerd. Daarna was ze naar de last minute balie gelopen en had ze een vlucht geboekt. Marsa Alam was het geworden, maar eigenlijk maakte de bestemming haar niet uit. Als ze maar weg was. Weg van alles.

Het was begonnen met kleine verwijten. In het eten zat te weinig zout, die rok stond haar niet, waarom was ze niet spontaner, sexyer, intelligenter? Viktors woorden werden met het verstrijken van de jaren steeds harder. Zoals ook die ene keer dat ze op het punt stonden te vertrekken naar haar beste vriendin Liselot voor een etentje. ‘Ga je nog iets anders aantrekken Margot?’ Twee uur had ze er over gedaan om zich mooi te maken. Twee uur. ‘Neem eens een voorbeeld aan Liselot, zij ziet er altijd prachtig uit’. Viktor was languit op de bank gaan liggen en had geen aanstalten gemaakt om te vertrekken. ‘Ik ga niet op stap met een vrouw die zichzelf niet verzorgd’. Ze voelde de tranen prikken achter haar ogen. ‘Wat wil je dan Viktor, zal ik mijn blauwe jurk aantrekken?’ Viktor had gegaapt en de televisie aangezet. Ze had haar blauwe jurk aangetrokken en was voor Viktor gaan staan. Hij had haar smalend aangekeken. Ze meende zelfs iets van afkeer in zijn ogen te zien. ‘Misschien moet je eens wat minder eten. Het is maar een tip hoor’. Viktor rekte zich uit. ‘Weet je, ik heb helemaal geen zin meer om vanavond nog weg te gaan. Is ook beter voor jou’. Zijn blik ging naar de televisie. Uiteindelijk had ze Liselot gebeld met de smoes dat Viktor met griep op bed lag. Liselot wenste hem beterschap en zei dat ze hem maar goed moest verwennen.

‘Cabin crew, prepare for landing’, klonk er vanuit de cockpit. De daling werd ingezet en al spoedig raakte het toestel de vaste grond. ‘Margot, het was een aangename vlucht, sorry nog voor dat ongelukje’. Louise pakte haar handbagage en schuifelde richting de uitgang. Ze wurmde zich ook uit haar stoel, streek haar blouse glad en sloot zich aan bij de schuifelende rij. Ze zou een taxi pakken en zich naar het dichtstbijzijnde hotel laten brengen. Een intense moeheid maakte zich van haar meester. Na een paar uur slaap zou ze vast weer helder kunnen denken. Alles leek haar nu zo onwerkelijk. Had ze echt een vliegtuig naar Egypte gepakt? En Viktor…wat had ze gedaan….Door die ene opmerking vanmorgen was er iets in haar geknapt. Als in een waas had ze naar het vleesmes gegrepen. Zestien jaar aan opgekropte frustratie werd verenigd in haar hand en het mes. Eigenlijk kon ze zich vanaf dat moment niet veel meer herinneren. Viktor was op haar afgestormd en zelf in het mes gelopen. Min of meer dan. Tot wel zes, zeven, acht keer aan toe. Zijn geschreeuw was overgegaan in gejammer, totdat hij niet meer bewoog. Hij zou nog steeds in zijn eigen plas met bloed liggen. De schoonmaakster kwam morgen pas of was het toch vandaag? En had ze haar sporen niet moeten uitwissen? Haar vlucht was totaal ondoordacht geweest. Zij, die niets deed zonder het een tegen het ander af te wegen. Hoe dacht ze hier mee weg te komen?

In de aankomsthal was het druk. Ze snoof en keek naar haar blouse. De rode vlek was opgedroogd. Het zout had niet echt geholpen. De vlek zou er met geen mogelijkheid meer uit gaan. Het groepje mannen in uniform viel haar aanvankelijk niet op, totdat zij haar richting op kwamen. Mrs. Margot Buis? We have some questions for you’.

3 reacties

Nicole

vrijdag, 18:47

Ijzersterk verhaal!! Ik wil een vervolg!!

Bianca Verberkt-Gerrits

vrijdag, 15:05

Nu al spannend! Wil graag de rest van het verhaal ook weten! Hoe gaat het verder met Margot…

R.Koster

donderdag, 19:08

Een intrigerend verhaal met een afloop,die niet te voorspellen is.

0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam