Debutantenschrijfwedstrijd

voor alle schrijvers in spe

Informatie & spelregels

Sluiten

Zonder inhoud

Door Sandra De Kok

Zonder inhoud

Dit had nooit mogen gebeuren. Vera, wiens naam ‘waarheid’ betekent bleef verstard zitten in een grote helderrode plas bloed, die zich kruipend verspreid had over de hardstenen vloer. Er was geen moment in haar op gekomen om de ambulancedienst te bellen. Was er opzet in het spel? Was het haar schuld? Of was het toch een stom tragisch ongeluk, vette pech?

Het was half september en best warm voor de tijd van het jaar. In de vroege ochtend kroop haar kleine nichtje schaterlachend rond in haar luiertje en ontblootte bovenlijfje. Een zacht briesje tilde sierlijk de met vlinders bedrukte gordijntjes op. Onderzoekend en schielijk kroop ze over het zachte, hoogpolige tapijt. De grote bruine beer die naast het crèmekleurige bedje op de grond lag trok haar aandacht. Vera stond voor de spiegel in de badkamer en kon het vrolijke gebrabbel goed horen. Met een brede glimlach keek ze naar Meike, die gretig met haar ene handje de beer bij zijn oortje vastpakte en met haar andere handje aan zijn neus friemelde. Vanuit haar ooghoek zag ze de baby richting de overloop kruipen. Met snelle halen bracht ze haar mascara aan. Meike was bíjna bij de trap. ‘Snel’ Ze liet haar mascara in de wasbak vallen en rende vliegensvlug richting de trap.
Te laat! Ze was te laat. Meike rolde van de trap, het doordringende gekrijs was afgrijselijk.
‘Nee!’ Gilde Vera. Als een bezetene rende ze de trap af in een poging haar halverwege tegen te kunnen houden. Shit… Ze greep mis. Een hol en dof geluid weerklonk in de hal en onmiddellijk daarna was het gekrijs gestopt…
‘Nee! Nee!’ Een klein hoopje mens op de meedogenloze vloer. De baby lag met haar gezichtje naar de vloer gericht. Vera`s knieën raakte de grond, een ijzingwekkend gevoel stroomde door haar lichaam. Met een angstige blik keek ze naar de gapende wond op het achterhoofdje waar een golf van helderrood bloed uit gutste. Doodsbang nam ze haar in haar armen en hield het bebloede levenloze lichaampje dicht tegen haar aan. Haar slappe hoofdje, ondersteunend met haar hand. Haar lijfje nog warm. Door het beven en snikken kon Vera haar lichaam nauwelijks in bedwang houden, lichtjes deinde de baby mee in haar armen. Wiegend sprak ze de baby toe. ‘ Wat heb ik gedaan lieverd, wat heb ik gedaan?’ Gevallen van de trap door háár onoplettendheid. Deze gruwelijke gebeurtenis zal haar voor eeuwig gevangenhouden. In minder dan een seconden had het noodlot toegeslagen. Deze inschattingsfout had catastrofale gevolgen gehad. Hoe kon ze haar zus ooit nog onder ogen komen.

Later in de avond

Vera stond oog in oog met haar zus Helga. Wat ze bij haar eerste blik bespeurde was haar verwilderde gelaatsuitdrukking die haar liet denken aan een kat die in het nauw zat. Bij het zien van Vera was ze gillend op haar afgestormd. Zonder te vragen wat er was gebeurt greep ze haar als een hyena bij de keel, in een poging haar te wurgen. Vera`s hart klopte in haar keel als een zwerende vinger. Totaal ontredderd liet ze het gebeuren. Onberoerd was ze blijven staan toen haar zus lukraak met haar vuisten op haar in sloeg. Haar vuist raakte hard haar wang en neus. Ze had even door de klap, haar hoofd opzij bewogen en een kermend geluid geprobeerd te onderdrukken. Om de pijn en frustratie te verbloemen had ze krachtig haar kaken op elkaar geklemd. Hysterische gaf ze Vera de ene stomp na de andere als een stormram die tegen haar borstkast beukte. Haar geschreeuw en razernij kwamen voort uit een onweerstaanbare machteloosheid. De oer geluiden die ze slaakte waren schrijnend. Het innerlijke beest ontwaakte, haar verdriet was immens. Vera gaf zich over aan de macht der schuld. Ze onderwierp zich aan de rake klappen, als een verslagen bokser in de ring. Waarom kon haar zus niet inzien dat ook zij verdriet had, totaal was lamgeslagen door dit ongelukkige ongeval. Want zo had Vera het genoemd, een ongelukkig moment. Alsof het drama dat had plaats gevonden, een moment was wat niet zo goed uit kwam. Zoals de dood van niemand óóit goed uitkomt. Tenzij voor haar wel. Helga had na de aanval geen contact meer gezocht. Alleen maar geroepen dat Vera niet spoorde, haar nóóit meer wilde zien en dat ze een verrotte geest zou hebben. Ondraaglijke woorden. Iedereen om haar heen twijfelde, zelfs de recherche. In haar dorp hadden ze vast Helga geloofd. Niemand geloofde haar.

Ik, vijf dagen later

Zittend op de rand van het bed staarde ik naar mijn kledingkast. Nog nooit had ik zoveel moeite gehad met deze keuze. Een rok, broek of toch een jurkje? Ik zuchtte. Voorzichtig schoof ik de deur open. Mijn kledingkast was voornamelijk gevuld met vrolijke kleuren. Ik hield absoluut niet van sombere kleding. Gekleurd!? Nee, totaal ongepast. Zwart, ja, zwart moest het zijn. Ik plukte er snel een zwarte rok en zwart coltruitje uit. Het coltruitje wist mijn beurse plekken op mijn decolleté perfect te bedekken. Met een lome blik staarde ik naar mijn spiegelbeeld. Ik zag hoe de blauwgroene kring onder mijn linkeroog was uitgezakt tot aan mijn jukbeen. Deppend bracht ik een beetje vloeibare mousse aan in de hoop de plek te kunnen camoufleren. ‘Nog maar een laagje.’ Dit hielp niets, de blauwe kneuzingen bleven door de make-up heen schemeren. ‘Ongetwijfeld zullen ze me negeren, mij met afkeer aankijken’. Mijn zus, mijn ouders, allen hadden me laten vallen. Ze verafschuwden me voor mijn moordlustige daad. Een noodlottig ongeluk. Hoe konden ze me zo omlaaghalen en in de steek laten. Afgetuigd door mijn bloedeigen zus. Zelfs mijn lieve vader had met afgrijzen gereageerd en keek toe alsof het de normaalste zaak van de wereld was dat zijn dochter, op deze brute manier zijn jongste dochter toetakelde. Schaamteloos had mijn vader dit oogluikend toegelaten en aanschouwd. Nadat mijn zus was uitgeraasd, probeerde ik mijn handen naar hem uit te steken. ‘Papa omarm me, omarm me’. Mijn mondspieren en armen leken verstijfd, het enige wat ik kon was snikken en happen naar zuurstof. Hij had zijn hoofd van me afgewend en zijn handen voor zich gekruist, hij straalde een onaangename kilte uit.

Ik vreesde dat ik mijn familie vandaag voor het laatst zou zien. Of zou het toch goed komen? Ik wás papa`s lieveling. Ik was altijd al papa`s meisje geweest, nog meer dan mijn zus. Mijn vader bleek een nieuw oogappeltje te hebben gevonden toen Meike werd geboren. Hij knuffelde met haar net zoals hij vroeger met mij deed. Ik was absoluut niet zijn enige kleine meisje meer, wat me misschien nog wel het meest pijn deed. Er gonsde een kloppende pijn door mijn hoofd, mijn benen voelde als loodzware balken die mijn lichaam probeerde te dragen. Ik kon de zilte smaak van mijn tranen proeven. In mijn gedachten zag ik de tragische gebeurtenis weer tot in detail voor me. Een Oxazepam zou me helpen om rustiger te worden. Ik nam er twee, voor onderweg.

Westerrodelaan 7, Lottum. Natuurbegraafplaats, Stilgeruis

Ik typte het adres in op Google Maps. Snelste route, normale verkeersdrukte. ‘Mooi.’ Aankomst 15.30 uur. In de auto draaide ik de knop van de verwarming op de hoogste stand. Het weer leek in een paar dagen grillig te zijn omgeslagen. Grijze wolken veranderden langzaam in pikzwarte, alsof de avond al was gevallen. Krachtige windstoten gierden langs mijn portier. Stevig omsloot ik mijn handen om het stuur. Sommige stukken van de slecht belichte snelweg leken spookachtig door de schaduwbeelden die over het asfalt ronddoolden. Mistbanken overvielen me. ‘Nee ook dat nog.’ In de verte zag ik een rij minuscule rode lichtjes, stevig drukte ik mijn gaspedaal in. ‘Focus Veer’, sprak ik mezelf toe. Beelden flitsten door mijn gedachten. Hoe zal het zijn? Ik zag het kleine kistje voor me, omsluierd met knuffels en droevige troosteloze gezichten van mijn familie. Mijn tranen belemmerden het mistige zicht nog meer. Met een waterige blik keek ik op mijn telefoon. ‘Wat! 9 %. Oplader.’ Ik veegde met mijn mouw mijn tranen weg en graaide in het handschoenenvakje. Mijn blik viel op een vierkant rood- wit pakje, dat daar al minstens een half jaar onaangebroken lag. Sigaretten! Ik greep het pakje en gooide deze op de grond. ‘Geen oplader verdomme.’ ‘Waar lag dat kloteding?’ De witte onderbroken strepen verdwenen met een rap tempo onder mijn auto. Ik stuurde bij en greep naar mijn tas, pakte de Oxazepam eruit en drukte 2 pilletjes uit de aluminium strip. ‘Geen water’, ik maakte wat extra speeksel aan in mijn mond, in één snelle beweging sloeg ik mijn hoofd achterover en slikte de pillen door. Ongeduldig kiepte ik mijn tas om op de bijrijdersstoel. ‘Geen oplader, waar is dat fucking ding, schreeuw ik.’ ‘Wat nu?’ Doorrijden was geen optie ik moest ergens stoppen, en wel nu! ‘De weg vragen, ik moest de weg gaan vragen’. Ik bonkte een paar keer met mijn voorhoofd op het stuur, het embleem sneed in mijn vlezige gezicht. Ik mocht absoluut niet te laat komen.

8 reacties

Sandra De kok

zondag, 17:34

Mooie reacties, dank daarvoor.
Op het moment ben ik een Literaire Thriller aan het schrijven. Mijn hoofd denderd van inspiratie.
I must wright. Wie weet komt mijn boek eens op de planken. Zodat ook jullie kunnen genieten van mijn Head story. Mijn zinspreuk luid: Wat je verwacht gebeurt niet. Wat je niet verwacht gebeurt…? Voor nu ben ik vooral aan het genieten van het schrijven zelf. Iedereen alvast een gezond en liefdevol 2018 toegewenst.

Francine

zaterdag, 17:14

Hoe zal het verder gaan ?. Sandra een spannend begin. Hoop dat het goed kom .

Annemarie van der Wijst

vrijdag, 20:52

Jeetje zeg het heeft me meteen gegrepen, heftig, wil weten hoe het verder gaat, hoe ellendig ook.

Monique wap

vrijdag, 09:30

Mooi gedetailleerd geschreven
Ik hou van dit genre
Ben benieuwd hoe het verder gaat

Petra Adelaars

donderdag, 16:24

Yes, ik wordt meteen gepakt en wil verder lezen!

Ingeborg

donderdag, 15:51

De spanning wordt goed opgebouwd….erg benieuwd naar het vervolg!

Ria Sanders

donderdag, 14:23

Heel pakkend en spannend…Wist niet dat je zo’n talent had, goed zeg!!

Bernadette

donderdag, 11:27

Spannend verhaal. Wil verder lezen maar helaas, het houdt op!!!
Wanneer volgt de rest??

0 Non-fictie

IKEA

Dario Goldbach

0 Non-fictie

De Ijsfabriek

Nora van Arkel

0 Fictie

Weerzien

Peter Roling

8 Fictie

OP DRIFT

jes de Kam

1 Fictie

Hol

Gerardus J. Visch