Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Voicemail

Door Linda van de Burgt

De stem van de professor galmt door de collegezaal. Versterkt reikt hij naar boven, waar ik verwoed probeer om alles wat ik zie hoor te noteren. Met enorme snelheid wordt door de dia’s heen geklikt en al snel geef ik het op en ga over op samenvattingen van wat ik lees. Na amper de helft van het college is mijn hand alsnog in het eerste stadium van verkramping aangekomen en ik schakel over op mijn laatste redmiddel: in plaats van de dia’s bij te houden schrijf ik alleen nog maar op wat hij hieromheen vertelt en hoop ik dat hij de presentatie op internet zet. Ik ben hoge tempo’s gewend, maar deze gastspreker stijgt boven alle snelheidsrecords uit. Alsof zijn tong in zijn vrije tijd aan snelwandelen doet en deze hobby net iets te ver doorvoert. Iedereen in de zaal is druk bezig met schrijven. De sfeer in de banken is dan ook alles behalve ontspannen en iedereen lijkt met ingehouden adem te luisteren om maar niets te missen.
Dit is het college waarin mijn telefoon besluit om af te gaan. Gelukkig niet met het geluid aan, maar het getril van het ding tegen de broodtrommel in mijn tas is luid genoeg om me, met het schaamrood op mijn wangen, zo snel mogelijk in mijn tas te laten duiken. Medestudenten kijken geïrriteerd, uit hun concentratie gehaald naar me op en om. Ik zou zelfs kunnen zweren dat de professor even een korte pauze in zijn zin laat vallen, wat de gênante situatie compleet maakt. Na wat een eindeloos lange 6 seconden van ritselend zoeken en rommelen in mijn tas lijkt, heb ik de telefoon in mijn hand. Die is inmiddels klaar met ‘storen’. Ik kijk op het display: mijn moeder. En die gaat terugbellen, weet ik. Want er kan niets belangrijker zijn dan haar telefoontjes. De trilstand er ook maar af en terug in mijn tas. Ik pak mijn pen weer in mijn hand en probeer de draad op te pakken.

Wanneer ik de collegezaal uitkom duizelt mijn hoofd nog van alle informatie. Een vermoeiend college om een lange dag mee af te sluiten. Ik vraag me af of het meeste überhaupt gaat blijven hangen, iets met concentratieboog en zo. Mensen die lesgeven in het onderwerp lesgeven zouden toch beter moeten weten. Ik laat in gedachten het college de revue passeren, mijn drang om alles een plaats te geven, en herinner me het telefoontje van mijn moeder. Ik vis de telefoon uit mijn tas. Niet teruggebeld, wel een voicemail. Vreemd, mijn moeder heeft een hekel aan voicemails inspreken. En ze geeft niet zo snel op. Donderdag is mijn enige lange dag van de week en wanneer ze denkt dat ik al klaar ben, thuis ben, wil ze me te pakken krijgen. Vreemd. Onwillekeurig trek ik een wenkbrauw omhoog.
Terwijl ik de telefoon naar mijn oor breng, loop ik naar de uitgang. Ik klem hem tussen mijn oor en schouder terwijl ik weer in mijn tas rommel, zoekend naar mijn fietssleutel. ‘U heeft één nieuw bericht…’ yada yada yada. Het standaard riedeltje speelt zich af, mijn hand sluit zich om mijn sleutelhanger. En dan hoor ik niks. Wat geruis en dat was het. Mijn moeder en techniek, dames en heren! Zelfs ophangen is voor haar een hele taak. Op het moment dat ik gedag zeg tegen mijn studiegenoten, hoor ik echter een zacht geluid, gemompel?
De schuifdeur gaat open en ik stap naar buiten, het plotse felle zonlicht in. Mijn ogen knijpen zich dicht en ik luister: ‘… neemt niet op. Dan bel ík straks nog wel een keer. Want ze zal zelf eens bellen.’ klinkt er verwijtend aan de andere kant van de lijn. Ik hoor mijn vader iets onverstaanbaars terug grommen. Een ongemakkelijk, misselijk gevoel kruipt omhoog vanuit mijn maag. Enigszins schuldbewust luister ik verder. ‘Als ze nou ooit eens aan ons zou denken, maar dat is natuurlijk weer te veel gevraagd.’
Een warme windvlaag waait door mijn haren, mijn keel lijkt ineens verstopt. Mijn vader zegt nogmaals iets terug. Ik kan het wederom niet precies verstaan, iets van ‘niet in de gaten’. Stilte. Ik wil eigenlijk ophangen, maar wordt afgeleid door Mees die me nog snel een fijn weekend wenst. In mijn linkeroor gaat de deurbel. Voetstappen van mijn vader op de tegelvloer. De deur naar de hal piept wanneer hij hem opent en zijn sloffende passen sterven langzaam weg. Hij opent waarschijnlijk nu de voordeur. ”Jij ook!” zeg ik terug, een afgeleide glimlach erbij.
Ik draai rechts af richting de fietsenstalling en onder het afdak vandaan. Gestommel in mijn oor. Hete stralen op mijn gezicht. Hoor ik nu iemand tegen het kastje aan stoten? Mijn hand sluit zich vaster om mijn telefoon. Misschien is het mijn tante met de hond, die de krant komt brengen, denk ik snel. Dat beest heeft nog al eens de neiging om tegen iemand op te springen. Maar ik krijg een beklemmend gevoel. “Wie is het?” klinkt het. De deur naar de hal piept weer kort en meteen hoor ik een doffe, harde tik. De klink die tegen de muur stoot?
En dan een gil! Ik blijf abrupt staan, mijn zweet word koud. Achter me levert iemand commentaar wanneer er bijna tegen me aangelopen word. Alles buiten gaat echter totaal langs me heen, de wereld valt weg. Ik ben binnen.
Het gestommel is nu gebonk, iemand schreeuwt, een plof. Mijn hart bonst in mijn keel. Wat is dit, wat is er aan de hand? Ik druk de telefoon hard tegen mijn oor, maar ik hoor alleen een zacht geruis. Mijn verhemelte verkrampt, de spieren in mijn mond trekken zich samen van de spanning en mijn neus prikt. Ademloos luister ik of ik nog iets kan horen, wat dan ook. Mijn vaders terugkerende voetstappen, mijn moeders vermanende stem zelfs. Iets normaals. Een teken dat…

“Einde bericht. Om het bericht opnieuw te beluisteren, kies 1”

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch