Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Zestien

Door Aagje Zwanenbos

Zestien

Aagje ziet het meteen, als vader en zij op een sombere zondagmiddag thuiskomen van een zwemwedstrijd.
Haar vader heeft niets door ziet ze.
‘Ze heeft pillen ingenomen!’ schreeuwt Aagje door het stille huis. Haar moeder houdt niet van lawaai.
Moeder waggelt door de kamer en grijpt naar de tafel voor steun.
‘Hall…llo..oo,’ begroet ze Aagje en vader hakkelend.
Vader kijkt geschokt naar moeder.
‘Is het waar?’ vraagt hij.
Moeder knikt verdwaasd. Snapt ze de vraag wel denkt Aagje. Ze bestudeert moeders gezicht.
‘Ikkgaaaaa kof..fiezzzet..ten.’ Moeder loopt wankelend naar de keuken alsof er niets aan de hand is.
Aagje staat aan de grond genageld. Haar hart bonkt. Ze hapt naar lucht. Het is moeilijk ademen met een dikke keel. Paniek.
Moeder gaat dood. Dood. Ik moet het voorkomen. Die gedachte dreunt door Aagjes’s hoofd. . Vader loopt, zijn jas nog aan en de autosleutels in zijn hand, naar de keuken.
‘Wat heb je gedaan?’ vraagt hij. Aagje kan moeders antwoord niet verstaan.
In één seconde is Aagje bij de telefoon die aan de muur hangt. Het krantenknipsel, met de nummers van de waarnemer, ligt bij de familie Zwanenbos altijd op de eerste bladzijde van het telefoonklappertje. Voor het geval dat…
Aagje draait het nummer van de weekendarts. Het is toevallig hun eigen huisarts Dr. van der Boom.
‘U moet onmiddellijk komen. Mijn moeder heeft heel veel pillen ingenomen. Ze valt bijna om,’ zegt Aagje. Ze vergeet haar naam of de familienaam te noemen.
‘Ik kom eraan. Geef haar sterke koffie en houd haar wakker.’
Moeder komt met twee kopjes, in iedere hand één, uit de keuken. Ze plaatst de kopjes op het hoogpolige Perzische tafelkleed en zich moeiteloos neer op haar eigen stoel zoals ze al meer dan duizend keer heeft gedaan. Haar kopje staat in een plas koffie op het schoteltje. Er ligt een doorweekt spritsje naast.
Aagje ziet een golvend bruin spoor over de grijze vloerbedekking lopen. Relaxed staart moeder voor zich uit. Ze lijkt zich van geen kwaad bewust. Vader zit naast haar. Hij legt zijn hand op haar hand om het kopje naar haar mond te sturen. De trouwringen raken elkaar.
‘Doordrinken, nog even volhouden, de dokter komt zo…’ Vader praat maar door. Aagje staart met grote ogen naar de ongemakkelijke intimiteit tussen haar ouders. Ze heeft nooit eerder gezien dat ze elkaar aanraakten.
De bel. Aagje rent naar de gang. Eindelijk daar is de arts. Hij knikt en volgt Aagje zwijgend de gang door.
‘Eerst maar eens liggen,’ zegt van der Boom wanneer hij moeder en vader aan de tafel ziet zitten. Moeder leunt nu tegen vader die haar met zijn schouders rechtop houdt. Ze staart uitdrukkingsloos naar de arts.

‘Aagje, jij blijft beneden,’ zegt papa wanneer Aagje met hen meeloopt naar de gang. De huisarts geeft moeder een arm. Zij lopen tree voor tree de trap op naar de ouderlijke slaapkamer. Vader loopt er met gespreide armen als een vangnet achteraan.
Er flitst een beeld door Aagjes hoofd. Vader en zij aan het vliegeren in de polderen. Vrolijk aan het rennen. De slaapkamerdeur die gesloten wordt brengt Aagje terug in de gang. In vier grote stappen is ze in de woonkamer. Ze zou wel door het plafond heen willen kijken. Gaat moeder dood? Moet ze naar het ziekenhuis? Aagje kan niet stil zitten. Wat duurt het lang. Met water en Dubro schrobt ze het bruine spoor uit de vloerbedekking. Het achtergebleven natte schoteltje met het uiteengevallen koekje is het bewijs dat deze gebeurtenis echt was. Geen inbeelding. Ze wast kop en schotel wel driemaal.
Tijdens het soppen, speelt Aagje in haar hoofd de film van wat er die ochtend gebeurde nog eens af. Moeder en zij stonden in de badkamer te ruzieeen over de aanstaande koopavond.
‘Waarom ga je dan niet mee, mam? Het is toch leuk’ had Aagje gezegd.
‘Ik ben blij als ik eindelijk zit. Dan heb ik geen zin om over het dorp te sjouwen.’
‘Waarom niet? Doe het dan een keer voor mij. Jij hebt nooit zin. Ik snap jou niet.’ Aagje had voet bij stuk gehouden.
‘Nee! Je haalt het bloed onder mijn nagels vandaan. Je drijft me tot het uiterste. Ik kan het niet meer aan. Altijd dat gezeik van jou.’
De woorden van moeder klinken als een vastgelopen grammofoonplaat steeds opnieuw in Aagje’s hoofd. Ineens dringt het tot haar door. Het komt door mij! Het is mijn schuld dat ze die pillen heeft genomen! Aagje weet het zeker.

Aagje hoort de dokter en vader op de overloop. Ze loopt hen tegemoet. De dokter verdwijnt zonder te groeten door de voordeur die nog op een kier open stond.
‘Wat zei van der Boom? Komt het goed?’ vraagt Aagje meteen.
‘Het gaat redelijk. Het is niet levensbedreigend. Moeder hoeft niet naar het ziekenhuis. Ze moet uitrusten en veel slapen.’
Godzijdank. Moeder gaat niet dood. Aagje haalt diep adem.
‘De dokter en ik hebben besloten dat jij de komende dagen niet op moeders kamer mag komen’ zegt vader. Hij kijkt Aagje indringend aan. “Dat is beter voor moeder’ voegt hij eraan toe. Aagje durft zich hier niet tegen te verzetten. De opluchting dat het niet dodelijk is overheerst haar verlangen excuses aan moeder aan te bieden.

’s Avonds brengen vader en broer Boy moeder een boterham, koffie en water.
Aagje hoort gepraat maar kan het niet verstaan. Ze blijven zo lang boven. Aagje zit onderaan de trap als ze naar beneden komen.
‘En hoe gaat het nu? Praat ze alweer gewoon?’
‘Ze is helder maar heel moe’ zegt papa. Boy knikt.

Aagjes slaapkamer ligt naast het verboden terrein waar totale stilte heerst. In bed krijgt Aagje zichzelf niet rustig. Op haar linkerzij ligt ze niet lekker. Haar rechterzij doet pijn. Het is te warm onder de deken. Te koud zonder de deken. Ze wil zo graag met mijn eigen ogen zien dat het beter gaat. Ze hoopt maar dat de dokter geen beoordelingsfout heeft gemaakt. Zou mama nog van me houden? En papa? De gedachten zijn niet meer te stoppen.
Wat ben ik een slechte dochter. Een rotkind dat het haar ouders altijd moeilijk maakt.

Aagje is het afgelopen jaar van de Mavo naar de Havo over gegaan. De volgende ochtend moet ze gewoon naar school. Ze vindt het raar om nu in de klas te zitten. Terwijl de docente Duitse woorden op het bord schrijft is Aagjes hoofd bezet door de gebeurtenis van gisteren.
Ik ben dezelfde zestienjarige leerlinge als voor het weekend. Gedraag me net als de vorige week als een doodgewoon en onopvallend meisje.
Alsof er niets is gebeurd.
Alsof moeder niet bijna dood was.
En alsof ik niet verteerd word door paniek, schuld en eenzaamheid.
Ze heeft het gisteren al besloten. Ik vertel niemand wat dit er weekend is gebeurd. Om kwart over drie racet Aagje naar huis.
‘Mag ik heel even dag zeggen tegen mama?’ vraagt Aagje aan vader
‘Nee, overmorgen pas.’ Ze durft geheel tegen haar aard in ook nu niet aan te dringen. Drie lange dagen wachten. Als straf.
‘Ze kon vanochtend beneden al een kopje koffie meedrinken,’ zegt vader ter afsluiting van dit onderwerp. Hij wil me vast geruststellen. En misschien vindt hij het zielig voor mij denkt ze.

Moeder was de eerste dagen nadat ze uit bed kwam een beetje stil, maar nu doet ze gewoon. Dat is fijn. Ze heeft het corrigeerwerk opgepakt. Papa sport ’s avonds weer en heeft afspraken buiten de deur. Ze praten niet over het vorige weekend.
Is het niet ingrijpend wat er is gebeurd. Zijn ze niet meer boos op mij? Waarom heeft ze dit gedaan? Heeft ze spijt? Wilde ze echt dood? Aagje heeft zoveel vragen. De angst, schuldgevoelens en vragen stopt ze in het ommuurde veilige geheugen dat inmiddels al behoorlijk vol raakt. Niemand kan daarin. Iets in haar is vanaf dit moment voorbereid op een herhaling van het gebeurde.

‘Aagje, je reageert de laatste tijd met een grauwe en snauw’ zegt moeder. ‘Dat doe je bij anderen toch ook,’ vult vader aan. Het is enkele maanden na dat waar nooit over gesproken wordt. Aagje, Boy en haar ouders zitten in de auto, op weg van de Makro naar huis.
‘Dat vroege opstaan om te trainen is niets voor jou. Je slaapt te weinig. Moeder en ik willen dat je de komende drie maanden alleen de avondtrainingen doet.’
Vroeg opstaan en in het donker naar het zwembad fietsen vond Aagje nooit leuk. Ze zegt niets. Om acht uur opstaan en rustig naar school gaan, zonder natte haren is fijn. Dan kan ik ’s avonds net als mijn vriendinnen op school Peyton Place kijken. Maar is het wel de ochtendtraining waar ik last van heb? vraagt Aagje zich af.
Hebben ze niet door dat het pillenincident ook invloed op mij heeft?
Of stel ik me aan?
Vader en moeder zeggen immers vaak dat ze niet zo moeilijk moet doen.

1 reactie

diana

woensdag, 16:46

indrukwekkend, adembenemend…hartverscheurend.

0 Fictie

Rauwe pijn

Sahar Noor

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam