Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Zin

Door Andrea Gritter

Een grote donkere vogel zweefde tegen de blauwe hemel. In trage rondes cirkelde hij boven dezelfde plek, zo’n vijftig meter van Thomas’ ligstoel. Af en toe leek hij een duik te gaan maken, maar hield zich dan toch in. Zijn prooi had misschien iets in de gaten. Thomas stelde zich voor dat het kleine dier, waarschijnlijk een muis, van struik naar struik snelde om aan de vijand hoog boven zijn kleine pluizenlijf te ontsnappen. Het muizenhartje hard bonkend in zijn vacht.

Thomas sloot zijn ogen. Om hem heen klonk het zoemende geluid van families; schelle kinderstemmen, een blaffende hond, het gebrom van een gemotoriseerde heggenschaar. Achter de schutting de lage bariton van de buurman, verwikkeld in een eenzijdige dialoog. Hij stelde zich zijn grote handen voor, zwart van de shag, die de telefoon dan weer aan zijn ene, dan weer aan zijn andere oor hielden. Nog geen twee maanden geleden had hij in die tuin gezeten, op een harde hoge stoel die de man van binnen had gehaald. Naast Marlies. Ze hadden de zwarte, bittere koffie gedronken die de man hen aanreikte. ‘Goed contact met de buren is belangrijk,’ had Marlies gezegd. Van hem had het niet gehoeven, maar met haar naast ze zich vond hij het prima, vond hij alles prima.

Hij opende zijn ogen en zag nog net de gevleugelde rover in een verticale lijn naar beneden duiken. Thomas draaide zijn hoofd om te zien waar hij weer tevoorschijn zou komen, maar de lucht bleef leeg. Hij dacht aan de prooi die nu reddeloos in die klauwen geklemd zat. Aan de vogel die onverbiddelijk vasthield, adrenaline door zijn aderen pompend.

Thomas tastte naast zich en vouwde zijn vingers om de koele hals, kwam iets overeind en nam een grote slok. Koud bier stroomde zijn lijf in, het maakte hem rustig. Hij zette het flesje terug en zakte weer achterover. Zijn hand gleed door het gras. Hij rook aan zijn vingers; een groene, zomerse geur. De geur van Marlies. In het gras, naast de ligstoel, had hij vaak met haar gelegen. Op een geel geblokt kleedje, het gekraak van de aangebroken zak paprikachips die half onder zijn heup lag, flesjes bier binnen handbereik. Haar haren die in zijn nek kriebelden als ze boven op hem ging zitten en hem plagerige zoenen gaf; langzaam, steeds haar mond terugtrekkend als hij meer wilde. Haar borsten die in haar t-shirt hingen, zachtjes op en neer deinden, die hij omsloot met zijn handen en licht tegen elkaar aandrukte.

‘Niet hier,’ had ze gezegd, ‘de buren.’

Zijn hand gleed naar zijn kruis, hij voelde zich groeien. Hij streek over de spijkerstof, hem maakte het niet uit wie het zag. Moesten ze maar de andere kant op kijken. Hij nam nog een grote slok bier en kwam half overeind om een nieuw flesje halen toen hij haar auto hoorde, het onmiskenbare gepiep van de slippende V-snaar, waarvan hij had beloofd ernaar te kijken. Hij stond op en rekte zich uit, zijn stijve schuurde tegen zijn broek. Daar was ze.

Hij liep naar de achterdeur, stapte de keuken binnen en wachtte. Haar rinkelende sleutelbos, de doffe bonk van haar sporttas, haar voetstappen in de gang.

‘Dag lekker ding,’ zei hij.

Ze maaide met haar armen in de lucht, de sleutels kletterden op de tegels, haar telefoon vloog door de keuken. Thomas greep ernaar, ving hem. ‘Niet schrikken,’ zei hij.

‘Wat doe je hier?’

‘Ben je niet blij om me te zien?’

Marlies draaide zich van hem af. Hij greep haar arm. ‘Niet weggaan, je bent er net.’

‘Je mag hier niet-’

‘Wat mag ik niet?’

‘Als de politie-’

‘Nee, dat was niet zo aardig van je, dat gedoe.’

‘Laat me los, Thomas.’

‘Blijf je dan rustig?’

‘Laat me los!’

‘Als je maar rustig blijft.’

‘Ik ga gillen, hoor!’

Thomas trok haar naar zich toe, legde een hand tegen haar keel. ‘Slecht idee, Marlies.’

‘Thomas, alsjeblieft.’ Haar ogen werden vochtig, grijsblauwe ogen met grote zwarte pupillen. Wat was ze toch mooi. Zijn hand zakte af naar haar schouder, haar sleutelbeen, gleed onder haar strakke sportshirt. Hij duwde haar beha opzij en streelde haar borst. Haar hart bonkte tegen zijn handpalm. Thomas schuurde zijn kruis tegen haar heup en rook het opgedroogde sportzweet in haar nek.

‘Ik heb zo’n zin in je,’ zei hij.

geen reacties
0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch