Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Watervrouw

Door Anouk Plantinga

Watervrouw

Deel 1

Ze leek wel een blanke, toen ze werd geboren. Haar huid leek licht en glansde. Ze noemden haar Ika, Visje, door de schittering die haar pasgeboren velletje in het schijnsel van de maan kreeg, als de schubben van een vis.

Ika was een bijzonder kind. Dat zag iedereen. De manier waarop ze voor het eerst lachte, heel zacht en voorzichtig, alsof ze niets wilde verspillen. De bewegingen die ze maakte, beheerst en met een gratie die je bij niemand anders zag, zo volstrekt niet babyachtig. Zoals ze naar haar handjes en voetjes keek, met verwondering en grote intensiteit. En als ze naar je keek, was het of ze alles van je wist, je leek niets voor haar te kunnen verbergen.

Ika werd geboren in Whea, een klein dorpje in de heuvels, ver van de zee. Een hechte gemeenschap van een paar honderd mensen, van piepjongjong tot stokoud. Het gebied was groen met veel loofbomen. Grote, dikke reuzen die je nog niet met z’n tweeën kon omarmen, met lange uitwaaierende takken die in elkaar staken als ineengestrengelde vingers. In de zomer was er een explosie van bloeiende bloemen. Geuren dreven dan je neusgaten in of het een lieve lust was. De natuur vierde het leven, bedankte en eerde haar bronnen; de zon, het water en de wind en alle levende wezens die hun aandeel hadden in het bestaan.

In de winter echter werd het kaal en dor en kon het gemeen koud worden. Alsof de boete betaald moest worden voor de uitbundigheid van een paar maanden daarvoor. Moeder natuur was in al haar aspecten aanwezig in deze heuvelachtige streek.

Ika genoot ervan, al vanaf het allereerste begin. Ze snoof alle geuren op, diep in haar neusgaten, liet ze dwalen in de holtes van haar hoofd en langzaam weer verdwijnen en oplossen tot ze een nieuwe teug levensgeur nam. Ze merkte iedere verandering in de atmosfeer op met haar huid, ervoer alles met een open geest, bereid om elk ding te beleven. De kou, hitte, vocht en droogte konden haar niet deren. Integendeel, ze maakten haar blij.

Ze had een intense levenslust, als geen ander. Op haar wangen speelde altijd een licht blosje. Haar fijne, bijna zwarte haren, glansden diep en leken wel licht af te geven wanneer ze vochtig waren. Haar ogen, bruin met zeegroene dansende stipjes, werden omlijst door lange, gekrulde wimpers.

Ze was één van hen, dat was wel te zien. En toch was haar verschijning heel afwijkend van de mensen om haar heen, die wat grover gebouwd waren met een donkerder huid. Katán, de stamoudste, had verbaasd gekeken toen zij voor de eerste maal aan hem getoond werd. Hij had meteen geweten dat er een uitzonderlijk kind in hun midden was gekomen.

Hij zegende haar door drie maal licht voor haar te buigen en zijn in kokosmelk gereinigde middelvinger op haar voorhoofd te plaatsen. Kokosmelk werd in verband gebracht met leven gevende moedermelk en was veilig verpakt in de kokosnoot, als een baby in de baarmoeder.

“Welkom in ons midden, grote geest in een klein lichaam. Wij eren u en zullen u helpen uw pad te verlichten zodat u het gaan kunt, gesteund en vol vertrouwen en bereid uw taak te vervullen zolang u op deze aarde leeft. Ga in vrede.”

Met deze woorden was Ika officieel opgenomen in haar nieuwe stam. Haar moeder Kai, met nog de vermoeidheidstekenen op haar gezicht zoals alle kraamvrouwen, zuchtte zacht en glimlachte, dolgelukkig met het meisje. Ze keek naar de man die trots naast haar zat. Een man met een bruin getinte huid, ravenzwart haar en donkerbruine ogen. Zijn brede schouders zagen eruit of ze alles konden dragen.

Maar nu hoefden ze niets te dragen, want Ingo’s gemoed was licht. Zijn grote wens was in vervulling gegaan. Hij had een dochter gekregen en kon eindelijk zijn naam doorgeven. Zijn zoons hadden de naam van hun moeder zoals gebruikelijk was in de stam en nu was dan eindelijk het moment daar dat hij zijn naam aan zijn dochter mocht doorgeven. En wat voor dochter! Hij had de blik van Katan gezien toen die het meisje voor het eerst zag. Wat zou deze kleine allemaal teweeg gaan brengen in hun levens?

Whea was een gemeenschap met een duidelijke structuur waardoor een ieder zijn of haar plaats in het geheel kende. De leidende functies werden over het algemeen door vrouwen ingevuld. Deze hadden nu eenmaal meer oog voor het grote geheel en hielden het belang van een ieder in de gaten. Het kwam wel voor dat een man zo’n plek innam. Maar meestal waren mannen beter in staat zich op een ding te richten, waardoor ze andersoortige werkzaamheden vervulden, meer praktisch. Handwerk bijvoorbeeld, een vooraanstaande bezigheid waar veel aandacht voor detail en creativiteit voor nodig was. Vrouwen hielden zich meer bezig met sociale en fysieke aangelegenheden. Ze hadden veel gevoel voor het fysieke lichaam en de emotionele en geestelijke aspecten van de mens. Toch waren er geen wetten, waardoor iedereen vrij was datgene te doen waar hij of zij kwaliteiten bleek te hebben. De enige uitzondering hierop was het beroep van vroedvrouw. Dat was een louter vrouwelijke aangelegenheid. Immers, wie beter dan een vrouw kon weten hoe het vrouwelijk lichaam in elkaar stak, werkte en voelde?

Er waren geen rangen of standen, alleen functies, rollen, plaatsen in de samenleving, die alle gelijkwaardig waren aan elkaar. Het ging er niet om iemand iets te laten doen, maar om hem of haar te helpen datgene te ontwikkelen wat al in de basis besloten lag. Een belangrijke taak voor de oudsten was daarin weggelegd. Met hun wijsheid en levenservaring in combinatie met de levensfase waarin ze zich bevonden, waren zij de uitgelezen personen om de jonge generatie te helpen bij het vinden van hun bestemming.

Vanaf het prille begin werd iedereen waargenomen en begeleid.

Voor de kinderen bood het de gelegenheid om zich een plaats eigen te maken. De eerste paar jaren van zijn leven werd een kind veel waargenomen door de ouderen van de stam. Zo werden kwaliteiten en minder sterke punten herkend en konden de begeleiding en opleiding van ieder kind vergemakkelijkt worden.

Kinderen vertoefden overdag voornamelijk bij de ouderen. Ze hadden veel gemeen, stonden dicht bij de andere kant van het leven en leken elkaar makkelijker te begrijpen dan de generaties die dichter bij elkaar lagen. Er was een tolerantie en een respect tussen hen dat een groot vertrouwen gaf. Zo was iedereen een gewaardeerd lid van de samenleving; jongeren met hun frisheid en de belofte van de toekomst die zij in zich droegen. De mensen van middelbare leeftijd, in de bloei van hun leven, hun kwaliteiten optimaal benuttend, voorbij het zoeken en oefenen.

En dan de oudere generatie die het uitvoerende werk achter zich hadden gelaten en als begeleiders en raadgevers fungeerden, naast de grote en belangrijke taak van het zich bezighouden met de kinderen. De mensen waren zich bewust van het feit dat zij bovenaan de keten stonden en daarmee een grote verantwoordelijkheid hadden voor het leven op de aarde. Daarom diende de mens voor het welzijn van het grote geheel te zorgen.

Ika’s zes oudere broers vonden het leuk en spannend dat er een meisje geboren was, ondanks hun totaal verschillende karakters en leeftijden. Ze vonden het een grappig kind en maakten pret met haar. Ze maakten haar graag aan het lachen, want dat deed ze zo leuk, er kwam een heel gek geluidje uit haar mond wanneer ze lachte. Soms leek ze afwezig. Dan staarde ze wat voor zich uit en leek niets of niemand op te merken. Pas als iemand in haar blikveld kwam, keerde ze weer terug in deze wereld. De jongens vonden het wat merkwaardig, maar dichtten het toe aan het feit dat ze een meisje was en dat was voor hen een nieuwe ervaring. Ze maakten er een spelletje van of en op welke manier ze haar aandacht konden trekken.

Haar ouders namen het echter wat zwaarder op en vroegen zich af wat er zich allemaal in de binnenwereld van hun dochter afspeelde. Ze hielden een oogje in het zeil. Ook Katán had opgemerkt dat deze kleine dorpsbewoonster zich soms terugtrok op een manier die hij nog niet eerder had waargenomen. Hij nam zich voor om haar wat beter in het oog te houden en het spoedig met Kai en Ingo te bespreken.

Ika was zich er niet van bewust wat er allemaal leefde in de hoofden van de mensen die zich om haar bekommerden. Ze had haar hele eigen wereld waar ze vol van was. De beleving van een windvlaag nam ze tot diep in haar poriën waar, een kriebelend spinnetje op haar arm merkte ze direct op alsof het vele malen groter en zwaarder was dan in werkelijkheid. Wanneer ze gedragen werd door haar moeder of iemand anders, en dat was bijna voortdurend, versmolt ze daarmee en vibreerde mee met de ander. Haar zintuigen stonden altijd op scherp. Op één na: haar gehoor, want Ika was doof…

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch