Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Zielsverwanten

Door Marceline de Waard

‘Cat, geloof mij, een weekje zon, strand en zee zal je goed doen.’
‘Ik wil geen zon, strand en zee. Ik wil net als jij een man waarmee ik grijs en gerimpeld kan worden.’ Mijn ellebogen leunen op tafel en ik zet mijn kin in mijn handen. ‘Hoe lukt het jou toch om meer dan twintig jaar getrouwd te blijven terwijl geen een man het langer dan vijf jaar bij mij uithoudt?’
Sabine haar schouders gaan omhoog. ‘Ik had het geluk dat ik gelijk de ware tegenkwam en verder is het hard werken hoor.’
‘Ik dacht nu ook de ware te hebben gevonden en ik heb er ook hard voor gewerkt.’ Ik denk aan de vakanties naar bestemmingen die mij niet aanspraken en mijn toegeeflijkheid in bed als hij weer eens een onmogelijk standje wilde proberen. Zijn doordrammen als hij zijn zin niet kreeg. Ik vergeet nooit meer zijn boosheid toen ik hem een keer wilde verrassen en hem vastklonk aan bed. Misschien is het toch niet zo erg dat hij ervandoor ging met een tien jaar jongere collega.
‘Dat bedoel ik niet. Ik denk dat hij behoefte had aan een wat gezeglijker dame, niet zo’n vrijgevochten type als jij.’ Sabine legt haar hand op mijn arm. ‘Maar ik meen het, ga er een weekje tussen uit.’
Ik rimpel mijn neus. ‘Ik weet niet, ik heb niet zo’n zin om alleen op vakantie te gaan.’
‘Wat als ik met je mee ga?’
‘En je gezin dan?’
Sabine lacht. ‘Ik heb het er thuis over gehad. Nu de jongens groot zijn, redden ze het wel een weekje zonder mij.’
Ik sla mijn armen om haar heen. ‘Een weekje weg met jou lijkt mij heerlijk, maar ik wil niet liggen nietsdoen op een strand.’
Sabine haar wenkbrauwen worden twee boogjes. ‘Wat wil je dan?’
‘Naar Schotland. Wandelen.’

‘Wauw.’ Sabine gaat zitten op een stukje rots dat door het bruingroen heen komt. De lucht is blauw en in de diepte glinstert het loch. Aan de overkant torenen bergen boven het dorp uit en naast het dorp prijkt een eeuwenoud kasteel. We halen onze lunch uit onze rugzakken. Dikke bruine boterhammen met cheddar, ham en tomaat, een zakje chips en citroenlimonade. Het is een van mijn lekkerste lunches ooit. Ik vraag mij af waarom ik nooit eerder naar Schotland ben gegaan. Hoewel …
‘Een dubbeltje voor je gedachten.’ Sabine propt de folie waar onze boterhammen inzaten in haar rugzak.
‘Ik moest denken aan het jaar dat ik au pair was in Londen.’
‘Dat is een tijd terug.’
‘Weet je nog dat jij zei dat je de ware gevonden had? Toen ik dat jaar in Londen was, ontmoette ik de ware.’
Sabines ogen en mond worden drie rondjes. ‘Dat heb je mij nooit verteld.’
‘Ik was toen nog teveel gekwetst.’ Ik staar naar het kasteel in de verte. Een wolk trekt voor de zon en ik haal een vestje uit mijn rugzak. ‘ Beledigd. Te trots om toe te geven dat ik afgewezen was en later deed het er niet meer toe.’ Ik draai mij terug naar Sabine en met mijn glimlach zeg ik sorry.
‘Wat was het voor iemand?’
Ik kijk van haar weg. ‘Hij heette Magnus, kwam uit Schotland en studeerde in Londen. Ik kwam hem tegen in een pub. Het was gelijk raak. “Zielsverwanten” noemde hij het. We brachten al onze vrije uurtjes samen door. Alles met hem was vanzelfsprekend. Onze gesprekken, wandelingen, uitjes en dan ons vrijen.’
‘Wat ging er mis?’
Mijn maag knijpt samen en opnieuw voel ik het laagje ijs dat zich in die tijd rond mijn hart nestelde. ‘Op een dag kwam het bericht dat zijn vader ernstig ziek was, hij moest terug naar Schotland. Ik heb nooit meer wat gehoord.’
‘Wat raar.’
‘Zijn vrienden zeiden dat ze niets meer van hem gehoord hadden en dat hij van de aardbodem verdwenen leek. Ik geloofde hen niet.’ Ik kijk naar Sabine. ‘Wat we hadden was echt heel bijzonder. Als het mij nu zou overkomen, zou ik naar Schotland gegaan zijn. Had hij mij nu echt gedumpt of was er wat anders gebeurd. Maar ik was jong en erg onzeker.’
‘Wilde je daarom naar Schotland?’
‘Nee.’ Mijn schouders gaan omhoog. ‘Of wie weet. In ieder geval niet bewust. Trouwens, ik weet nog geen eens waar in Scotland.’ Ik kijk in de verte en zie grijze wolken de bergtoppen kussen.
‘Oeps.’ Sabine ziet het ook. ‘We moeten opschieten, willen we de bui voor zijn.’

Ik neem de laatste hap van mijn beef-and-stilton-pie. Ik leun achterover, leg mijn handen op mijn maag en blaas mijn wangen bol.
Sabine lacht. ‘Hoe krijg je het allemaal weg.’ Haar bord ligt nog half vol met fish-and-chips.
‘Ik had trek.’ Ik kijk langs de open haard van de pub naar buiten. Het uitzicht is wazig van de regen die nog steeds als een douche langs de ramen stroomt.
De pub-eigenaar komt langs om af te ruimen. Zijn voorhoofd rimpelt als hij het bord van Sabine ziet. ‘Was het niet goed?’
‘Het was heerlijk. Maar het was wel een hele grote portie.’
‘Mm.’ Hij glimlacht als hij mijn lege bord van tafel pakt.
‘Het was verrukkelijk,’ zeg ik. ‘Wat denkt u, zou het morgen droog zijn?’
‘De voorspellingen zijn niet goed.’
‘Maar dit is Schotland, het land van vier seizoenen op een dag.’
Hij haalt zijn schouders op. ‘Willen de dames nog wat?’
We bestellen koffie, hij loopt weg en een man aan het tafeltje naast ons draait zich om. ‘Soms duurt het regenseizoen hier lang. Waar komen jullie vandaan?’
Voordat we er erg in hebben zitten we aan een tafel met een groep lokale bewoners.

‘Het is vijf eeuwen geleden gebouwd en is bijna net zo lang onbewoond.’ Het gesprek belandt bij het kasteel naast het dorp.
‘Waarom?’ Sabines ogen glanzen in de gloed van het haardvuur.
‘Magnus MacMagnussen bouwde het voor zijn bruid Caitlin. Vijf maanden nadat ze er gingen wonen, overleed zij door een val.’
De namen geven mij een unheimische gevoel en ik leun achterover. Naast mij op de bank schuift Sabine zover mogelijk naar voren.
‘Sindsdien waart de geest van Magnus nog steeds rond, wachtend tot zijn geliefde Caitlin terugkeert.’
‘Een spookkasteel?’ Sabine zit bijna te dansen op de bank.
‘Morgen geef ik een rondleiding. Waarom gaan jullie niet mee?’ De man tegenover ons grijnst. Hij geeft mij een knipoog.
Ik schud nee en sla mijn vest strak om mij heen en kruip in mijn hoekje van de bank zo dicht mogelijk naar het vuur.

Mijn lichaam voelt beurs en gekneusd en met moeite krijg ik mijn oogleden van elkaar. Ik kijk om mij heen maar het is alsof mijn ogen nog steeds dicht zijn. Mijn mond is droog. Mijn tong glijdt langs mijn lippen, ze smaken naar ijzer. In mijn neus hangt een muffe geur die mij doet denken aan mijn kelderkast thuis. Ik tast om mij heen en voel een stenen vloer met daarnaast een muur. Mijn hoofd bonst en mijn geheugen keert terug naar het gesprek in de pub over het kasteel. Opnieuw trekt kou door mij heen. Ik weet nog dat ik niet mee wilde met de rondleiding, maar Sabine lachte mijn bedenkingen weg.
Het lukt mij om op te staan en met behulp van mijn handen beweeg ik mij langs de muur. Mijn gedachten gaan naar de rondleiding. Ik liep achteraan en raakte in de bibliotheek gefascineerd door het houtsnijwerk op de panelen. Iets in mij dwong mij het aan te raken en op het moment dat de groep de ruimte verliet, gleed mijn hand over het houtsnijwerk. Het paneel verdween en ik verloor mijn evenwicht. De rest van mijn geheugen is zwart. Een krakend geluid en mijn ogen die net de contouren van de duisternis gingen zien, knipperen tegen het felle licht. Een gestalte tekent zich af.
‘Caitlin. Eindelijk!’
Caitlin? Hoe weet hij dat? Iedereen noemt mij Cat maar mijn doopnaam is Caitlin. Mijn ogen wennen aan het licht. Een man komt met uitgestoken handen naar mij toe. ‘Magnus?’
Hij lacht en neemt mij in zijn armen. Ik voel het lichaam dat ik dacht nooit meer te voelen. Zijn handen die over mij heen dwalen, zijn mond die het gleufje tussen mijn borsten vindt, de pijn en ongemakken verdwijnen en ik word de vrouw die ik ooit was. Mijn handen grijpen in zijn rode krullen en met zijn mond op die van mij worden we een.
Het besef van tijd verdwijnt terwijl we praten, vrijen, lachen en door het kasteel dwalen. Slapen hoeven we niet en ook is er geen honger of dorst die ons hindert.
Dan zie ik Sabine in de kelder neerknielen bij een lichaam dat op mij lijkt. Ze huilt. Ik sla mijn armen om haar heen en vertel haar dat ze niet verdrietig hoeft te zijn, dat ik mijn zielsverwant heb teruggevonden en eindelijk gelukkig ben. Ze reageert niet en haar wangen blijven nat.
‘Kom!’ Magnus pakt mijn hand. ‘We gaan.’

8 reacties

Marceline de Waard

Auteur zondag, 17:04

Dank je wel, Mariëlle Nooijen! Ik ben heel blij met jouw complimenten.

Mariëlle Nooijen

zaterdag, 13:08

Een heel verrassend einde, en erg mooi geschreven!

Marceline de Waard

Auteur zaterdag, 09:38

Nancy en Monique, dank voor jullie mooie complimenten. Groet, Marceline

Nancy Bastiaans- Lommen

vrijdag, 22:59

Zucht, mooi. Heel mooi!

Monique de Rooij

vrijdag, 19:34

Een prachtig mysterieus verhaal, en zo mooi hoe je de sfeer voelbaar weet te maken!

Marceline de Waard

Auteur donderdag, 19:38

Ruud en Thole Alex de haan, dank voor jullie mooie reacties! Marceline

Thole Alex de Haan

donderdag, 10:57

Een fascinerend, mysterieus en romantisch verhaal dat op mij een onuitwisbare indruk heeft gemaakt

Ruud

woensdag, 22:29

Prachtig en bijzonder.

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch