Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Watervallen van Iguazu

Door James Highsand

Watervallen van Iguazu

Een meter of tien scheidt de eenzame vijgenboom van de traag stromende rivier. Ooit heeft hij gezelschap gehad van twee soortgenoten. De ene overleefde een langdurige periode van droogte niet en de andere liet zich verrassen door een in dit gebied zelden voorkomende storm.
Schijnbaar heeft hij nog enig gezelschap aan een betonnen pijler van de Ponte Manoel Ribas, de brug die het Zuid-Braziliaanse stadje União da Vitória verbindt met de noordoever van de Rio Iguazu. Dat is echter inderdaad maar schijn; de pijler oefent al vele decennia trouw zijn dragende functie uit, en zo’n honderd keer per dag transporteert hij het geluid van stuiterende autobanden richting het vredige gemeenteparkje, maar verder zit er geen enkel leven in.
De verstrooiing moet komen van de kersverse moeders, die twee keer per dag met hun ultramoderne kinderwagens door het parkje toeren. Als de vijgenboom geluk heeft blijven twee vrouwen precies onder hem stilstaan, en wordt de boom deelgenoot van de laatste nieuwtjes in het doorgaans slaperige stadje.

Het bladstille weer zorgt voor een serene rust in het parkje. Het enige geluid komt van de vijgenboom. Als je heel goed luistert, kun je horen dat er meerdere gesprekken gaande zijn.
De vijgen filosoferen over hun toekomst. Zal uitdroging hun lot bepalen? Zullen ze vergeten worden en overrijp onder de boom uit elkaar spatten? Zullen ze bruusk van de steel getrokken worden door hongerige kwajongens en gulzig verorberd worden? Of zal de gemeentelijke tuinman met zijn vlijmscherpe snoeischaar het contact met de boom verbreken?
De bladeren zijn eveneens in een levendig gesprek verwikkeld. Twee blaadjes die ongeveer op dezelfde dag zijn geboren, hebben zich echter van het groepsgesprek afgezonderd. Door de anderen zijn ze altijd al een beetje buitengesloten. De kartelranden van hun blad zijn vrijwel identiek. Ze worden ook wel de eeneiige tweeling genoemd. Ze hopen op dezelfde dag van de boom te vallen. En dan op dezelfde plaats te landen; mooi naast elkaar, met de bladranden tegen elkaar aan.

Zoals iedere dag draait ook deze avond het stadje van de zon af, en wordt vanaf een uur of zeven het nachtelijk duister alleen nog verbroken door twee armetierige straatlantaarns.
De gesprekken in de boom zijn verstomd. Allen zijn in een diepe slaap verzonken. De broertjes gebroederlijk naast elkaar.
Opeens beginnen de bladeren in bomen, zo’n honderd meter verderop, driftig te ritselen. Het is alsof ze de vijgenboom willen waarschuwen voor naderend onheil. Ook de anders zo kalme en geruisloze rivier begint nu hoorbaar te stromen.
Het ene blaadje wordt met een schrik wakker. Maar de schrik wordt nog veel groter. Voordat het blad al zijn nerven kan aanspannen om de storm te weerstaan, breekt de stengel finaal door midden. Het blaadje wordt door de venijnige wind hoog de donkere lucht in geblazen. Als het blaadje al de verwachting had gekoesterd dat het zelf zijn koers zou kunnen bepalen…, de situatie van een totaal onverwachte rukwind op het donkerste uur van de nacht maakt dat nu volstrekt onmogelijk.
Er komen in korte tijd meerdere vragen bij hem op. Waar zal ik landen? Op het zachte gras? Op het stenen pad door het parkje, om morgenvroeg geplet te worden door de brede profielbanden van een kinderwagen? En waar is mijn broertje? Zou hij ook door de lucht vliegen?
Dat laatste baart hem nog de meeste zorgen. Het ideale scenario hebben ze zo vaak met elkaar doorgenomen. Op hetzelfde moment in het zachte gras vallen, en naast elkaar de laatste composterende fase ingaan.
Maar nu gaat het compleet anders. Was het maar licht, dan kon hij zijn broertje misschien zien. Ondertussen wordt het kouder in de lucht en het blaadje hoort een kolkend geluid. Het zal toch niet… Nooit hebben ze zich dat gerealiseerd, dat ze mogelijk in de rivier zouden vallen.
Het blad voelt zijn onderkant nat worden. Doordat het een harde en bijna leerachtige huid heeft, weet het de bovenkant droog te houden en blijft het op het ontketende water drijven. Hij laat zich gewillig meevoeren stroomafwaarts. Hij heeft ook geen enkele keus. Het anders zo langzaam stromende water haalt nu een duizelingwekkende snelheid.

De dag breekt aan en als het blad naar de oevers kijkt, wordt hem pas echt duidelijk hoe snel hij, samen met het water, in westelijke richting drijft. Het blad blijft mooi in takt en de bovenkant is nog steeds droog.
Het wordt weer avond, nacht, en het wordt weer licht. Zo gaat dat meerdere etmalen. Hoeveel precies, dat weet het blad al snel niet meer. Hij raakt de tel volledig kwijt. Hij valt zelfs even in een soort van hazenslaapje.
Het bewustzijn, dat hij in een brede, onstuimige rivier drijft, komt echter volledig terug op het moment dat het geluid van het water gigantisch toeneemt. Het is net of er een allesverwoestende orkaan over het water raast. Het blaadje wordt bang en hij weet totaal niet wat er gaat gebeuren. Opeens stort het water zich naar beneden en komt het blaadje vrij van het water. Hij dwarrelt naar beneden, veel langzamer dan het water valt. Na enkele minuten ziet hij een grasveldje met een paar mangroven. Als een ervaren paraglider stuurt hij zichzelf naar het sappige gras.
Daar wacht hem een heel grote verrassing. Hij is niet de enige die hier is geland. In een flits herkent hij de voor hem overbekende kartelrand van zijn tweelingbroer. Hij stuurt de middelste lob, die duidelijk groter is dan de andere vier, en als een soort van roer functioneert, nog één keer naar rechts en komt daardoor exact naast zijn broertje te liggen.

‘Cataratas del Iguazu’, staat er op een tamelijk verweerd bord nog net te lezen. Honderden toeristen, allemaal gekleed in felgele regenpakken, kijken vol ontzag omhoog, naar de kolkende watermassa. Bijna allemaal turen ze door een fotocamera of houden met één hand een mobieltje vast.
Een jongetje heeft geen aandacht voor de waterval. Hij staat op een grasveldje en ziet vlak voor zich twee bladeren. ‘Kijk eens, pappa, twee bladeren, die precies op elkaar lijken.’

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch