Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Zes jaar

Door Gino Dekeyzer

(monoloog)

U spreekt van ontvoering van een minderjarige, meneer de rechter, maar mag ik het houden op schuldig verzuim? En nee, ik heb geen advocaat. Ik kan best voor mezelf spreken. Ik heb misschien geen chic kostuum en ik kom soms moeilijk uit mijn woorden maar ik zal mijn best doen om alles zo goed mogelijk uit te leggen. Technisch gezien klopt het dat ik op die bewuste vrijdagavond dat meisje mee naar huis heb genomen. En ja, ze heeft de nacht bij mij doorgebracht. Dat ontken ik ook niet. Maar mag ik de omstandigheden uitleggen? Elk jaar wordt in de zomervakantie in de school vlak bij mij in de buurt een kookkamp georganiseerd. Vorig jaar was ik uitgenodigd door een vriendin. Haar dochtertje volgde dat kookkamp. Op het einde van de week, op vrijdagnamiddag, kon je proeven van wat de kinderen klaargemaakt hadden. Dit jaar was ik niet uitgenodigd. Maar ik ben toch gaan kijken. En de schoolpoort stond open. Ik ben binnengegaan. Is dat een misdaad, meneer de rechter? Binnengaan door een open poort waar er gratis eten te krijgen is? Het duurde niet lang of er kwamen kinderen naar me toe, fier als een gieter, met hun zelfgemaakte hapjes. Heerlijke scampi’s, brochettes met gebakken spek, chocoladepudding, te veel om op te noemen. Zoiets kun je een kind toch niet weigeren? Je had hun oogjes eens moeten zien. Ze waren zo blij dat ik van alles proefde. Op een bepaald moment ging de schoolbel. Iedereen begon alles op te bergen en op te kuisen. Dat duurde misschien tien minuten, misschien twintig minuten, dat kan ik niet zeggen. Sommige speelden nog een partijtje voetbal, maar de meeste kindjes gingen samen met hun mama en papa naar huis. In de verte zag ik een meisje staan. Ze bewoog haast niet. Ze keek een beetje bedrukt, haar schouders omlaag, in zichzelf gekeerd. Als een gepest kind in de hoek. Alsof ze gestraft was. Mijn hart brak, meneer de rechter. Ik kan gewoon niet tegen eenzaamheid. Ik kan er niet tegen. Ja, dat is … dat is een gevoelige snaar bij mij. Dat raakt me. Ik ben naar haar toe gestapt, zonder bijbedoelingen, echt waar. Ik ben gewoon naast haar gaan staan. Ze nam haast meteen mijn hand vast. Zomaar. Ik heb haar hand niet vastgenomen, zij wel die van mij. En ze liet niet meer los. We zijn daar een tijdje blijven staan. Ik herinner me nog haar koude handjes. Haar magere vingertjes. Ik heb haar naam gevraagd. Olivia, zei ze. Ik vroeg haar waar haar mama en papa waren. Die zijn er niet, zei ze. Of die zijn er nog niet, ik weet het niet meer helemaal zeker. Ik weet niet wat me bezielde, ik had echt het beste met haar voor, maar ik ben met haar weggewandeld. Dat is waar. Was dat tegen haar zin? Neen. Tenminste, ze stribbelde niet tegen. Heb ik de ouders hiermee gekwetst? Waarschijnlijk wel. Hoewel ik, toen ik het meisje zaterdagvoormiddag terugbracht, in de ogen van de vader toch een glimp van ontgoocheling zag. Had hij misschien andere plannen voor het weekend? Wie zal het zeggen? Ik word hier te kakken gezet, sorry voor mijn woordgebruik, maar misschien moest het proces maar eens over de ouders gaan, meneer de rechter. Zij zijn toch ook niet zo onschuldig? Waarom hebben zij een kind op de wereld gezet als ze er toch niet naar omkijken? Waar waren zij die vrijdagavond? Hadden ze andere prioriteiten misschien? Maar daar mag je geen vragen over stellen. Ik doe dit wel. Heel de nacht heeft het door mijn hoofd gemaald. Heel de nacht heb ik zitten nadenken. Hoe is het zover kunnen komen dat ik nu met een vreemd kind in mijn huis zit? Hoe hebben die ouders het zo ver kunnen laten komen? Ik heb geen oog dichtgedaan. Maar ik denk dat ik het weet. Het antwoord op de vraag waarom juist dat kind met mij is meegegaan. Mag ik het uitleggen? Ik denk dat kinderen waar de ouders lang over nagedacht hebben filosoof of wetenschapper worden. Het denken zit al in de genen. Snap je? Ouders die denken, kinderen die denken. Kinderen die per ongeluk worden geboren – eigenlijk moet ik zeggen, per ongeluk worden verwekt – maken gegarandeerd carrière als politieagent. Het zit in hun genen. En nu komt het, kinderen geboren uit twee mensen die op het moment van de verwekking niet meer verliefd op elkaar zijn, die kinderen gaan gewillig met vreemde mensen mee. Op zoek naar genegenheid. Op zoek naar geborgenheid. Op zoek naar liefde. Die kinderen kunnen niet anders. Het zit in hun genen. En dat is er die vrijdagavond gebeurd. Een onschuldig meisje was op zoek naar liefde. Wat heb ik gedaan? Ik heb mijn hand uitgereikt. Is dat een strafbaar feit?
Ik sta hier niet voor de eerste keer, dat weet u waarschijnlijk wel. Ik heb de laatste tijd al ergere dingen gedaan. Zaken waar ik niet fier op ben. Ik heb daarvoor de gepaste straf gekregen en die ook uitgezeten. Dus als je mij vraagt of ik de braafste van de klas ben? Nee, absoluut niet. Vroeger wel. Ik durfde me in de klas niet te verroeren. Ik was zo bang om gepest te worden, om uitgelachen te worden, om in elkaar geslagen te worden. Heeft me dat voor een stuk gevormd en gemaakt tot wie ik nu ben? Of zit het allemaal in mijn genen? Weet je, ik durfde zelfs niet naar het toilet, bang dat ze me daar gingen aanvallen. Heel de dag hield ik mijn pis op. Zes jaar lang. Ik heb er verdomme een chronische nierontsteking aan over gehouden. Ik zie dat het u ook raakt, meneer de rechter. Wat zegt u? Of ik ter zake wil komen? Natuurlijk. Kijk, ik heb dat meisje mee naar huis genomen, daar ga ik niet over liegen. Maar mag ik er nog iets aan toevoegen? Ik denk dat het kind, op het moment dat we samen de school verlieten, glimlachte, alsof ze het leuk vond om met een vreemd iemand mee te gaan. Ik kon haar ouders wel vervloeken. Echt waar. Ik kon ze op dat moment vervloeken. Wat hebben ze dit kind toch aangedaan? Dat is de vraag waar het hierover moet gaan. Dit is toch duidelijk een geval van schuldig verzuim?
Wacht, zet nog eens uw bril af. Maar jij bent toch … laat me raden … Van Langenhove? Didier van Langenhove, is het niet? Wie had gedacht dat we elkaar nog eens zouden tegenkomen? Mag ik Didier zeggen? Of Didi zoals iedereen vroeger in de klas? Nee, niet iedereen. Ik mocht je geen Didi noemen. Ik behoorde niet tot je kliekje. Ik was te dik. Of te lelijk. Zeg jij het maar. Je maatjes hebben me verschillende keren afgeranseld terwijl jij ernaar stond te kijken. Ik heb er een litteken aan overgehouden, hier onder mijn oog. Wat doen we hiermee? Houden we het op schuldig verzuim?

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch