Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Weg terug

Door Patricia Wentzel

Weg terug

De kamer voelt nog naar het meisje dat er ooit sliep. De posters van haar idolen aan de muur, een plank vol nagellak en andere pullaria boven haar bed. De zwarte muur die ze destijds zo graag wilde, gecombineerd met paarse kussens op het bed. Het was de kamer waar ze plotsklaps uit verdween en nooit meer terugkwam.

Ik sluit de deur achter me en ga op Lisa’s bed zitten. Voordat ik de kamer definitief leeg zal halen, wil ik nog eenmaal mijn meisje zoeken in de achtergelaten spullen. Ik pluk aan het kussen op haar bed, zie voor me hoe ze als ze ongesteld was dit kussen tegen haar buik drukte, liggend op haar zij. Hoe ik dan een warme kruik boven bracht, thee en biscuitjes. Op die momenten kon ik voor Lisa zorgen en was ze daar ook dankbaar voor. De glimlach waarmee ze mijn hulp aanvaardde. Ik moet dat beeld vasthouden, juist omdat er zo makkelijk andere beelden overheen schuiven. De schreeuwende ruzies, de beladen stiltes die volgden, het onbegrip dat we in elkaar weerkaatsten.

Ik ga liggen zoals zij lag, het kussen tegen me aan. Vanaf hier kijk ik tegen de laden van haar bureau aan. De plek waar ze haar geheimen verborg. De bovenste la is ontwricht en kan niet meer op slot. Ik kijk ernaar en voel me niet meer schuldig. Toen Lisa verdween werd ik gek en ging ik op zoek naar alle mogelijke aanwijzingen. Natuurlijk hoopte ik daar antwoorden te vinden.

De politie had vrij snel vastgesteld dat een misdrijf uitgesloten was. Ik moest accepteren dat ik een ouder was geworden van een weggelopen tiener. Ze hadden meelevend gekeken en me verzekerd dat kinderen vaak na verloop van tijd wel weer terugkomen. Als het geld op is, de liefde over is en ze een illusie armer zijn.

En zo probeerde ik hoop houden. Ik die haar gedragen heb, die al een heel leven met haar meedacht. Ook al had ze dat niet willen weten en maaide ze me steeds verder van zich af. Ze kon niet zomaar weg zijn. Maar de dagen werden weken, werden maanden. Mijn ongerustheid groeide en beheerste mijn leven. Hoe moest ik de dagen vullen nu het zuur van de leegte centimeter voor centimeter terrein vrat? De politie toonde begrip maar kon weinig doen. Er waren te weinig aanknopingspunten. Het wachten op een teken van leven werd ondraaglijk en om mezelf een houding te geven liep ik alle digitale forums omtrent vermiste kinderen af, liet overal de foto van Lisa achter. Ze mochten haar niet vergeten.

In het zwart van die dagen begon ik te twijfelen of er wel goede herinneringen genoeg waren. Als ze met plezier terugdacht aan Kerst dan zou ze toch wel terugkomen om dat met ons te vieren? Er waren twee opties: of ze zat ergens vast en kon niet naar ons terugkomen, of ze zag haar jeugd echt als een nare periode waar ze nooit meer naar terug wilde komen. De derde optie durfde ik niet toe te laten, maar drong zich onwillekeurig steeds meer op. Hoe lang zou ik, realistisch gezien, nog hoop mogen houden?

Het is nu vier jaar geleden. Ze is niet meer het meisje van toen. Ik ga weer rechtop zitten en pak de dozen die ik in de gang had klaargezet. Ik zal haar jeugd ordenen, de dierbare herinneringen scheiden van de spullen die naar het Leger des Heils of de kringloop kunnen. Deze kamer moet een nieuwe bestemming krijgen. Mijn handen moeten wat doen, voordat ik weer teveel ga denken.

Ik begin met de spullen op de plank boven haar bed. De uitgedroogde make-up kan allemaal direct de vuilniszak in. Had dat eigenlijk wel gemogen van zijn geloof, dat vrouwen nagels lakken? Als vrouwen verstopt moeten worden, mogen ze vast ook niet mooi zijn. Of nee, bedenk ik me grimmig: ze mogen natuurlijk wel mooi zijn voor hun eigen man. ’s Avonds op de bank, als man zijn thee enpantoffels is gebracht mag de bedekking vast ook wel af.

Met een siddering probeer ik de gedachte weer van me af te schudden. Misschien is het wel mijn eigen schuld geweest dat ze niets van zich liet horen. Ze voelde zich ook niet begrepen in haar nieuwe koers. Ik had me er meer in moeten verdiepen en het niet als een bevlieging moeten weghonen. Ik heb Lisa het gevoel gegeven dat ik haar niet serieus nam en heb haar daarmee van me weggejaagd.

Ik ga verder met haar bureau. Een voor een trek ik de laden open en werk me door de inhoud heen. Na een snelle blik beslis ik: oud papier of bewaren. Oude schooltoetsen en -schriften kunnen weg, persoonlijke ansichtkaarten en schoolfoto’s zijn om te bewaren.

De politie had nog wel geprobeerd de jongen op te sporen. Helaas kon ik hen ook niet veel specifieks vertellen: meer dan zijn voornaam wist ik niet en een goede uiterlijke beschrijving had ik niet. Deze Mohammed werd daarmee inwisselbaar voor alle andere donkere jongens en daarmee onvindbaar. Ik kon ze niet eens vertellen waar Lisa hem van kende.

Achteraf heb je altijd spijt. De uren dat ik haar had kunnen zien maar er niet was. In de veronderstelling dat het ook niet zoveel uitmaakte voor tieners of je er nu bent of niet, koos ik ervoor hard te werken en niet thuis te wachten met een kopje thee. Ze wilde toch niet weten wat ik ergens van vond: zoals alle tieners accepteerde ook Lisa geen kritiek. Lisa en ik gingen ons eigen gang en kwamen elkaar af en toe tegen in het voorbijgaan. Ik had haar laten gaan, te druk met mezelf om meer te willen zijn dan toeschouwer van haar leven.

Ik had meer met haar moeten praten. Niet alleen over de cijfers die ze haalde, maar vooral over wat haar bezig hield. Waar ze van wakker lag, wat haar zorgen baarde, waar ze blij van werd. Gesprekken van moeder tot dochter die ik nooit met Lisa voerde. Had ik maar meer begrepen wat er in haar hoofd omging. Had ik maar geweten welk gevaar er in haar liefde voor Mohammed schuilde.

Dan stuit ik weer op haar schoenendoos met foto’s, zorgvuldig bewaard in de onderste la. Lisa verkleed als zwarte piet, samen met een vriendin een hartje vormend tussen duimen en wijsvingers, een paar foto’s van de fietsvakantie met vriendinnen. Het lukt me voor het eerst om er met droge ogen naar te kijken. Wat leek ze toen nog onbezonnen en onschuldig.Als meid van zeventien blikt ze heerlijk lachend de camera in. Voorzichtig haal ik de foto uit de doos. Deze verdient een speciale plaats: zo was zij vlak voordat ze Mohammed ontmoette en alles anders werd.

Die ene keer dat ze hem had meegenomen naar huis was ongemakkelijk geweest. Wat zag ze toch ook in die jongen? Met mijn kritische vragen dreef ik haar in de hoek van de verdediging en wakkerde daarmee haar liefde voor hem juist aan. Als een leeuwin stortte ze zich op hun prille relatie en zou ze bewijzen dat ik racistisch en ongenuanceerd was.

De vuilniszak is vol, het bureau is leeg. Ik schuif het van de wand en leg kranten tegen de muur. Het zwart gaat er eindelijk aan geloven. Wit en licht moet het worden- dat past veel beter bij een kinderkamer tenslotte.

Lisa hoeft zich niet opnieuw te verantwoorden en heeft haar liefde voor Mohammed zeker bewezen. Ze is meegegaan in zijn strijd. Ik slik mijn kritiek dit keer in. Ze heeft me al laten voelen hoe sterk de macht is die ze over mij heeft: in de jaren dat ik niet wist waar ze was stond mijn leven stil terwijl het hare juist in een stroomversnelling zat.

Met pijn in mijn hart bedenk ik me hoe Lisa zonder mij de kinderen heeft gebaard in een ver vreemd land. Tot voor kort wist ik niet dat ik oma was. In plaats van mijn dochter te moeten begraven, mag ik nu kleinkinderen omarmen. Eindelijk kan ik weer vrolijkheid in mijn leven toelaten. In mijn nieuwe rol als grootmoeder wil ik niet beginnen met teleurstelling. Belangrijker dan wat me ontnomen is, is nu de kans die ik heb gekregen. Uit dankbaarheid zal ik me nederig opstellen. Ik zal Lisa haar naïviteit niet verwijten. Geen tijd en aandacht meer te verspillen.

Het is ook nog niet zeker of en wanneer ze komen, maar ik maak alvast ruimte voor mijn kleinkinderen. Als ik de kans krijg.

Lisa zal bij thuiskomst in Nederland eerst worden berecht en naar waarschijnlijkheid een straf moeten uitzitten. Ik hoop dat ik de twee kleine mannetjes al wel vast in mijn huis mag verwelkomen. Die gedachte geeft mijn leven weer kleur.

Ik probeer me te richten op wat komen gaat.

Met een glimlach zet ik het houten treintje dat ik gekocht had op de plank.

Geen weg terug.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch