Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Weerzien

Door Stefanie Schaap

Haar ogen schitteren in de nacht. Vanaf een boomtak houdtSida haar omgeving in de gaten. Krekels zingen en buiten het bos loeien koeien. Ze springt op de grond. De geluiden verstommen, behalve de koeien. Zal ze daarheen gaan? Nee, te makkelijk. Vannacht wil ze uitdaging.Sida loopt tussen de bomen door. Het nachtleven komt weer op gang; vlakbij scharrelt een egel. Verderop klapwiekt een uil. Ze heeft ontdekt dat de uil altijd weet waar eten is en net als zij, houdt hij wel van een uitdaging. Ze wijkt uit naar links.

Het grote veld, omringd door het bos, komt in zicht en Sida zakt door haar poten. Haar blik glijdt over het hoge gras. Sommige sprieten bewegen. Het is windstil. Rechts schiet iets de struiken in. Aan de overkant krast de uil. Met haar poten plat op de vochtige grond, haar oren gespitst en haar neus in de lucht kijkt ze rond. Even verderop springt een eekhoorn uit het gras. Een fijn hapje dat zeker zal proberen ontsnappen. De vorige keer lukte het hem bijna. Sida was toen nog maar net op deze plek; niet gewend aan alleen jagen, moe, uitgeput en hongerig. Nu niet. De eekhoorn komt dichterbij. Langs de rand van het veld liggen meer nootjes, weet Sida. Even later springt ze op en gromt.

De eekhoorn blijft stokstijf staan. Een seconde later gaat hij ervandoor. Sida is sneller, behendiger en heeft het beestje al gauw ingehaald. Ze steekt haar poot uit om het vluchtende dier met een tik uit evenwicht te brengen. Er klinkt een korte plof en een suizend geluid. Waar heeft ze dit eerder gehoord? Haar instincten komen te laat en iets prikt in haar bil. Deze prik heeft ze al eens gevoeld en ze rent door, nu richting de bomen. Maar al snel wordt ze duizelig en komt de grond op haar af. Was ze nu maar voor die kippen gegaan, denkt ze.

Er komt iemand naar haar toe. Een mens. Mensen zijn gevaarlijk. Dat heeft ze van haar familie geleerd en de laatste keer hebben de mensen die haar gevangennamen dat ook wel bewezen.

Ze lieten haar wolven zien die ze niet kende, met wie ze niet leefde, maar Sidakon niet naar hen toe. De mensen wezen naar hen en vervolgens naar haar, maar wat bedoelden ze?En ze zetten iets voor haar neer, waardoor ze zo’n mens zag. De ogen hadden haar angstig aangekeken en dat maakte Sida nog banger. Maar wat ze het ergst vond, was dat ze haar wasten en haar nagels knipten zodat ze niet goed meer kon jagen. Het eten dat ze kreeg was vies. En iedere avond viel ze in slaap op de grond, maar ze tilden haar steeds weer op iets zachts. Ze miste de bomen, de geur van buiten.

Sida probeert nog een keer om weg te komen, maar haar poten zijn zwaar en ze heeft wolken in haar kop. Het mens voor haar heeft een lap. Dezelfde als de vorige keer. Ze weet wat hij wil, Sida weet ook dat zij weg wil. Zouden de anderen in het bos haar helpen? Ze is nog niet zo lang hier en haar familie is ergens anders, maar misschien… Met lage lange halen roept Sida om hulp.

‘Sst, meisje. Stil maar. Ik ga je geen pijn doen, ik zal voor je zorgen,’ zegt Jerry tegen het tienermeisje. Hij wikkelt haar in de deken. Ze lijkt mensen niet beter te begrijpen of meer te vertrouwen dan een paar dagen geleden, toen ze nog in het huis was in plaats van het Hallemerbos, maar door de cocktail uit het verdovingspijltje kan ze niets anders dan dat jankende geluid voortbrengen. Dat haar roep zo echt klinkt, zegt Jerry genoeg over haar verleden en er gaat een steek door zijn hart. Voorzichtig tilt hij haar op en draagt haar naar zijn blauwe busje verderop.

“Het ziekenhuis is ingelicht, Jerry. Ze zullen bij de Eerste Hulp klaarstaan en dokter Emanuel is opgeroepen. Hij heeft vannacht dienst,” zegt Miriam, de vrouw achter het stuur. Jerry ademt eenmaal diep in- en uit. Het is fijn dat het hun meezit. Later kan er nog van alles misgaan, maar nu niet. Hij glimlacht naar Miriam, tilt het meisje op de achterbank en gaat naast haar zitten. Als Miriam wegrijdt streelt hij het meisje over haar wilde haren. “Alles komt nu goed, Mila,” zegt hij zachtjes tegen haar.

Ja, het gaat een lang traject worden, denkt Jerry bij zichzelf, maar het is het waard. Veertien jaar geleden moest hij op zijn zusje passen. Twee jaar was ze toen hij niets anders wilde dan boompje klimmen en haar voor een paar minuten vergat. Nu heeft hij haar teruggevonden en ze zal hem geen tweede keer ontglippen.

geen reacties
0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam